Update 36: Curassows in de Amazone

Na de vorige update zijn we naar Iquitos in het noordoosten van Peru gevlogen. Iquitos is een stad van bijna 1 miljoen mensen, gelegen aan de Amazone. De stad is enkel bereikbaar over de rivier (of door de lucht), over asfalt kom je hier niet zo ver. De stad is een uitstekende basis om het laaglandregenwoud van de Amazone te bevogelen. Er zitten ontzettend veel soorten in het Amazone-basin maar om die allemaal te zien te krijgen moet je er ook heel veel tijd doorbrengen. Er zijn allerlei verschillende typen bos, habitattypes en de dichtheden aan vogels kunnen verrassend laag zijn dus het duurt wel even voordat je alles hebt gezien.

De diversiteit aan soorten wordt ook mede veroorzaakt door de Amazone zelf. Die is hier al zo breed dat het een natuurlijke barrière vormt voor soorten (soorten die alleen aan de noordoever zitten of juist alleen de zuidkant). Maar zelfs zijrivieren als de Napo zijn al een scheidslijn in het voorkomen van soorten. De rivieren vormen in hun eindeloos gemeander ook regelmatig riviereilanden (en hoe ouder het eiland, hoe hoger de bomen weer zijn) en die riviereilanden zijn dus ook weer een eigen specifiek habitat met soorten die je aan de oever niet aantreft.

Om zoveel mogelijk soorten te zien bezoeken we hier 4 verschillende lodges en vogelen we ook nog een bos in de buurt van Iquitos, voordat we een paar honderd kilometer verderop nog een lodge bezoeken in Brazilië.

Laagland vogelen is altijd lastig: het is vaak een stil en warm bos waar heel veel soorten kunnen maar het wel heel veel helpt als je ook weet waar precies. Daarom is het prettig dat de lodges die we bezoeken ook goede gidsen hebben die de soorten en de plekjes kennen.

Het is regenseizoen dus het water in de rivieren staat momenteel erg hoog waardoor veel vogels alleen te vinden zijn per boot. Afwisselend varen we met onze gidsen in kleine motorbootjes en kano’s door Varzea forest (bos dat de helft van het jaar onderwater staat) en bezoeken we allerlei meren en riviereilanden. Hieronder de Cream-colored Woodpecker en White-eared Jacamar die vooral langs de rand van het water te vinden zijn.

Een van de lodges die we bezoeken heeft een canopy walkway: een constructie van 14 houten platforms op verschillende hoogtes met daartussen hangbruggen. Dit is een ideale gelegenheid om soorten te kunnen zien die alleen maar in de boomkruinen leven.

Het is nog erg heet en stil als we ‘s middags omhoog klimmen en ons installeren op het hoogste platform (35 meter boven de grond).

Als het langzaam iets afkoelt en de activiteit van vogels toeneemt blijken we op een ideale plek te staan: de kruin van de boom waarin ons platform hangt wordt door de ene naar de andere soort bezocht, soms zoveel tegelijk dat het lastig kiezen is waar je moet kijken. Tussen de Honeycreepers, Tanagers en Woodpeckers zijn absolute hoogtepunten een groep van vier Paradise Jacamars en een felblauw mannetje Spangled Cotinga.

Uitkijkend over het bos zien we de zon ondergaan en gaan langzaam alle vogels slapen. Maar de belangrijkste zoektocht van vandaag moet nog beginnen; de zoektocht naar de Nocturnal Curassow. Deze grote vogels zijn de enige van hun familie die ‘s nachts boven in de boomtoppen klimmen en vanuit daar hun diepe zang door het bos laten klinken. Overdag zijn ze niet te vinden, dus de enige manier om ze te zien is om ze ‘s nachts op te sporen. Even na acht uur is het zover en horen we meerdere Curassows hun lied starten. In de totale duisternis van het bos is dit een van de meest magische geluiden die er is.

Snel lopen we achter onze gidsen aan in de richting van een van de vogels. Het geluid lijkt veel dichterbij dan het in werkelijkheid is want het lage geluid draagt ver dus we lopen in hoog tempo door het donkere bos maar helaas stopt het gezang te snel. Als ze niet zingen is het onmogelijk ze te vinden.

We gaan op een boomstam zitten en wachten, eindeloos wachten: het is pikdonker, warm en drukkend en er zijn overal muggen. Om ons heen klinken geluiden van insecten en kikkers en af toe een verre uil maar de Curassow blijft stil. Als het tien uur is en we al bijna 2 uur zo zitten begint de hoop langzaam weg te zakken. Nog een half uur, stelt onze gids voor. Na 20 min hebben we allemaal de hoop een beetje verloren (of zijn niet bereid nog uren in het bos te zitten) en lopen we terug. We zijn nog geen 100 meter op weg als opeens de Curassows weer beginnen te zingen. We zijn dichtbij en zo snel mogelijk banen we een weg door de begroeiing. De spanning stijgt maar dan seint onze gids dat hij m heeft. Het blijkt niet één maar zelfs twee vogels te zijn, hoog boven ons in de top van de boom maar met de telescoop goed te bekijken.

Curassows zijn altijd lastig om te zien en met deze hebben we echt geluk gehad.

Maar ons geluk blijkt niet op te houden bij de Nocturnal Curassow. In de dagen daarna bezoeken we Muyuna Lodge en vinden we nog twee Curassows; de erg zeldzame Wattled Curassow en een hele mooie Razor-billed Curassow. Deze laatste was totaal onverwachts en pas de 2e keer in 16 jaar dat onze gids hem hier zag!

Het is altijd tot grote mate onvoorspelbaar wat je allemaal gaat zien in het laagland maar dit keer waren de kaarten duidelijk goed geschud. Komende week gaan we zien wat de Brazilië kant voor ons in petto heeft.

Update 35: De Scarlet-banded Barbet

Sommige ontdekkingen van nieuwe soorten spreken heel erg tot de verbeelding, zo ook de pas in 1996 ontdekte Scarlet-banded Barbet die voorop de vogelgids van Peru staat afgebeeld. Een vogel die nergens anders op lijkt maar al die tijd onontdekt is gebleven door enkel voor te komen op de Cordillera Azul, een geïsoleerde bergkam die oprijst uit het laagland van oost Peru. De ontdekkingsplek is enkel te bereiken met een 10-daagse expeditie maar gelukkig is er in recentere jaren een tweede plek ontdekt bij Plataforma; een dorpje vol pioniers aan het einde van een lange modderweg.

De weg is alleen begaanbaar met verhoogde 4×4 maar als we vlak voor het slechte stuk in het laatste dorpje zijn blijkt dat er al een week geen auto verder omhoog is gegaan en vertellen verschillende locals ons hoe slecht de weg er momenteel bij ligt. Dit houdt Jhony, onze chauffeur, niet tegen en glibberend en glijdend beginnen we aan het moeilijkste gedeelte. Met heel veel skill navigeert hij langs de ergste delen en stapt af en toe uit om met de schep nog wat te herstellen.

Na een uurtje ploegen zijn we niet heel ver opgeschoten en is het duidelijk dat we het niet gaan halen. We laten de auto achter en gaan te voet verder terwijl Jhony voor de bagage een ezel gaat regelen. Het blijkt nog 4 uur omhoog lopen te zijn en flink moe en bezweet komen we halverwege de middag aan in het dorpje Plataforma. Een van de dorpelingen, Eugenio, is zo slim geweest een hostel te starten na de ontdekking van de Barbet waar we de komende nachten kunnen slapen en mee-eten in de huiskamer.

De paden die er vanuit het dorpje lopen zijn minstens net zo modderig als de weg en we moeten goed opletten om niet tot boven de rand van onze laars weg te zakken in de blubber. Gelukkig weet Eugenio ook de belangrijkste vogelplekken wat voor de Barbet betekent dat we verschillende fruitbomen afzoeken waarvan bekend is dat de vogels daar komen eten. Halverwege de eerste ochtend is het raak: eerst horen we het karakteristieke geluid en niet veel laten hopt de vogel in beeld. We kunnen hem een paar minuten volgen als hij van boom naar boom beweegt tot hij plotseling ook weer verdwenen is en ons met een dikke grijns achterlaat. Wat een vette soort!

Dat dit gedeelte van Peru nog zeer onontgonnen is bleek wel toen er in 2016 in Plataforma nog een nieuwe soort werd ontdekt: de Cordillera Azul Antbird. Uiteraard willen we deze ook erg graag zien tijdens ons bezoek maar hier hebben we minder geluk mee. Er zijn twee territoria bekend in een nabij gelegen patch bos maar de hele middag zoeken we maar zien of horen we niks. Ook de volgende dag checken we weer dezelfde plekken plus verschillende andere patches maar vinden we opnieuw niks waarmee onze tijd ook op is.

De derde ochtend worden we wakker met mistig weer en pakken we onze spullen voor vertrek. Even later komt Eugenio met een brede grijns aanlopen; hij is in het donker/schemer opnieuw teruggegaan naar de Antbird plek en heeft de vogel kort gezien! Zo snel als de modder het toelaat lopen en rennen we weer naar de plek waar we al meerdere keren hadden gezocht. Meteen is er dit keer reactie op onze tape en even later zien we de zeer zeldzame Antbird over de donkere bosbodem scharrelen. Zo onvoorspelbaar zijn vogels soms, maar gelukkig voor ons is deze nog net op het nippertje gelukt.

De spullen worden weer op een paard gebonden en met een dubbel gevoel vertrekken we weer uit Plataforma; aan de ene kant hebben we een fantastisch verblijf gehad waarbij we heel gastvrij zijn ontvangen door het hele dorp, veel gave vogels hebben gezien en het mooi is hoe enthousiast Eugenio is over de vogels en steeds meer plekken en soorten weet. Aan de andere kant gaat het kappen van bos hier ongelooflijk hard (overal het geluid van kettingzagen en recent gekapte stukken) en is het maar de vraag hoe lang de vogels het hier nog gaan uithouden…

Na nog een dagje vogelen bij Tarapoto vliegen we door naar Iquitos, een grote stad midden in de Amazone vanuit waar we de komende weken verschillende amazone lodges bezoeken.

Update 34: Mist en regen in Centraal Peru

We zijn weer terug in Peru! Na een eerste reis in 2011 stond dit land hoog op ons lijstje om weer naar terug te keren. Peru heeft meer dan 1800 vogelsoorten is extreem divers qua landschappen; van woestijn aan de kust naar hoge Andes pieken met daartussen groene riviervalleien die naar het oosten toe uitmonden in de uitgestrekte laaglanden van de Amazone. Dit keer hebben we 6 weken in Peru en starten we met een bezoek aan het centrale deel van de Andes, wat goed aan te rijden is met een huurauto vanuit Lima (voor wie bekend is met dit deel, een rondje Satipo road – Villa Rica – Junin – Huánuco – Huascaran).

Het was een beetje een gokje om deze bestemming in Februari te doen aangezien het midden in het regenseizoen valt. Dit bleek ook zeker niet ideaal te zijn maar ondanks alle regen en afgesloten wegen vanwege landslides hebben we de meeste vogels toch kunnen vinden.

Onze eerste bestemming is de Satipo road; een smalle weg van 200km lang die eerst over een aantal passen van boven de 4500m klimt om vervolgens af te dalen door verschillende valleien richting het dorpje Satipo. Het gave van de Peruaanse Andes is dat op elke hoogte waar andere soorten voorkomen en verschillende stopjes langs de Satipo Road steeds weer nieuwe vogels opleveren. Helaas komen wij niet verder dan halverwege als de weg bedolven blijkt te zijn onder een landslide en eigenlijk net voor de plek waar we de meeste soorten zoek. Er zit niks anders op dan de volgende dag het hele eind weer terug te rijden. Gelukkig is er nog een andere weg de naastgelegen vallei in (na heel veel uren omrijden) waardoor we toch nog het grootste deel van onze targets zien waaronder de Black-spectacled Brush-Finch.

Deze rivierdalen van de Andes zijn zo afgesloten van elkaar (de bergen tussen de valleien zijn zo hoog en onhergzaam en de passen er tussen zijn vaak boven de 4500m) dat valleien eigen endemen hebben ontwikkeld zoals de Brush-finch met zeer kleine verspreidingsgebiedjes. Omdat het ook voor mensen erg geïsoleerd is zijn sommige soorten pas zeer recent beschreven, of wordt er nog gewerkt aan de formele wetenschappelijke beschrijving (bijv de Mantaro Wren en Mantaro Thornbird).

Nog zo’n “eiland” van endemische soorten dat we bezoeken is Bosque Unchog; een geïsoleerd stuk bos op 3700m waar vier soorten voorkomen die alleen hier worden gezien.

Na een uitdagende steile rit omhoog beginnen we onze zoektocht in de stralende zon maar het duurt niet lang voordat de eerste wolken uit het dal omhoog klimmen en we de rest van de dag in de mist en regen lopen. Vogels vinden is bijna onmogelijk zo en na een lange dag moeten we genoegen nemen met maar één van de 4 targets (Bay-vented Cotinga).

Na een nacht in de auto slapen (waarbij het niet helpt dat we allebei nog last hebben van een voedselvergiftiging) is het de volgende ochtend niet veel beter qua weer maar hervatten we de zoektocht. Één soort willen we liever zien dan alle andere bij elkaar: de Golden-backed Mountain-Tanager. Deze “Gouden Koning” van de berg is een van de meest aansprekende soorten van Centraal Peru maar lijkt ons nu door de vingers te glippen. Na nog een keertje opwarmen/schuilen in de auto gaan we voor een laatste ronde op zoek. We vinden een flock (groep) vogels in de mist en na ingespannen zoeken ziet Rob opeens de Mountain-Tanager vliegen. Ondanks de mist is zijn gele kleur zo fel dat hij wel licht lijkt te geven. Blij na een korte maar goede waarneming lopen we verder als we opeens nog 3 Golden-backed Mountain-Tanagers vinden die ditmaal een fantastisch show geven, wauw!

We vertrekken bij Bosque Unchog met maar de helft van de targets maar dolblij met deze top waarneming van de Gouden Koning. We komen nog wel een keer terug, want het is een fantastische plek.

Inmiddels zijn we weer in Lima en kijken terug op twee hele gave maar ook wel ruige vogelweken (we zijn de tel kwijt geraakt hoeveel uur we over smalle bergweggetjes hebben gehobbeld). Maar Peru zijn we voorlopig nog niet zat, nu door naar Tarapoto waar we de komende 5 dagen aan de oostkant van de Andes in het laagland verder vogelen.

Update 33: Overstromingen in de woestijn

Van Santiago vliegen we naar Arica, een woestijnstad van ruim 200 duizend inwoners helemaal in het noorden van Chile. Dit gebied is een van de droogste plekken op aarde (gemiddelde regenval 0,7mm per jaar) maar in de dagen voor ons vertrek is op het nieuws dat er het heeft geregend en er nog meer regen wordt verwacht.

We hadden voor de 5 dagen dat we hier zijn een kleine Toyota Yaris gereserveerd maar bij de autoverhuur wordt verteld dat veel wegen de bergen in slechter begaanbaar zijn dan normaal. Het contrast kan niet groter: in plaats van met een Yaris rijden we met een Toyota Hilux weg.

Rond Arica zijn twee interessante vogelgebieden: de oase-valleien aan de kust en de Andes 100 kilometer het binnenland in.

We beginnen in de oase-valleien: water uit de bergen heeft diepe valleien uitgesleten in de woestijn waarbij het water de valleibodem groen houdt terwijl de valleiwanden bij de woestijn horen.

In de eerste vallei die we bezoeken is al snel duidelijk dat het veel natter is dan normaal. De weg die we willen rijden door de Camarones vallei is al na een paar kilometer onbegaanbaar en ook met laarzen komen we niet veel verder. Uiteindelijk “kost” het ons hier gelukkig maar één soort en vinden we de belangrijkste targets op de nog wel begaanbare delen; Peruvian Sheartail, Oasis Hummingbird en de range restricted Chilean Woodstar en Tamarugo Conebill.

Het tweede deel van ons bezoek richten we ons op NP Lauca; een uitgestrekt berglandschap tussen de 3500-4500 meter hoog. De weg omhoog is ook de doorgaande route voor vrachtverkeer naar Bolivia en tussen de langzaam omhoog kruipende lorries door beginnen we aan de klim. De lucht is alweer erg donker en het duurt niet lang of het begint te regenen, een erg raar gezicht om door een natte woestijn te rijden. De Hilux komt ook goed uit als er op verschillende plekken al modderrivieren over de weg ontstaan.

We komen aan in het Andes dorpje Putre en alle vogelplannen die we nog hadden kunnen we vergeten aangezien het de laatste 5 uur van de dag (en ook nog ‘s nachts) heel hard regent.

De volgende dag rijden we over een verlaten weg verder omhoog. Kennelijk is de weg door de regenval aan beide kanten afgesloten en is al het verkeer van en naar Bolivia (ruim 500 vrachtwagens per dag) platgelegd. Nu hopen dat hij op tijd voor ons weer open zal gaan maar voor deze dag is het vooral genieten van een fantastisch mooi landschap dat we helemaal voor onszelf hebben!

We zien heel veel hooggebergte soorten; o.a. Diademed Sandpiper-Plover (voor de derde keer deze trip), Puna Ground-tyrant, Lesser Rhea, White-throated Sierra-finch, Black Siskins en na strategisch zoeken 3 hele mooie Puna Tinamous. Maar de soort die we het hardste zoeken (en al op meerdere plekken gemist hebben) is de Rufous-bellied Seedsnipe. Op onze laarzen zoeken we uren lang de groene bofedales (drassige stukken) af, wat zwaar lopen is op 4500 meter. Pas aan het eind van de tweede ochtend, als we besluiten toch nog een extra vallei te gaan doorzoeken, is het raak en vinden we een paartje Seedsnipes die zich gelukkig uitgebreid laten bekijken, sweet victory!

Inmiddels zien we dat de vrachtwagens weer zijn gaan rijden vanuit Bolivia wat er op duidt dat de weg weer open is. Onderweg naar beneden komen we erachter dat de schade aan de weg aanzienlijk is. Op meerdere punten is het asfalt volledig weggevaagd en op andere plekken ligt er tot wel een meter hoog puin en uitgestroomde modder overheen. Meerdere keren moeten we lang wachten als er nog hard gewerkt wordt aan een alternatieve route.

Als we eenmaal door de knelpunten heen zijn en het laatste stuk richting Arica rijden is het duidelijk dat de ellende voor de vrachtwagens nog lang niet voorbij is. Kilometers lang rijden we langs de file de andere kant op (honderden vrachtwagens die hier nog wachten) terwijl er lager nog eens honderden alweer worden tegengehouden omdat de weg de drukte nog niet aan kan. We zijn duidelijk door het oog van de naald gekropen en zijn erg dankbaar voor de minimale impact die de overstromingen uiteindelijk hebben gehad op onze trip!

Vanuit Arica zijn we inmiddels de grens over gestoken naar Peru waar we vanuit Tacna naar Lima zijn gevlogen om een nieuw avontuur te beginnen in de bergen van Centraal Peru.

Update 32: Niet gestrand op Robinson Crusoe

Op ongeveer 700km voor de kust van Chili ligt de eilandengroep Juan Fernandez. Wij bezoeken hiervan het meest toegankelijke eiland; Isla Robinson Crusoe. Dit is de plek waar Alexander Selkirk in 1704 voor ruim 4 jaar als cast away doorbracht en wiens verhaal daarna als bron van inspiratie heeft gediend voor het boek Robinson Crusoe.

Twee keer per week vliegt Aerocardal naar het eiland met een klein vliegtuigje. Samen met 4 andere passagiers vertrekken we vanaf Santiago en ruim 2 uur later zien we beneden ons de steile rotsen van het eiland uit de oceaan opdoemen. Het is een wonder dat er nog een landingsbaan past op het eiland maar bovenop de kliffen is hier een keurig vliegveldje aangelegd en met een paar schommelingen door de harde wind komen we ruimschoots voor het einde van de baan tot stilstand.

Van het vliegveld naar het enige dorpje op het eiland is geen weg (er gaat alleen een voetpad dat 6 uur lopen betekent) dus stappen we over in een bootje die ons in 1,5 uur varen naar de andere kant van het eiland brengt. De huizen liggen in de beschutting van de baai met aan de achterkant stijle groene pieken die honderden meters de lucht in gaan en waar continu wat wolken en mistflarden omheen hangen.

Robinson Crusoe heeft twee endemen: de Juan Fernandez Firecrown en de Juan Fernandez Tit-Tyrant. Hoe deze twee kleine vogels ooit de oversteek hebben gemaakt over 700km oceaan om zich hier te vestigen is iets waar we ons meerdere keren over verwonderen. In de ochtend klimmen we omhoog achter het dorp tot we ons midden tussen de oorspronkelijke planten en bomen van het eiland bevinden (het eiland heeft meer dan 200 endemische plantensoorten).

Hier vinden we best veel Tit-Tyrants en een aantal Juan Fernandez Firecrowns waaronder een baltsend paartje. Het bijzondere aan deze kolibrie is dat het mannetje en vrouwtje een totaal ander uiterlijk hebben waardoor men eerst dacht dat het twee verschillende soorten waren; het mannetje is helemaal oranje terwijl het vrouwtje een witte buik en staart, groene rug met blauw voorhoofd heeft.

De oceaan rondom het eiland is minstens zo interessant voor vogels als het land. Met een lokale bootbezitter hebben we de afspraak gemaakt voor een 4-uur durende pelagic. Op de eerste dag kan deze niet doorgaan vanwege de harde wind maar dag 2 is het zover; met een bak vol stinkende vis om de vogels te verleiden varen we de haven uit.

Vanuit de baai hebben we met de telescoop al gezien dat er veel zeevogels een stukje buiten de baai bogen en als we dichterbij komen is het minstens zo gaaf als we hadden gehoopt; het duurt niet lang voordat er tientallen Juan Fernandez Petrels met hoge snelheden vlak langs de boot scheren.

In de uren daarna blijven de aantallen vogels hoog en zien we ook grote groepen Pink-footed Shearwaters, verschillende Kermadec Petrels, 3 keer een De Filippi’s Petrel en tot wel 5 keer de kleinere White-bellied Storm Petrel die langs de boot komt dartelen. Met ook nog een aantal Black-browed Albatrosses en Giant Petrels was de tocht de (lichte) zeeziekte meer dan waard.

De laatste ochtend is het gelukkig ook rustig qua weer want het gebeurt regelmatig dat de vlucht vanwege weersomstandigheden met een dag of wat wordt vertraagd. Het komt ook voor de eilanders wel goed uit want vandaag is het eiland in de ban een minister die op deze dag naar het eiland komt en waardoor duidelijk van alles in gereedheid wordt gebracht en schoongemaakt. Het levert ons wat vertraging op voor onze terugvlucht maar ook weer mooi inkijkje in het leven van een kleine eiland gemeenschap (op Robinson Crusoe wonen ongeveer 700 mensen). Met een glimlach op ons gezicht verlaten we deze mooie plek.

Update 31: Kan iemand de wind uitzetten?

Op de vlaktes van Patagonië is de wind nooit ver te zoeken. ‘s Morgens begint het vaak nog rustig maar gedurende de dag trekt het al snel aan tot stormachtige proporties. Niet ideaal voor het zoeken van vogels die zich in het wuivende gras bevinden. De groepen grazende Guanacos (verwanten van de lama) laten zich daarentegen wel makkelijk zien.

Vanuit de auto kun je met deze wind een stuk makkelijker zoeken dan lopend en rustig rijdend en scannend over verlaten dirt roads zien we verschillende Lesser Rheas (de Zuid-Amerikaanse versie van de struisvogel), White-bridled Finches, Tawny-throated Dotterels en een Rufous-chested Plover. Waar dit landschap voor mensen een flinke uitdaging is om te wonen zijn deze vogels hier duidelijk in hun element.

Na een bezoek aan Torres del Paine steken we de grens over naar Argentinië en nemen in El Calafate afscheid van Jan en Lia, maar niet voordat we een bezoek hebben gebracht aan de enorme gletsjer die hier uit de Andes het meer in komt zetten. De ijsmassa beweegt met 2 meter per dag waardoor er continu kleine en grote brokken afvallen die met een flinke klap het water in komen, een schouwspel wat niet snel gaat vervelen.

Van El Calafate is het nog ruim 1700 kilometer tot waar we de grens met Chili weer oversteken en dit gehele gebied rijden we door extreem lege en droge landschappen met de altijd aanwezige wind. Hier wonen maar weinig vogels en toch is dit de plek waar we op zoek gaan naar het broedgebied van de Hooded Grebe; een van de zeldzaamste futen ter wereld die in 1974 is ontdekt en op dit moment zwaar bedreigd is met uitsterven. Ze broeden op kleine meertjes op stenige hoogvlakte plateaus en onze hoop is gevestigd op het Strobel Plateau waar we van een aantal recente waarnemingen weten.

Van de hoofdweg slaan we een dirt road in en even later nog weer een smalle zijweg die steeds steniger wordt en het twee uur duurt om 50km af te leggen. De wind buldert tegen de auto als we op de plek komen wat het lopen en scannen van de meertjes niet makkelijk maakt. Pas bij de laatste bocht van het meer is het raak en zwemt er één sierlijke Hooded Grebe tussen de algemenere Silvery Grebes. Best ver weg maar met de telescoop goed te bekijken. Wat een opluchting, deze wilden we absoluut niet missen en de gedachte om nog op meer plekken op het plateau te gaan zoeken was niet heel aantrekkelijk.

Inmiddels zijn we weer in Chili, terug de warme zomer in waarbij de wind weer een aangenaam briesje te noemen is. Komende dagen rijden we verder naar het noorden naar Santiago om het rondje te eindigen waar we 2 maanden geleden begonnen.

Update 30: Familie weerzien in Vuurland

Ushuaia is de meest zuidelijke stad van de wereld (volgens de Argentijnen), in de punt van Zuid-Amerika; hier eindigt de Pan-American highway (ruim 17 duizend kilometer vanuit Alaska) en vertrekken er in deze tijd van het jaar dagelijks meerdere boten naar Antartica. Bij het vliegveld halen we Jan en Lia op (de ouders van Rob) die ons de komende 10 dagen zullen vergezellen op een rondje door het zuidelijkste deel van Chili en Argentinië.

We starten in de bergen direct achter Ushuaia. Dit zijn de laatste kammen van de Andes waar op veel pieken het hele jaar door sneeuw ligt. De target is vandaag de White-bellied Seedsnipe; een zeldzame vogel die broedt op de mossige steenhellingen boven de boomgrens. Bij de Garibaldi Pas klimmen we omhoog tussen de bomen (het is even zoeken want er is hier geen pad) maar dan staan we in het juiste habitat. Met het team nu 4 man sterk kunnen we goed verspreiden en alle hellingen afzoeken. De vogels hebben zo’n goede schutkleur dat je ze pas van dichtbij opmerkt. Struinend door het enorme gebied wordt al snel duidelijk dat we een speld in een hooiberg zoeken. Op de valreep is het toch raak; alweer bijna terug bij bij de afdaling vinden we een adult met 2 jongen op een puinhelling, wat een geluk!

De dag daarna verkennen we de andere kant van Ushuaia met boottocht het Beagle kanaal op. Het is flink koud met harde wind maar we hebben ons warm aangekleed en terwijl de meeste toeristen warm binnen zitten genieten wij op het bovendek van de langszijlende albatrossen (Black-browed Albatross) en Southern Giant Storm-Petrels.

Na 2.5 uur varen komen we bij een eilandje in het kanaal dat helemaal vol staat met pinguïns: honderden Magellanic Penguïns met holen verspreid over de heuvel, een parmantige groep Gentoo Penguïns (de meest noordelijke populatie) en als hoogtepunt een paartje King Penguïns op het strand. Met hun statige figuur en het fel-geel met grijs en zwarte kleed is deze laatste toch wel een van de mooiste pinguïns die er is.

We vervolgen onze weg op Tierra del Fuego (Vuurland) naar de Chileense kant, wat veel meer uit heuvels en graslanden bestaat. Vanuit het kleine stadje Porvenir gaan we op zoek naar de Magellanic Plover, een op een plevier lijkende soort die leeft op kiezelstranden van de meren in het zuiden van Patagonië en die na onderzoek een totaal eigen familie bleek te zijn. Tijdens het struinen langs de oever zien we eerst een aantal andere soorten zoals de Cinnamon-bellied Ground-Tyrant, Patagonian Yellow-Finch en Short-billed Miner. Maar het duurt niet lang voor we ook een paartje Magellanic Plovers vinden die zich van erg dichtbij laten bekijken en heel mooi hun knalroze poten showen.

Inmiddels hebben we Tierra del Fuego weer verlaten en zijn we doorgereisd richting Torres del Paine, maar daarover meer in de volgende blog.

Update 29: Zuidwaarts naar Patagonië!

We zijn alweer ruim een maand in Argentinië en hebben het land nu van verschillende kanten leren kennen: zo kun je bij Parilla’s de Argentijnse kunsten van het vleesgrillen proeven, maar moet je niet verwachten dat je voor 20:00 terecht kan in een restaurant, koop je brood vaak per gewicht en is geld opnemen altijd een gedoe (lange rijen, pinautomaten die leeg zijn, variërende extra kosten etc). Maar bovenal is het een erg relaxt land waar mensen graag een praatje maken en de liefde voor voetbal nergens ontbreekt.

Vanuit Buenos Aires volgen we de kust richting het zuiden: Eerst bestaat het landschap vooral nog uit graslanden en natte moerassige stukken. Qua uitzicht is het een beetje saai maar we zijn erg blij als we op eerste kerstdag de zeer gewilde South American Painted-snipe vinden (zelfs 6 exemplaren die een klein stukje voor ons over de modder scharrelen).

De dagen daarna wordt het landschap steeds droger tot we op de uitgestrekte Patagonische steppen komen (anders dan ik vooraf dacht beginnen deze al halverwege Argentinië naar het zuiden). Dat ook de vogels en dieren nu niet meer subtropisch zijn maar al veel meer een link met Antarctische zuiden hebben merken we als we aankomen bij het Valdes Peninsula; een enorm schiereiland waar een rondje rijden meteen een rit van 250km over dirt roads is. Op verschillende plekken langs de kust zijn hier kolonies van zeeleeuwen en zeeolifanten en het is de enige plek ter wereld waar Orka’s regelmatig het strand op komen om met een verrassingsaanval een zeeleeuw van het strand te grijpen (helaas zien we dit niet maar een weekje voor ons bezoek waren er nog 10 orka’s gezien).

Bij een zeeleeuw kolonie vinden we een groepje Snowy Sheathbills (Zuidpoolkippen), langs de kustlijn vliegen Giant Petrels op en neer maar de leukste vogels zijn de Megallanic Penguins die hier in grote aantallen broeden – een pinguïn is altijd leuk (de website heet niet voor niets penguinbirding) maar deze laat zich ook nog eens uitgebreid van dichtbij bekijken.

Door een eindeloos leeg landschap rijden we de dagen daarna 2019 tegemoet en eindigen we in Rio Gallegos voor een klein Oud & Nieuw feestje op de hotelkamer (alles is verder dicht). Wat een jaar is het geweest! Een jaar waarin we allebei onze 5000ste soort ter wereld maar ook onze 6000ste soort zagen, een jaar met zoveel verschillende landen en avonturen dat we zelf af en toe de tel kwijt raken, en een jaar waarin we meer dan ooit gemerkt hebben wat een sterk team we samen zijn.

Gelukkig nieuwjaar en op naar alle avonturen van 2019!!

Update 28: Capibara feestje

Vanuit de Andes rijden we naar het oosten de vlakte in tot aan de grens met Paraguay. Na de bergen is het weer even wennen aan het hete laagland en de hele dag zweten met muggen. Het is een flink stuk rijden maar in deze uithoek van het land ligt het Parque Nacional Iberá; een enorm gebied van eindeloze natte graslanden, meren en moerassen waar grote hoeveelheden (water)vogels leven samen met zoetwater krokillen en Capibara’s – een soort hele grote zwemmende cavia’s.

Als eerste verkennen we een dirttrack die aan de noordkant het gebied in loopt en kilometers lang door het moeras slingert. De auto is op dit soort momenten een ideale schuilhut om alles van dichtbij te kunnen bekijken en bijvoorbeeld de Southern Screamers (een nieuwe familie!) laten zich tot op een paar meter benaderen. De Capibaras zijn vaak zelfs zo dichtbij dat we moeite moeten doen om ze van de track te krijgen om verder te kunnen rijden…

Naast de Ibera seedeater (een pas recent geschreven soort maar verder wel een beetje saai) is de belangrijkste target de Strange-tailed Tyrant. We zien de Tyrant eerst al meerdere keren op het logo van het park afgebeeld maar als we ze daarna in het echt vinden stelt hij zeker niet teleur; zoals de naam doet vermoeden hebben de mannetje een rare lange staart die achter hen aan wappert terwijl ze vliegen of hoog in een grasstengel gaan zitten.

Na een hete en winderige dag zien we vanuit oosten een enorm front aankomen en gaat de wind over tot bijna storm gevolgd door heel veel regen. De temperatuur daalt binnen een uur misschien wel 15 graden en ook de hele nacht en de volgende ochtend regent het stevig door.

Voor vogels kijken is dit niet ideaal maar nog vervelender is dat alle wegen in dit gebied zijn gemaakt van (harde) aangestampte modder en met deze hoeveelheid water alles verandert in één grote blubber bende. Vanuit het dorpje midden in Iberá waar we slapen is het nog bijna 100km tot het asfalt en al glibberend en slippend wordt het een lange tocht. Gelukkig hebben we een 4WD en goede ruitenwissers om de constante bruine douche en modderkluiten die tot over het dak komen een beetje te verwerken.

Komende dagen rijden we richting Buenos Aires en vinden we hopelijk onderweg een goede car wash om dit Capibara uiterlijk er weer een beetje af te krijgen.

Update 27: Steeds weer andere Andes

Van Mendoza zijn we inmiddels naar het noorden gereisd tot aan de grens met Bolivia. We volgen continue de Andes en die zijn hier weer totaal anders is dan in Chili. De bergen zijn vooral heel afwisselend en bijna elke dag komen we door meerdere totaal uiteenlopende landschappen; van droge Monte Desert bij Mendoza, motregen op de Cordoba hoogvlakte, groene Yungas bossen, droge cactus valleien en hoogvlaktes en passen op meer dan 3500m hoogte.

Al die verschillende soorten habitat hebben ook steeds weer andere vogelsoorten waaronder een aantal zeer “range restricted” (soorten die op maar één klein gebied ter wereld voorkomen). Hieronder een vijftal voorbeelden van afgelopen week:

1. Monte Yellow Finch: Komt in een aantal Monte Dessert valleien van Argentinië voor en migreert daartussen van winter op zomer.

2. Olrog Cinclode: Samen met de Cordoba Cinclode beperkt tot de hoogvlakte bij Cordoba.

3. Salinas Monjita: Komt voor in de lage scrub rond grote zoutmeren in NW Argentië, wordt eigenlijk alleen gezien bij Lago Salina Grande.

4. Yellow-striped Brush-Finch: Leeft in dichte struiken op groene Yungas hellingen in Noord Argentinië.

5. Horned Coot; Broedt op hoogvlakte meren in Noord Argentië en aangrenzend Chili waaronder Lago Pozuelo, een groot meer op 3700m. Het water wat hier op de grote hoogvlakte samenkomt is een drukte van jewelste met duizenden flamingo’s (Andean, Chilean en Puna Flamingo) maar daartussen vinden we met de telescoop een mooi paartje Horned Coot met 2 jongen.

Als we net een beetje gewend beginnen te raken aan het zuurstof gebrek op deze hoogte is het tijd om de bergen weer te verlaten. Komende maanden zullen we meerdere keren terugkeren naar de Andes; eerst in het zuiden van Argentie, meerdere plekken in Chili, centraal Peru en tot slot in Colombia. Dit soort ruige bergen met gave hooglandsoorten gaan gelukkig nooit vervelen.