Update 43: We zijn weer thuis!

Als laatste stop van onze reis bezoeken we Jelmer in North Carolina. Een heerlijke afsluiter waarbij we zelf niks hoeven voor te bereiden (erg lekker na al die maanden) en Jelmer precies weet waar alle vogels te vinden zijn en goede adresjes heeft voor lekker eten en lekkere biertjes. En met soorten als de mooie Red-headed Woodpecker en de zeldzame Bachman’s Sparrow is het naast gezellig ook vogel-technisch zeer de moeite waard.

We beginnen de week in de bergen in het westen van de staat. Het is nog heerlijk fris lenteweer op deze hoogte en al voor zonsopgang horen we de eerste nieuwe soorten zingen. Het is onze eerste keer aan de oostkant van de Verenigde Staten en binnen een paar uur zien we meer dan 10 nieuwe soorten. Als de buit binnen is en het een hete dag blijkt te worden, verruilen we ‘s middags het vogels kijken voor het terras.


De tweede helft van de week rijden we naar de kust. Hier liggen de outer banks, een sliert van eilanden die grotendeels met bruggen zijn verbonden. Het voelt hier alsof je op een Nederlands waddeneiland bent al kun je aan de soortsamenstelling van de steltlopers direct zien aan welke kant van de Atlantische oceaan we zijn.

Vanuit de outer banks gaan we ook een volle dag de zee op. Gelukkig worden we alledrie niet zeeziek maar is het wel een erg lange tocht hobbelen over de golven met alleen al meer dan 3 uur heen varen om in het goede gebied te komen. Twaalf uur later hebben een mooie selectie zeevogels gezien (nieuwe zijn o.a. Black-capped Petrel en South Polar Skua) maar zijn we ook blij dat we weer met beide benen op de grond staan.

De week vliegt voorbij en dan is het alweer tijd om te vertrekken. Dit keer niet naar de volgende etappe maar naar huis in Amsterdam. Bijna een jaar geleden liepen we met onze rugzakken de deur uit en nu we weer naar binnen stappen is het opeens een raar idee dat we echt een jaar lang zijn weg geweest.

Een paar dagen later staan we weer met de verrekijkers en telescoop in de natuur vlakbij Amsterdam en horen we het vertrouwde geluid van Rietzangers en Blauwborsten die luidkeels hun lied zingen. Na een jaar non-stop reizen is het terug zijn in je eigen huis toch wel heel erg lekker, maar dat vogels kijken gaat nooit vervelen!

Dit is daarmee ook de laatste update van onze wereldreis. Dank voor alle belangstelling afgelopen jaar!

Rob & Helen

Posted in RTW

Update 42: Caribische families

Nadat we een aantal jaar geleden Cuba en Jamaica bezochten staan nu de andere twee grote eilanden van de Cariben op het programma: Dominicaanse Republiek en Puerto Rico. De Caribische eilanden zijn voor vogelaars erg interessant doordat er veel endemische soorten en zelfs eigen families te vinden zijn. Het totaal aantal soorten dat we hier zien is niet zo groot maar wat er zit is wel veelal uniek.

We beginnen op de Dominicaanse Republiek dat maar liefst 3 endemische vogelfamilies heeft. Twee daarvan; Black-crowned Tanager en Palmchat zijn wijdverspreid en de eerste ochtend in de Botanical Garden van Santo Domingo hebben we beide snel gevonden. Vooral de Palmchats zijn erg luidruchtig en ze hebben het grappige gedrag om grote groepsnesten te bouwen in palmbomen en continu nieuwe takken daarheen te brengen voor verdere verstevigen en uitbouw.

Voor de laatste endemische familie, de Chat-Tanager, moeten we de bergen in. Hiervoor hebben we een grote een pick-up gehuurd en om 4 uur ‘s morgens hobbelen we in het donker omhoog over de stenige weg. Met het eerste licht zijn we op 1600m waar het duidelijk een stuk natter en koeler is dan beneden. Een stukje lopen levert al snel meerdere nieuwe endemen op (waaronder de felgroene Narrow-billed Tody) en ook de Chat-Tanager laat niet lang op zich wachten.

We zijn hier vlakbij de grens met Haïti en op de terugweg is heel pijnlijk zichtbaar hoe aan de Haïti-kant bijna al het bos gekapt is. De Dominicaanse Republiek is niet heel rijk maar vergeleken met hun buurland hebben ze toch heel veel dingen goed voor elkaar.

Na 6 dagen hoppen over naar Puerto Rico waar een nieuwe selectie eilandendemen op ons wacht. Ondanks dat je nog duidelijk sporen ziet van de verwoesting van orkaan Maria valt ons vooral op hoe welvarend dit eiland is vergeleken met andere Caribische eilanden, onderdeel van de US zijn levert duidelijk iets op. De vogels zijn gelukkig nog steeds goed te vinden.

Puerto Rico heeft één endemische familie; de Puerto Rican Tanager die voorkomt in de groene heuvels aan de zuidkant van het eiland. Qua uiterlijk vinden we hem nog best lijken op de Chat-Tanager maar kennelijk hebben wetenschappelijke studies aangetoond dat het een aparte familie is dus thuis gaan we nog maar een keer uitzoeken hoe dat precies zit.

9 dagen blijkt ruim voldoende te zijn om alle endemen van beide eilanden te vinden, waarbij er ook nog voldoende tijd is om te relaxen en met een boek over een blauwe zee uit te kijken.

Nog maar één week te gaan in onze wereldreis! Voor onze laatste stop vliegen we door naar North Carolina om bij Jelmer op bezoek te gaan en een rondje East Coast US te vogelen.

Update 41: De eenhoorn van Guatemala

Na een vermoeiend weekje California plus een korte nachtvlucht landen we om 5 uur ‘s morgens in Guatemala met inmiddels een flink slaaptekort. Gelukkig is het maar een paar uur rijden naar onze eerste vogelplek: Reserva Tarrales, gelegen op 700m hoogte aan de voet van vulkaan Atitlán. Hier verblijven we de eerste 3 nachten in een comfortabele boomhut, ideaal om weer even goed bij te slapen!

En dat bijslapen is ook wel nodig want voor ons belangrijkste doel in Guatemala, de Horned Guan (de eenhoorn onder de vogels), staat de wekker op de 2e ochtend al om 1:30. In het donker stappen we in een jeep die ons tot 1400m hoogte brengt. Vanaf daar gaat de track over in een smaller pad dat eerst door koffieplantages en daarna door bos verder omhoog klimt de vulkaan op. In het licht van de hoofdlampjes zien we nog weinig van de omgeving, het pad is heel steil en alle focus gaat zitten in de ene been voor de andere zetten en niet te veel naar beneden glijden in de losse bladeren.

Met zonsopgang komen we aan op 2500m hoogte waar het gebied van de Horned Guans begint. Het is op deze hoogte aanzienlijk kouder (versterkt omdat we doorweekt zijn van het zweet) maar gelukkig brengen de eerste zonnestralen ook de nodige warmte. Het zoeken naar de Guan duurt niet lang; onze lokale gids stoot een vogel op die een stuk naar beneden van de helling vliegt. Half glijdend en vallend gaan we erachter aan en niet veel later zien we de karakteristieke kop tussen de bladeren uitkomen. Wat een bizar beest! Ook al weten we hoe hij er uitziet, die rare hoorn in het echt zien is toch een ander verhaal.

Het blijkt een mannetje en vrouwtje met jong te zijn en omdat het jong nog erg klein is blijven ze dicht in de buurt en kunnen we ze uitgebreid bekijken. De gids vertelt dat de Guans een maand eerder nog heel moeilijk waren omdat het toen nog volop broedseizoen was. Een flink geluk qua timing dus. Heel blij beginnen we weer aan de afdaling. Na een hele lang dag en flink moeë benen komen we eind van de middag weer terug bij onze boomhut.

In de voorbereiding van deze week hebben we vooral gefocust op de Guan en ook tijd ingebouwd voor een eventuele tweede poging. Nu dat niet nodig blijkt te zijn gebruiken we de rest van de week om nog een aantal andere vogelplekken te bezoeken. Het blijkt een heerlijk relaxte week te worden waarbij we positief verrast worden door de mooi aangelegde accomodaties, het heerlijke eten en de kwaliteit van het vogelen.

Fuentes Georginas is een van die plekken; gelegen op ruim 2000m zijn er thermische baden midden in een groene boshelling. Overdag is het erg druk maar ‘s avonds hebben we het zwembad voor onszelf als alleen wij nog over zijn samen met een paar andere gasten die ook overnachten in een cabaña. Vanaf ons hutje is het goed vogels kijken en zien we o.a. Blue-throated Motmot die bezig is een nest te bouwen en als het donker is een Fulvous Owl die vlak voor ons komt zitten.

Als we de volgende ochtend op de ridge ook nog de Pink-headed Warbler en Crescent-chested Warbler mooi zien is het bezoek helemaal geslaagd.

Misschien niet het eerste land waar je aan denkt bij Midden-Amerika maar zowel voor vogelaars als niet vogelaars is Guatemala een absolute aanrader. Wij kijken in ieder geval met veel plezier terug op een van de meest relaxte weken van afgelopen jaar, eens kijken of we dat op onze volgende bestemming kunnen voortzetten nu we doorreizen naar de Cariben (Dominicaanse Republiek & Puerto Rico).

Update 40: Spring break California

Vanuit Panama maken we een uitstapje naar Los Angeles om bij Bas en Blanca en hun dochtertje Ada op bezoek te gaan. Sjoerd en Martijn sluiten ook aan (zij combineren het weekje California met een weekje Arizona.) Het is Spring break waardoor Bas niet hoeft les te geven en dus de tijd heeft om ons in 6 dagen zoveel mogelijk nieuwe soorten te laten zien. Super gezellig om deze week met zijn 5en te vogelen en voor ons een fijne break in het voorbereiden van de vogelsoorten en plekken aangezien Bas hier alles weet.

We beginnen met drie dagen in de Sierra Nevada. Waar het in LA heerlijk warm lenteweer is overdag duurt het in de bergen niet lang voor we de eerste sneeuw tegenkomen. (Na de warme zweterige weken in het laagland van Panama is dit een erg welkome afwisseling).

Hoogtepunt in de bergen zijn twee soorten hoenders; Sooty Grouse en Sage Grouse die we beiden spectaculair zien baltsen. Als eerste gaan we op zoek naar de Sooty Grouse aan het einde van een dal waar nog volop sneeuw ligt. In de vroege ochtend en late middag roepen de mannetjes Grouses hier vanuit hoog in de boom. De uitdaging is alleen om er eentje te vinden aangezien de lage klank maar met moeite over het geluid van de wind en het riviertje uitkomt. Op de valreep in de schemer komt Sjoerd met het goede nieuws dat hij er eentje heeft gehoord en even later staan we naar een prachtige Sooty Grouse te kijken. Het meest bizarre is een stuk gele kale nekhuid die normaal wordt bedekt onder veren maar die tijdens het baltsen vol wordt geshowd.

We kamperen in de frisse berglucht en als de volgende ochtend om 4 uur de wekker gaat is het tijd voor het volgende spektakel. In het donker lopen we over de hoogvlakte naar de plek voor de Sage Grouse. Het is een ijskoude ochtend maar met het maanlicht dat op de besneeuwde bergen schijnt is het uitzicht ook nu al erg mooi.

Met de schemer zijn we op de plek en kunnen we in de verte al de kleine stipjes zien staan op de vlakte. Door de telescoop veranderen de stipjes in tientallen mannetjes Sage Grouse die op deze plek de strijd met elkaar aan gaan om de mooiste baltsdans te laten zien.

Door twee luchtzakken aan de voorkant van hun borst vol te pompen met lucht doen ze een bizarre truc om de aandacht te trekken, moeilijk om te omschrijven dus kijk vooral dit filmpje even. We blijven net zo lang kijken tot de laatste Grouse de dansvloer heeft verlaten. Het is dan net na 7 uur maar de dag is al dik geslaagd!

Na nog een laatste nachtje kamperen in de bergen rijden we terug naar LA waar de tweede helft van de week afwisselend de kust en de bergen achter Bas zijn huis bezoeken. Al met al een super geslaagde week met niet alleen veel nieuwe soorten maar ook veel gave landschappen en een grote berg gezelligheid. Nu weer terug Midden-Amerika voor een weekje Guatemala!

Update 39: Droomsoorten in Panama

De Darien provincie van Panama ligt in het meest oostelijke deel van het land en bestaat voor het grootste deel uit ongerepte laaglandbossen met een aantal bergruggen. Dit gebied is zo ontoegankelijk dat er geen wegen doorheen lopen en de Panamerican Highway hier zijn enige onderbreking heeft tussen Alaska en Patagonië.

De belangrijkste reden dat we de Darien in onze wereldreis hebben opgenomen is dat het een van de beste plekken is om Harpy Eagle te zien, een enorme roofvogel met gigantische klauwen die gemaakt zijn om apen uit de bomen te grijpen. Momenteel is er een actief nest bekend waardoor de kansen op het zien van de Harpy praktisch gegarandeerd zijn. Met een lokale gids regelen we een 7 daagse expeditie om op zoek te gaan naar de Harpy en de verdere endemen van de Pirre bergketen.

Na een boottocht vanaf het eind van de asfaltweg, een stuk met een jeep en een stuk lopen kamperen we de eerste nacht in het Nationale Park. Uit voorzorg zetten we ons tentje onder een overkapping maar de gigantische onweersbui van de avond ervoor blijft uit (april is hier de start van het regenseizoen dus elke dag weer hopen dat het droog blijft!). Die middag zien we als voorproefje al een Crested Eagle op een nest, het kleinere broertje van de Harpy.

De volgende ochtend is het zo ver en gaan we in de schemer op weg naar het nest. Harpy’s gebruiken hiervoor altijd hoge bomen met een grote vork in de takken, en als we aankomen is het meteen duidelijk dat ze hier zo’n mooie boom gevonden hebben. Met het blote oog zien we de jonge vogel zitten; een baby Harpy van nu bijna 6 maanden oud die nog niet kan vliegen maar wel al indrukkend groot is.

Het wachten is nu op een van ouders die om de zoveel tijd een vers gevangen aap of luiaard komen brengen. De uren verstrijken, de schaduwen worden eerst korten en dan weer langer terwijl we naar de boom blijven turen. Chiggers, mieren en teken komen af en toe aan ons knabbelen terwijl het zweet in straaltjes van ons afloopt maar nog altijd zit daar alleen de jonge Harpy die af en toe zich uitrekt en een eerste vliegsprongetje oefent.

Na 10 uur wachten wordt ons geduld dan toch beloond als een prachtige adult op het nest land met een aap in z’n klauwen! De anderhalf uur daarna kunnen we door de telescoop van dichtbij meemaken hoe papa (of toch mama?) helpt om de aap in stukken te scheuren en het jong eindelijk weer kan eten, hij had duidelijk honger. De enorme snavel, dikke klauwen en imposante verentooi achter op de kop maken dit een dag om niet snel te vergeten (ook omdat we nog niet vaak een volle dag naar één boom hebben gekeken…)

De dagen daarna klimmen we verder omhoog de Cerro Pirre op, een bergrug die ruim 1000m boven het laagland uitsteekt en hierdoor een aantal eigen endemen heeft. We kamperen eerst halverwege en dan 2 nachtjes bovenop met gave soorten zoals Black-crowned Antpitta, Tody Motmot en Wing-banded Antbird.

Helaas is de Pirre Warbler niet thuis maar komen we na 7 dagen met een fantastische lijst soorten terug. Ook fijn dat we de nachten daarna weer in een kamer met airco kunnen slapen en weer normaal eten want de gekookte bakbanaan met tonijn zijn we toch niet zo’n fan van.

Waar we dachten dat de Harpy het hoogtepunt van Panama ging worden kreeg de tweede week toch nog een andere ontknoping: Op het moment dat we in Panama landden zagen we op internet dat een van de mythische droomsoorten van het laagland, de Rufous-vented Ground-Cuckoo, die dag vlakbij Panama City was gezien en in de buurt lijkt rond te hangen bij een mierenleger (ze eten de insecten die worden opgestoten door de mieren). Wat een geluk dat we precies nu in de buurt zijn!

We maken een afspraak met lokale gids Nando die dit gebied (de Pipeline Road) super goed kent en weet waar de mieren meestal uithangen. En het lukt!! We kunnen onze ogen haast niet geloven als we aan het eind van de ochtend oog in oog staan met een paartje Ground-Cuckoos! Wat een waanzinnige knaller om ons verblijf in Panama mee af te sluiten, een land dat een paar maanden geleden nog niet eens in de planning stond maar waar we wel met twee droomsoorten uit vertrekken 🙂

Update 38: Hasta luego Colombia

Colombia is het land met de meeste vogelsoorten ter wereld; 1934 in totaal! Een gunstige ligging met veel verschillende bergketens zorgt voor een enorme biodiversiteit. Toerisme in het algemeen maar zeker ook voor de vogels is booming in Colombia. Er is dan ook een hele mooie reeks aan vogelplekken om te bezoeken; deels gerund door de Colombiaanse vogelbescherming ProAves, deels door gemeentes die de bos rondom de watervoorziening beschermen maar ook veel particulieren die zich inzetten voor ecotoerisme.

Een mooi voorbeeld van deze laatste groep is de Observatorio de Colibries; een privé terrein vlakbij Bogota wat omgetoverd is tot een paradijs voor kolibries met overal bloemenstruiken en feeders met suikerwater waar maar liefst 18 soorten Hummingbird op afkomen. Wij komen specifiek voor de Blue-throated Starfrontlet maar het is duidelijk dat een veel groter publiek dan alleen vogelaars op deze manier geïnspireerd wordt door de wonderlijke vogelwereld (een Sword-billed Hummingbird is altijd indrukwekkend).

Er wordt in Colombia veel naar vogels gekeken en dat betekent ook dat er steeds meer goede plekken bekend worden of onderzoek aan de soorten leidt tot nieuwe vogelsoorten (splitten).

Vier jaar geleden bezochten we Colombia voor het eerst in een rondje Central en Western Andes vanuit Bogota. Deze keer bezochten we het noorden (Santa Marta), de East Andes en een aantal plekken in de Central Andes. Sinds die tijd zijn er weer allerlei nieuwe plekken en soorten bekend geworden wat op deze reis een mooie gelegenheid gaf om deze missende puzzelstukjes in te vullen.

Een van deze soorten is de Fuertes’s Parrot, een Critically Endangered papegaai waar inmiddels een dal van bekend is waar ze vaak rond 8 uur ‘s morgens doorheen komen vliegen. We hebben geluk; want niet alleen horen we ze even voor 8en aan komen vliegen, ze landen vlak voor ons in een boompje en laten zich heel goed bekijken. Na het missen van de Blue-billed Curassow de dag ervoor voelt dit extra goed!

In een ander dal rijden we omhoog voor de Tolima Dove en de Tolima Blossomcrown. De duif kunnen we redelijk eenvoudig vinden maar de Blossomcrown is een snelle kolibrie die af en toe langs komt bij een aantal struiken die in bloei staan. Vaak is vogels kijken een kwestie van geduld en ook nu weer worden we na lang staren naar rode bloemetjes gelukkig beloond! Iets verder langs de weg vieren we het succes met een goede brunch bij een restaurant waar ook overal Hummingbird feeders hangen. Het zou ons niet verbazen als de Blossomcrown over een paar jaar geen lastige soort meer is maar hier rustig met een kopje koffie er bij kan worden gevonden.

Een van de laatste plekken die we in ons rondje bezoeken is Nationaal Park Sumapaz; een paramo hoogvlakte gelegen op 3700 direct naast Bogota. Zelfs dicht bij de hoofdstad zijn mooie natuurgebieden al kan het contrast kan niet veel groter zijn als we de file van de drukke vervuilde miljoenenstad achter ons laten en via een bochtige weg omhoog klimmen. Het is schitterend weer (de kans op mist en regen is erg groot hier) waardoor we heel goed de uitgestrektheid van het paramo landschap hier kunnen zien.

De belangrijkste target hier is de Green-bearded Helmetcrest, een recent door onderzoek gesplitte soort. Het is best koud op deze hoogte maar met het zonnetje voelt het als een mooie lentedag. De Helmetcrests zijn gelukkig snel gevonden terwijl ze al dansend achter elkaar aangaan door de lucht. Kolibries vliegen zo snel dat je ze vaak alleen in een flits voorbij ziet komen maar één vrouwtje wil uiteindelijk toch nog even poseren voor de foto. Gegeven de strenge regels die het Park inmiddels heeft opgelegd komt het met de Helmetcrests hier wel goed.

Na een krappe 3 weken zit onze tijd in Colombia er weer op. Dat we hier terug gaan komen staat vast: Colombia heeft nog zoveel te bieden, zowel qua plekken waar we nog nooit geweest zijn als plekken waar we nog niet alles hebben gezien en met veel plezier nog een keertje terugkomen. Maar nu eerst naar Panama!

Update 37: Van Peru via Brazilië naar Colombia

Sinds de vorige update zijn we vanuit Iquitos met de boot verder de Amazone afgevaren tot aan het 3-landen punt Peru-Colombia-Brazilië. Voor onze route een leuke optie aangezien dit de gelegenheid gaf om ook nog 5 nachten in een Amazone lodge in Brazilië mee te pakken en we daarna eenvoudig door konden reizen naar Colombia.

Na 10 uur varen komen we aan bij het laatste dorpje van Peru (de boot is een soort snelbus die om de paar uur bij een dorpje aanmeert en dan weer verder zoeft over het water). Met een klein bootje varen we eerst naar naar het migratie kantoortje van Peru om vervolgens de rivier over te steken naar Colombia (en de dag daarna weer Brazilië in). Een erg grappige plek waar Spaans en Portugees in elkaar overvloeien maar qua cultuur vooral het Amazone leven overheerst.

De 5 nachten in Brazilië vormen een mooie afsluiting van het Amazone avontuur; door op zo veel verschillende plekken in de Amazone geweest te zijn merk je pas goed hoe uitgestrekt dit gebied is terwijl er ook steeds weer verschillen zijn in de vogels die je aantreft (hoogtepunten zijn Zigzag Heron en Crested Eagle vanuit de kayak). Maar gegeven de hoeveelheid insectenbeten, de warmte en de hoge luchtvochtigheid zijn we ook wel weer toe aan het verlaten van het laagland.

Daarom reizen we als we Colombia zijn binnen gekomen in de meest zuidelijke punt (Leticia) met een tussenstop in Bogota door naar de noordkant van het land. Met als eerste plek de Sierra Nevada de Santa Marta, een geïsoleerde bergketen die direct vanuit de kust omhoog reist en heel veel endemische soorten kent.

We slapen op 2000m (geen muggen en een heerlijke temperatuur) in een prachtig aangelegde El Dorado Lodge en verkennen vanuit daar de hogere en lagere gedeeltes te voet. Het gebeurt niet vaak dat je lopend op één dag van 1500-2500 kunt vogelen!

Na ons verblijf in Santa Marta gaan we naar het uiterste noordoosten van het land. Colombia is over het algemeen erg weelderig groen, maar dit hoekje (het Guajira Peninsula) krijgt weinig neerslag en lijkt veel op de Chaco in NW Argentinië van een paar maanden terug. Door dit specifieke habitat zitten er ook weer een aantal nieuwe soorten die verder alleen in NW Venezuela te vinden zijn (en dat land is helaas voorlopig wat lastiger te bezoeken).

We reizen hier rond met bussen en taxi’s om op de vogelplekken te komen en het is altijd een interessant gesprek om uit te leggen aan de taxi-chauffeurs waar we precies heen willen en wat we dan precies gaan doen, maar zolang er wordt betaald vinden ze het vaak zelf ook wel een leuk uitje en komen ze op plekken waar ze anders niet zo snel zouden komen.

Na een week in het noorden hebben we meer dan 50 endemen of range restricted soorten gezien, een teken van de een enorme diversiteit die Colombia te bieden heeft. Voor wie het leuk vindt om nog wat meer te zien en te horen over deze regio; recent is er een hele mooie documentaire gemaakt over de vogels, landschappen en mensen van noord Colombia.

Inmiddels zijn we met bussen een stuk naar het zuiden gereisd waar we een huurauto oppikken om wat verschillende plekken te bezoeken in de bergketens van centraal Colombia. Maar daarover meer in de volgende update.

Update 36: Curassows in de Amazone

Na de vorige update zijn we naar Iquitos in het noordoosten van Peru gevlogen. Iquitos is een stad van bijna 1 miljoen mensen, gelegen aan de Amazone. De stad is enkel bereikbaar over de rivier (of door de lucht), over asfalt kom je hier niet zo ver. De stad is een uitstekende basis om het laaglandregenwoud van de Amazone te bevogelen. Er zitten ontzettend veel soorten in het Amazone-basin maar om die allemaal te zien te krijgen moet je er ook heel veel tijd doorbrengen. Er zijn allerlei verschillende typen bos, habitattypes en de dichtheden aan vogels kunnen verrassend laag zijn dus het duurt wel even voordat je alles hebt gezien.

De diversiteit aan soorten wordt ook mede veroorzaakt door de Amazone zelf. Die is hier al zo breed dat het een natuurlijke barrière vormt voor soorten (soorten die alleen aan de noordoever zitten of juist alleen de zuidkant). Maar zelfs zijrivieren als de Napo zijn al een scheidslijn in het voorkomen van soorten. De rivieren vormen in hun eindeloos gemeander ook regelmatig riviereilanden (en hoe ouder het eiland, hoe hoger de bomen weer zijn) en die riviereilanden zijn dus ook weer een eigen specifiek habitat met soorten die je aan de oever niet aantreft.

Om zoveel mogelijk soorten te zien bezoeken we hier 4 verschillende lodges en vogelen we ook nog een bos in de buurt van Iquitos, voordat we een paar honderd kilometer verderop nog een lodge bezoeken in Brazilië.

Laagland vogelen is altijd lastig: het is vaak een stil en warm bos waar heel veel soorten kunnen maar het wel heel veel helpt als je ook weet waar precies. Daarom is het prettig dat de lodges die we bezoeken ook goede gidsen hebben die de soorten en de plekjes kennen.

Het is regenseizoen dus het water in de rivieren staat momenteel erg hoog waardoor veel vogels alleen te vinden zijn per boot. Afwisselend varen we met onze gidsen in kleine motorbootjes en kano’s door Varzea forest (bos dat de helft van het jaar onderwater staat) en bezoeken we allerlei meren en riviereilanden. Hieronder de Cream-colored Woodpecker en White-eared Jacamar die vooral langs de rand van het water te vinden zijn.

Een van de lodges die we bezoeken heeft een canopy walkway: een constructie van 14 houten platforms op verschillende hoogtes met daartussen hangbruggen. Dit is een ideale gelegenheid om soorten te kunnen zien die alleen maar in de boomkruinen leven.

Het is nog erg heet en stil als we ‘s middags omhoog klimmen en ons installeren op het hoogste platform (35 meter boven de grond).

Als het langzaam iets afkoelt en de activiteit van vogels toeneemt blijken we op een ideale plek te staan: de kruin van de boom waarin ons platform hangt wordt door de ene naar de andere soort bezocht, soms zoveel tegelijk dat het lastig kiezen is waar je moet kijken. Tussen de Honeycreepers, Tanagers en Woodpeckers zijn absolute hoogtepunten een groep van vier Paradise Jacamars en een felblauw mannetje Spangled Cotinga.

Uitkijkend over het bos zien we de zon ondergaan en gaan langzaam alle vogels slapen. Maar de belangrijkste zoektocht van vandaag moet nog beginnen; de zoektocht naar de Nocturnal Curassow. Deze grote vogels zijn de enige van hun familie die ‘s nachts boven in de boomtoppen klimmen en vanuit daar hun diepe zang door het bos laten klinken. Overdag zijn ze niet te vinden, dus de enige manier om ze te zien is om ze ‘s nachts op te sporen. Even na acht uur is het zover en horen we meerdere Curassows hun lied starten. In de totale duisternis van het bos is dit een van de meest magische geluiden die er is.

Snel lopen we achter onze gidsen aan in de richting van een van de vogels. Het geluid lijkt veel dichterbij dan het in werkelijkheid is want het lage geluid draagt ver dus we lopen in hoog tempo door het donkere bos maar helaas stopt het gezang te snel. Als ze niet zingen is het onmogelijk ze te vinden.

We gaan op een boomstam zitten en wachten, eindeloos wachten: het is pikdonker, warm en drukkend en er zijn overal muggen. Om ons heen klinken geluiden van insecten en kikkers en af toe een verre uil maar de Curassow blijft stil. Als het tien uur is en we al bijna 2 uur zo zitten begint de hoop langzaam weg te zakken. Nog een half uur, stelt onze gids voor. Na 20 min hebben we allemaal de hoop een beetje verloren (of zijn niet bereid nog uren in het bos te zitten) en lopen we terug. We zijn nog geen 100 meter op weg als opeens de Curassows weer beginnen te zingen. We zijn dichtbij en zo snel mogelijk banen we een weg door de begroeiing. De spanning stijgt maar dan seint onze gids dat hij m heeft. Het blijkt niet één maar zelfs twee vogels te zijn, hoog boven ons in de top van de boom maar met de telescoop goed te bekijken.

Curassows zijn altijd lastig om te zien en met deze hebben we echt geluk gehad.

Maar ons geluk blijkt niet op te houden bij de Nocturnal Curassow. In de dagen daarna bezoeken we Muyuna Lodge en vinden we nog twee Curassows; de erg zeldzame Wattled Curassow en een hele mooie Razor-billed Curassow. Deze laatste was totaal onverwachts en pas de 2e keer in 16 jaar dat onze gids hem hier zag!

Het is altijd tot grote mate onvoorspelbaar wat je allemaal gaat zien in het laagland maar dit keer waren de kaarten duidelijk goed geschud. Komende week gaan we zien wat de Brazilië kant voor ons in petto heeft.

Update 35: De Scarlet-banded Barbet

Sommige ontdekkingen van nieuwe soorten spreken heel erg tot de verbeelding, zo ook de pas in 1996 ontdekte Scarlet-banded Barbet die voorop de vogelgids van Peru staat afgebeeld. Een vogel die nergens anders op lijkt maar al die tijd onontdekt is gebleven door enkel voor te komen op de Cordillera Azul, een geïsoleerde bergkam die oprijst uit het laagland van oost Peru. De ontdekkingsplek is enkel te bereiken met een 10-daagse expeditie maar gelukkig is er in recentere jaren een tweede plek ontdekt bij Plataforma; een dorpje vol pioniers aan het einde van een lange modderweg.

De weg is alleen begaanbaar met verhoogde 4×4 maar als we vlak voor het slechte stuk in het laatste dorpje zijn blijkt dat er al een week geen auto verder omhoog is gegaan en vertellen verschillende locals ons hoe slecht de weg er momenteel bij ligt. Dit houdt Jhony, onze chauffeur, niet tegen en glibberend en glijdend beginnen we aan het moeilijkste gedeelte. Met heel veel skill navigeert hij langs de ergste delen en stapt af en toe uit om met de schep nog wat te herstellen.

Na een uurtje ploegen zijn we niet heel ver opgeschoten en is het duidelijk dat we het niet gaan halen. We laten de auto achter en gaan te voet verder terwijl Jhony voor de bagage een ezel gaat regelen. Het blijkt nog 4 uur omhoog lopen te zijn en flink moe en bezweet komen we halverwege de middag aan in het dorpje Plataforma. Een van de dorpelingen, Eugenio, is zo slim geweest een hostel te starten na de ontdekking van de Barbet waar we de komende nachten kunnen slapen en mee-eten in de huiskamer.

De paden die er vanuit het dorpje lopen zijn minstens net zo modderig als de weg en we moeten goed opletten om niet tot boven de rand van onze laars weg te zakken in de blubber. Gelukkig weet Eugenio ook de belangrijkste vogelplekken wat voor de Barbet betekent dat we verschillende fruitbomen afzoeken waarvan bekend is dat de vogels daar komen eten. Halverwege de eerste ochtend is het raak: eerst horen we het karakteristieke geluid en niet veel laten hopt de vogel in beeld. We kunnen hem een paar minuten volgen als hij van boom naar boom beweegt tot hij plotseling ook weer verdwenen is en ons met een dikke grijns achterlaat. Wat een vette soort!

Dat dit gedeelte van Peru nog zeer onontgonnen is bleek wel toen er in 2016 in Plataforma nog een nieuwe soort werd ontdekt: de Cordillera Azul Antbird. Uiteraard willen we deze ook erg graag zien tijdens ons bezoek maar hier hebben we minder geluk mee. Er zijn twee territoria bekend in een nabij gelegen patch bos maar de hele middag zoeken we maar zien of horen we niks. Ook de volgende dag checken we weer dezelfde plekken plus verschillende andere patches maar vinden we opnieuw niks waarmee onze tijd ook op is.

De derde ochtend worden we wakker met mistig weer en pakken we onze spullen voor vertrek. Even later komt Eugenio met een brede grijns aanlopen; hij is in het donker/schemer opnieuw teruggegaan naar de Antbird plek en heeft de vogel kort gezien! Zo snel als de modder het toelaat lopen en rennen we weer naar de plek waar we al meerdere keren hadden gezocht. Meteen is er dit keer reactie op onze tape en even later zien we de zeer zeldzame Antbird over de donkere bosbodem scharrelen. Zo onvoorspelbaar zijn vogels soms, maar gelukkig voor ons is deze nog net op het nippertje gelukt.

De spullen worden weer op een paard gebonden en met een dubbel gevoel vertrekken we weer uit Plataforma; aan de ene kant hebben we een fantastisch verblijf gehad waarbij we heel gastvrij zijn ontvangen door het hele dorp, veel gave vogels hebben gezien en het mooi is hoe enthousiast Eugenio is over de vogels en steeds meer plekken en soorten weet. Aan de andere kant gaat het kappen van bos hier ongelooflijk hard (overal het geluid van kettingzagen en recent gekapte stukken) en is het maar de vraag hoe lang de vogels het hier nog gaan uithouden…

Na nog een dagje vogelen bij Tarapoto vliegen we door naar Iquitos, een grote stad midden in de Amazone vanuit waar we de komende weken verschillende amazone lodges bezoeken.

Update 34: Mist en regen in Centraal Peru

We zijn weer terug in Peru! Na een eerste reis in 2011 stond dit land hoog op ons lijstje om weer naar terug te keren. Peru heeft meer dan 1800 vogelsoorten is extreem divers qua landschappen; van woestijn aan de kust naar hoge Andes pieken met daartussen groene riviervalleien die naar het oosten toe uitmonden in de uitgestrekte laaglanden van de Amazone. Dit keer hebben we 6 weken in Peru en starten we met een bezoek aan het centrale deel van de Andes, wat goed aan te rijden is met een huurauto vanuit Lima (voor wie bekend is met dit deel, een rondje Satipo road – Villa Rica – Junin – Huánuco – Huascaran).

Het was een beetje een gokje om deze bestemming in Februari te doen aangezien het midden in het regenseizoen valt. Dit bleek ook zeker niet ideaal te zijn maar ondanks alle regen en afgesloten wegen vanwege landslides hebben we de meeste vogels toch kunnen vinden.

Onze eerste bestemming is de Satipo road; een smalle weg van 200km lang die eerst over een aantal passen van boven de 4500m klimt om vervolgens af te dalen door verschillende valleien richting het dorpje Satipo. Het gave van de Peruaanse Andes is dat op elke hoogte waar andere soorten voorkomen en verschillende stopjes langs de Satipo Road steeds weer nieuwe vogels opleveren. Helaas komen wij niet verder dan halverwege als de weg bedolven blijkt te zijn onder een landslide en eigenlijk net voor de plek waar we de meeste soorten zoek. Er zit niks anders op dan de volgende dag het hele eind weer terug te rijden. Gelukkig is er nog een andere weg de naastgelegen vallei in (na heel veel uren omrijden) waardoor we toch nog het grootste deel van onze targets zien waaronder de Black-spectacled Brush-Finch.

Deze rivierdalen van de Andes zijn zo afgesloten van elkaar (de bergen tussen de valleien zijn zo hoog en onhergzaam en de passen er tussen zijn vaak boven de 4500m) dat valleien eigen endemen hebben ontwikkeld zoals de Brush-finch met zeer kleine verspreidingsgebiedjes. Omdat het ook voor mensen erg geïsoleerd is zijn sommige soorten pas zeer recent beschreven, of wordt er nog gewerkt aan de formele wetenschappelijke beschrijving (bijv de Mantaro Wren en Mantaro Thornbird).

Nog zo’n “eiland” van endemische soorten dat we bezoeken is Bosque Unchog; een geïsoleerd stuk bos op 3700m waar vier soorten voorkomen die alleen hier worden gezien.

Na een uitdagende steile rit omhoog beginnen we onze zoektocht in de stralende zon maar het duurt niet lang voordat de eerste wolken uit het dal omhoog klimmen en we de rest van de dag in de mist en regen lopen. Vogels vinden is bijna onmogelijk zo en na een lange dag moeten we genoegen nemen met maar één van de 4 targets (Bay-vented Cotinga).

Na een nacht in de auto slapen (waarbij het niet helpt dat we allebei nog last hebben van een voedselvergiftiging) is het de volgende ochtend niet veel beter qua weer maar hervatten we de zoektocht. Één soort willen we liever zien dan alle andere bij elkaar: de Golden-backed Mountain-Tanager. Deze “Gouden Koning” van de berg is een van de meest aansprekende soorten van Centraal Peru maar lijkt ons nu door de vingers te glippen. Na nog een keertje opwarmen/schuilen in de auto gaan we voor een laatste ronde op zoek. We vinden een flock (groep) vogels in de mist en na ingespannen zoeken ziet Rob opeens de Mountain-Tanager vliegen. Ondanks de mist is zijn gele kleur zo fel dat hij wel licht lijkt te geven. Blij na een korte maar goede waarneming lopen we verder als we opeens nog 3 Golden-backed Mountain-Tanagers vinden die ditmaal een fantastisch show geven, wauw!

We vertrekken bij Bosque Unchog met maar de helft van de targets maar dolblij met deze top waarneming van de Gouden Koning. We komen nog wel een keer terug, want het is een fantastische plek.

Inmiddels zijn we weer in Lima en kijken terug op twee hele gave maar ook wel ruige vogelweken (we zijn de tel kwijt geraakt hoeveel uur we over smalle bergweggetjes hebben gehobbeld). Maar Peru zijn we voorlopig nog niet zat, nu door naar Tarapoto waar we de komende 5 dagen aan de oostkant van de Andes in het laagland verder vogelen.