Update 30: Familie weerzien in Vuurland

Ushuaia is de meest zuidelijke stad van de wereld (volgens de Argentijnen), in de punt van Zuid-Amerika; hier eindigt de Pan-American highway (ruim 17 duizend kilometer vanuit Alaska) en vertrekken er in deze tijd van het jaar dagelijks meerdere boten naar Antartica. Bij het vliegveld halen we Jan en Lia op (de ouders van Rob) die ons de komende 10 dagen zullen vergezellen op een rondje door het zuidelijkste deel van Chili en Argentinië.

We starten in de bergen direct achter Ushuaia. Dit zijn de laatste kammen van de Andes waar op veel pieken het hele jaar door sneeuw ligt. De target is vandaag de White-bellied Seedsnipe; een zeldzame vogel die broedt op de mossige steenhellingen boven de boomgrens. Bij de Garibaldi Pas klimmen we omhoog tussen de bomen (het is even zoeken want er is hier geen pad) maar dan staan we in het juiste habitat. Met het team nu 4 man sterk kunnen we goed verspreiden en alle hellingen afzoeken. De vogels hebben zo’n goede schutkleur dat je ze pas van dichtbij opmerkt. Struinend door het enorme gebied wordt al snel duidelijk dat we een speld in een hooiberg zoeken. Op de valreep is het toch raak; alweer bijna terug bij bij de afdaling vinden we een adult met 2 jongen op een puinhelling, wat een geluk!

De dag daarna verkennen we de andere kant van Ushuaia met boottocht het Beagle kanaal op. Het is flink koud met harde wind maar we hebben ons warm aangekleed en terwijl de meeste toeristen warm binnen zitten genieten wij op het bovendek van de langszijlende albatrossen (Black-browed Albatross) en Southern Giant Storm-Petrels.

Na 2.5 uur varen komen we bij een eilandje in het kanaal dat helemaal vol staat met pinguïns: honderden Magellanic Penguïns met holen verspreid over de heuvel, een parmantige groep Gentoo Penguïns (de meest noordelijke populatie) en als hoogtepunt een paartje King Penguïns op het strand. Met hun statige figuur en het fel-geel met grijs en zwarte kleed is deze laatste toch wel een van de mooiste pinguïns die er is.

We vervolgen onze weg op Tierra del Fuego (Vuurland) naar de Chileense kant, wat veel meer uit heuvels en graslanden bestaat. Vanuit het kleine stadje Porvenir gaan we op zoek naar de Magellanic Plover, een op een plevier lijkende soort die leeft op kiezelstranden van de meren in het zuiden van Patagonië en die na onderzoek een totaal eigen familie bleek te zijn. Tijdens het struinen langs de oever zien we eerst een aantal andere soorten zoals de Cinnamon-bellied Ground-Tyrant, Patagonian Yellow-Finch en Short-billed Miner. Maar het duurt niet lang voor we ook een paartje Magellanic Plovers vinden die zich van erg dichtbij laten bekijken en heel mooi hun knalroze poten showen.

Inmiddels hebben we Tierra del Fuego weer verlaten en zijn we doorgereisd richting Torres del Paine, maar daarover meer in de volgende blog.

Update 29: Zuidwaarts naar Patagonië!

We zijn alweer ruim een maand in Argentinië en hebben het land nu van verschillende kanten leren kennen: zo kun je bij Parilla’s de Argentijnse kunsten van het vleesgrillen proeven, maar moet je niet verwachten dat je voor 20:00 terecht kan in een restaurant, koop je brood vaak per gewicht en is geld opnemen altijd een gedoe (lange rijen, pinautomaten die leeg zijn, variërende extra kosten etc). Maar bovenal is het een erg relaxt land waar mensen graag een praatje maken en de liefde voor voetbal nergens ontbreekt.

Vanuit Buenos Aires volgen we de kust richting het zuiden: Eerst bestaat het landschap vooral nog uit graslanden en natte moerassige stukken. Qua uitzicht is het een beetje saai maar we zijn erg blij als we op eerste kerstdag de zeer gewilde South American Painted-snipe vinden (zelfs 6 exemplaren die een klein stukje voor ons over de modder scharrelen).

De dagen daarna wordt het landschap steeds droger tot we op de uitgestrekte Patagonische steppen komen (anders dan ik vooraf dacht beginnen deze al halverwege Argentinië naar het zuiden). Dat ook de vogels en dieren nu niet meer subtropisch zijn maar al veel meer een link met Antarctische zuiden hebben merken we als we aankomen bij het Valdes Peninsula; een enorm schiereiland waar een rondje rijden meteen een rit van 250km over dirt roads is. Op verschillende plekken langs de kust zijn hier kolonies van zeeleeuwen en zeeolifanten en het is de enige plek ter wereld waar Orka’s regelmatig het strand op komen om met een verrassingsaanval een zeeleeuw van het strand te grijpen (helaas zien we dit niet maar een weekje voor ons bezoek waren er nog 10 orka’s gezien).

Bij een zeeleeuw kolonie vinden we een groepje Snowy Sheathbills (Zuidpoolkippen), langs de kustlijn vliegen Giant Petrels op en neer maar de leukste vogels zijn de Megallanic Penguins die hier in grote aantallen broeden – een pinguïn is altijd leuk (de website heet niet voor niets penguinbirding) maar deze laat zich ook nog eens uitgebreid van dichtbij bekijken.

Door een eindeloos leeg landschap rijden we de dagen daarna 2019 tegemoet en eindigen we in Rio Gallegos voor een klein Oud & Nieuw feestje op de hotelkamer (alles is verder dicht). Wat een jaar is het geweest! Een jaar waarin we allebei onze 5000ste soort ter wereld maar ook onze 6000ste soort zagen, een jaar met zoveel verschillende landen en avonturen dat we zelf af en toe de tel kwijt raken, en een jaar waarin we meer dan ooit gemerkt hebben wat een sterk team we samen zijn.

Gelukkig nieuwjaar en op naar alle avonturen van 2019!!

Update 28: Capibara feestje

Vanuit de Andes rijden we naar het oosten de vlakte in tot aan de grens met Paraguay. Na de bergen is het weer even wennen aan het hete laagland en de hele dag zweten met muggen. Het is een flink stuk rijden maar in deze uithoek van het land ligt het Parque Nacional Iberá; een enorm gebied van eindeloze natte graslanden, meren en moerassen waar grote hoeveelheden (water)vogels leven samen met zoetwater krokillen en Capibara’s – een soort hele grote zwemmende cavia’s.

Als eerste verkennen we een dirttrack die aan de noordkant het gebied in loopt en kilometers lang door het moeras slingert. De auto is op dit soort momenten een ideale schuilhut om alles van dichtbij te kunnen bekijken en bijvoorbeeld de Southern Screamers (een nieuwe familie!) laten zich tot op een paar meter benaderen. De Capibaras zijn vaak zelfs zo dichtbij dat we moeite moeten doen om ze van de track te krijgen om verder te kunnen rijden…

Naast de Ibera seedeater (een pas recent geschreven soort maar verder wel een beetje saai) is de belangrijkste target de Strange-tailed Tyrant. We zien de Tyrant eerst al meerdere keren op het logo van het park afgebeeld maar als we ze daarna in het echt vinden stelt hij zeker niet teleur; zoals de naam doet vermoeden hebben de mannetje een rare lange staart die achter hen aan wappert terwijl ze vliegen of hoog in een grasstengel gaan zitten.

Na een hete en winderige dag zien we vanuit oosten een enorm front aankomen en gaat de wind over tot bijna storm gevolgd door heel veel regen. De temperatuur daalt binnen een uur misschien wel 15 graden en ook de hele nacht en de volgende ochtend regent het stevig door.

Voor vogels kijken is dit niet ideaal maar nog vervelender is dat alle wegen in dit gebied zijn gemaakt van (harde) aangestampte modder en met deze hoeveelheid water alles verandert in één grote blubber bende. Vanuit het dorpje midden in Iberá waar we slapen is het nog bijna 100km tot het asfalt en al glibberend en slippend wordt het een lange tocht. Gelukkig hebben we een 4WD en goede ruitenwissers om de constante bruine douche en modderkluiten die tot over het dak komen een beetje te verwerken.

Komende dagen rijden we richting Buenos Aires en vinden we hopelijk onderweg een goede car wash om dit Capibara uiterlijk er weer een beetje af te krijgen.

Update 27: Steeds weer andere Andes

Van Mendoza zijn we inmiddels naar het noorden gereisd tot aan de grens met Bolivia. We volgen continue de Andes en die zijn hier weer totaal anders is dan in Chili. De bergen zijn vooral heel afwisselend en bijna elke dag komen we door meerdere totaal uiteenlopende landschappen; van droge Monte Desert bij Mendoza, motregen op de Cordoba hoogvlakte, groene Yungas bossen, droge cactus valleien en hoogvlaktes en passen op meer dan 3500m hoogte.

Al die verschillende soorten habitat hebben ook steeds weer andere vogelsoorten waaronder een aantal zeer “range restricted” (soorten die op maar één klein gebied ter wereld voorkomen). Hieronder een vijftal voorbeelden van afgelopen week:

1. Monte Yellow Finch: Komt in een aantal Monte Dessert valleien van Argentinië voor en migreert daartussen van winter op zomer.

2. Olrog Cinclode: Samen met de Cordoba Cinclode beperkt tot de hoogvlakte bij Cordoba.

3. Salinas Monjita: Komt voor in de lage scrub rond grote zoutmeren in NW Argentië, wordt eigenlijk alleen gezien bij Lago Salina Grande.

4. Yellow-striped Brush-Finch: Leeft in dichte struiken op groene Yungas hellingen in Noord Argentinië.

5. Horned Coot; Broedt op hoogvlakte meren in Noord Argentië en aangrenzend Chili waaronder Lago Pozuelo, een groot meer op 3700m. Het water wat hier op de grote hoogvlakte samenkomt is een drukte van jewelste met duizenden flamingo’s (Andean, Chilean en Puna Flamingo) maar daartussen vinden we met de telescoop een mooi paartje Horned Coot met 2 jongen.

Als we net een beetje gewend beginnen te raken aan het zuurstof gebrek op deze hoogte is het tijd om de bergen weer te verlaten. Komende maanden zullen we meerdere keren terugkeren naar de Andes; eerst in het zuiden van Argentie, meerdere plekken in Chili, centraal Peru en tot slot in Colombia. Dit soort ruige bergen met gave hooglandsoorten gaan gelukkig nooit vervelen.

Update 26: Tweede helft van start in Zuid-Amerika!

Sinds de vorige blog post zijn we via Tasmanië naar Chili gereisd en inmiddels doorgereisd naar Argentinië. Met de aankomst in het nieuwe werelddeel zijn we op de helft gekomen van onze wereldreis. Sinds we op 3 juni zijn vertrokken uit Amsterdam hebben we bijna 1000 nieuwe soorten gezien en staan onze wereldlijsten op 5732 (Helen) en 5928 (Rob). Na 6 maanden elke dag er op uit en vogels kijken kunnen we concluderen dat we het voorlopig nog niet zat zijn, en vooral heel veel zin hebben om de komende 6 maanden door te knallen in het meest soortenrijke werelddeel; Zuid-Amerika!

Wat bedoelt was als een mooie finale van het Australië rondje valt letterlijk een beetje in het water; de gehele 4 dagen Tasmanië hangt er een groot front boven het eiland waardoor het maar weinig droog is en onze tour met een klein vliegtuigje naar de Orange-bellied Parrots wordt gecanceld. Tussen de regen door vinden we vrij snel alle 12 endemen waardoor we de rest van de tijd kunnen besteden aan het voorbereiden van de volgende etappe (wat hard nodig is met zoveel nieuwe soorten).

Na een vlucht van 13 uur landen we in Santiago de Chili. De komende 9 weken gaan we een groot rondje rijden door Chili en Argentinië en de eerste dagen bewijzen al dat dit naast mooie vogels ook landschappelijk gezien een hele gave tocht gaat worden; Chili is bijna 4300km lang en erg smal waardoor je nooit ver verwijderd bent van de hoge Andes. Vlak achter Santiago rijden we dan ook in no time door een uitgestrekt en ruig berglandschap.

Wat op het eerste gezicht kale en onherbergzame hellingen lijken is in werkelijkheid het leefgebied van een enorme diversiteit aan vogels die zich hebben aangepast aan de hoogte. In de grassige stukken zitten Yellow-rumped Siskins en Greater Yellow Finches, op de rotsige stukken verschillende soorten Ground-Tyrants en Cinclodes terwijl boven ons hoofd de Andean Condors door de lucht zeilen.

De mooiste soorten vinden we als we nog hoger gaan tot de drassige vlaktes waar het smeltwater zich uit het sneeuw en ijs van de toppen heeft verzameld; hier vinden we meerdere baltsende Grey-breasted Seedsnipes en laat een paartje Diademed Sandplover zich fantastisch bekijken.

Na een paar dagen weer inkomen in het Spaans praten en al een goede selectie empanadas gegeten te hebben, reizen we door naar Argentinië. Via de pas richting Mendoza gaan we omhoog terwijl het landschap weer steeds ruiger wordt en we vlakbij de grens zelfs door een sneeuwbui rijden. Alle papieren zijn in orde en zonder veel gedoe komen we met onze huurauto door de douane. We zullen aan het eind van rondje weer terugkomen in Chili maar niet voordat we Argentinië hebben doorkruist van de grens met Bolivia tot aan Patagonië!

Update 25: Omhoog langs de groene kust

We hebben Australië leren kennen als een land met twee werelden; aan de ene kant de ruige lege outback, waar echte cowboys met hun koeien of schapen leven op enorme stukke grond, en waar je uren kunt rijden zonder iemand tegen te komen (anders dan kangoeroes of Emu’s). Maar aan de andere kant heeft Australië ook het druk bewoonde deel langs de zuid-oost kust wat er totaal anders uitziet; hier wonen de meeste Australiërs in een vruchtbare groene kuststrook van Melbourne tot Brisbane en rijden we tussen de frisgroene heuvels, dichte bossen en drukke dorpjes en steden met overal stoplichten. Na bijna 2 maanden in de leegte geweest te zijn is het even wennen om meermaals in de ochtendspits terecht te komen.

Ook de vogels zijn hier totaal anders met felgekleurde Australian King Parrots die krijsend tussen de bomen vliegen, Green Catbirds die miauwen vanuit de bladeren en Australian Logrunners en Wonga Pigeons die over de bodem scharrelen.

De meest bijzondere vogel is echter de Superb Lyerbird. Dit is een van de eerste zangvogels die ooit is ontstaan en die al die tijd heeft overleeft in het oeroude regenwoud wat door de tijd heen weinig veranderd is. Lopend tussen de varens die soms tot boven onze hoofden groeien en bomen die tientallen meters de hoogte in gaan is het eerste wat we horen de bizar luide zang; De Lyrebirds zijn instaat geluiden die ze om zich heen horen perfect te intimideren en al deze variaties aan elkaar te rijgen tot een luid en complex lied. Dit kan zelfs het geluid zijn van kettingzagen en camera’s zoals David Attenborough al jaren geleden in dit filmpje laat zien.

Naast zijn geluid is de Lyrebird ook uitgedost met een mooi verenkleed; Als een soort kruising tussen een fazant en een paradijsvogel heeft het mannetje hele lange getekende staartveren die hij achter zich aan zwiept terwijl hij de bosbodem omwoelt op zoek naar eten.

De groene bossen vormen een mooie afsluiting van onze rondrit van 2,5 maand over dit enorme continent. Begin september begonnen we het rondje in Brisbane en na 26.000km zijn we weer terug bij af (met zowaar geen enkele lekke band onderweg!). Het voelt gek om onze auto weer in te leveren en alle spullen terug in de rugzakken te pakken maar het is tijd voor de laatste etappe van het Australië avontuur: vandaag vliegen we naar Tasmanië!

Update 24: Heersers van de oceaan

Op verschillende plekken in ons Australië rondje tikken we de kustlijn aan. In Queensland en in Darwin zijn dit tropische wateren maar eenmaal in het zuiden kijken we uit over de woeste oceaan met grote golven die zo uit Antarctica komen rollen. Deze koude voedselrijke wateren in het zuiden (de Great Australian Bight en de Tasman Sea) zijn een belangrijk leefgebied voor zowel walvissen en zeevogels.

Bij Sydney krijgen we de kans om hier wat van mee te krijgen door een dag met een pelagic mee te gaan.

Om 6:30 staan we klaar in een haventje langs een van de armen van de Sydney baai. Het is de start van een mooie lentedag als de vissersboot binnenvaart. Vandaag zal de boot alleen geen vis gaan vangen maar gaan we samen met 15 vogelaars op zoek naar vogels die je vanaf land nooit te zien krijgt.

Terwijl we de baai uitvaren maken we kennis met de rest van de groep en is het snel duidelijk wie de lokale experts zijn die al meer dan 20 jaar deze boottochten organiseren. Elke boottocht kan zomaar iets zeldzaams opleveren dus wordt er veel gespeculeerd over wat we mogelijk kunnen gaan zien.

Om zeevogels te lokken gaan er 2 emmers visafval mee wat in brokjes en beetjes achter de boot wordt gegooid; met name de geur van visolie met stukken haaienlever kunnen vogels van kilometers afstand ruiken. Het duurt even als we de kust verlaten maar dan zien we de eerste Wedge-tailed Shearwaters achter de boot verschijnen.

De beste plek om zeevogels te vinden is waar er koud water vanuit de diepe oceaan omhoog komt wat heel voedselrijk is. Het eerste stuk zee bij Sydney is nog vrij ondiep maar 35km uit de kust verdwijnt de zeebodem in een dropoff; onzichtbaar vanaf boven water maar direct te merken aan de hoeveelheid vogels. “Incoming Albatross 3 o’clock!” Met krachtige slagen en dan weer honderden meters moeiteloos glijdend verschijnt de eerste Campbell Albatross. Wat een fantastisch mooie vogel!

De boot wordt stilgelegd (wat tot nog meer deining leidt en een hele uitdaging om staande te blijven). Maar het duurt niet lang voordat er overal vogels verschijnen en het lastig kiezen is waar je moet kijken. Tussen de Shearwaters verschijnen Grey-faced Petrels, een kleine Wilson’s Storm-Petrel trippelt langs terwijl er inmiddels verschillende soorten albatrossen rond de boot vliegen waaronder de Wandering Albatross; de vogel met de grootste spanwijdte ter wereld!

Dan vliegt er opeens een kleinere Petrel langs met een lichte onderkant. “Cooks Petrel!!” wordt er geroepen terwijl iedereen op de bewegende boot probeert de vogel in zijn verrekijker te krijgen. Dit is een hele zeldzame voor een Sydney pelagic en er zijn verschillende sterk gelijkende soorten. Rob is de enige die foto’s heeft kunnen maken in het snelle voorbij gaan wat helpt in de discussie die volgt.

Alhoewel onze magen af en toe een moeilijk moment hebben (de pilletjes werken gelukkig best goed) is het toch jammer en veel te snel dat we weer moeten omkeren en de terugtocht wordt ingezet. Het was hoe dan een super geslaagde dag met 4 soorten Albatross, 5 soorten Petrel, 5 soorten Shearwaters en een Storm-Petrel! Met zeebenen lopen we terug naar de auto en ook ‘s avonds in de tent deint de wereld nog een beetje. We staan nog op de reserve lijst voor een volgende pelagic, volgende week vanuit Brisbane dus nu maar dat hopen dat die doorgaat. Dit smaakt absoluut naar meer!

Update 23: Oh Plains Wanderer

Australië heeft een aantal vogelfamilies die uniek zijn voor het land: Mudnesters, Bristlebirds, Scrubbirds, Lyrebirds en de Plains Wanderer. Deze laatste familie bestaat maar uit één soort (meest nauw verwant zijn de Seedsnipes van Zuid-Amerika) en deze is extreem lastig om te vinden. Zoals zijn naam doet vermoeden is de Plains Wanderer nomadisch in uitgestrekte graslanden en daarnaast ook nog vooral ‘s nachts actief.

Normaal gesproken vinden we het het leukst om zelf de vogels te zoeken maar dat is in dit geval een onmogelijke opgave. Er is maar één man in Australië die weet waar je ze kunt vinden en dat is Phil; half cowbow, half vogelfanaat houdt Phil zich al sinds 1980 bezig met het opsporen van Plains Wanderers waarvoor hij er meerdere nachten per week op uit trekt. Al vanuit huis boeken we een plekje op een van zijn weekend tours vanuit Deniliquin maar de droogte waar we eerder al last blijkt alleen ook hier van grote invloed te zijn…

Dat belooft niet veel goeds dus licht gespannen staan we zaterdagochtend klaar op het vertrekpunt van de tour. In totaal zijn er 9 deelnemers verdeeld over twee jeeps; 3 Engelse wereldvogelaars, een echtpaar uit Adelaide, een fanatieke 14-jarige met zijn moeder en wij. Even wennen om met zo’n grote groep op stap te zijn maar het begint goed met Square-tailed Kite bij een nest en meerdere Superb Parrots.

Aan het eind van de middag rijden we naar de graslanden en bouwt de spanning verder op. Het is een mooie rustige dag en we hebben al een aantal soorten gezien die hij afgelopen weken niet had, zou dat de kans weer vergroten voor de Plains Wanderer?

Als de zon onder is gaat het echte werk beginnen: Beide jeeps hebben zowel aan de voorkant als aan de zijkanten enorme lampen waarmee we kriskras door de graslanden rijden hopend dat de spotlight een vogel vindt. Na een uur vinden we de eerste vogels; een groepje Banded Lapwings (steltlopers van de droge vlaktes) en even later een Eastern Barn Owl.

We vervolgen het rijden en scannen tot er over de walkie-talkie het nieuws komt dat de andere auto een Inland Dotterel heeft gevonden. Deze schaarse soort hebben we eindeloos gezocht langs de Birdsville track een paar weken geleden maar toen niet gevonden dus deze herkansing is zeer welkom!

Nu blijft alleen de Plains Wanderer nog over. Het succes van het eerste deel van de avond heeft de moed wat doen stijgen en met de woorden van Phil over de walkie-walkie “Let’s go and find that Plains Wanderer mate” begint de laatste zoektocht. We zoeken en rijden rondje na rondje door het gebied waar hij ze normaal ziet maar zonder resultaat (de paaltjes met lintjes die wijzen op eerdere waarnemingen zijn een pijnlijke herinnering). Het is na middernacht als de zoektocht wordt gestaakt en we verslagen aan de terugweg beginnen.

Van alle soorten in Australië is dit misschien wel de aller-pijnlijkste om te missen. Het is in ieder geval onze eerste echte grote dip van de reis. (Dippen is het niet zien, of missen van een soort in vogelaarstaal. Wat er de oorsprong van is weten we ook niet). Deze dip slaat ook meteen een deuk in onze ambitie om komende paar jaren alle families van de wereld compleet te krijgen. Als we dat willen zullen we nog een keer terug moeten komen naar Deniliquin en hopen dat Phil ze komende jaren blijft vinden.

Of was dat juist zo leuk aan vogels kijken? Dat er altijd nog iets over blijft wat je nog niet gezien hebt? Misschien komt dat gevoel over een paar dagen weer…

Update 22: Lente in het zuiden

We zijn aangekomen in de lente! South Australia heeft duidelijk een meer temperate klimaat en kent vier duidelijke seizoenen. Oktober is het midden van de lente en dat is te merken; aan de kust zijn overal bloemen en frisse blaadjes aan de bomen met een heerlijke temperatuur van ‘s nachts 10-15 graden wat overdag opwarmt tot rond de 30.

Ook voor de vogels is het duidelijk voorjaar met veel meer activiteit overdag en zingende mannetjes die hun territoria afbakenen. Zo zien en horen we overal Spotted Pardelotes (deze kleine vogels broeden in smalle tunnels in de grond) en reageert de Rufous Treecreeper heel fel als we in zijn gebied komen.

Ook de Emu papa’s zien we in de kust regio trots rondlopen met ieder een kleine kudde aan kleine pluizige Emu’s achter zich aan (mannetjes van deze soort dragen zorg voor de jongen tot wel 18 maanden). De Emu is de grootste vogel van Australië en hier in het zuiden een stuk algemener dan de enkeling die we in het noorden zagen. Wij zijn inmiddels groot fan van deze loopvogel en elke keer dat we ze onderweg tegenkomen is het een klein feestje (Vliegen kunnen ze niet maar lopen des te beter; een volwassen Emu gaat ongeveer 35km per uur hebben we een paar dagen geleden gemeten toen een vogel er voor koos eindeloos voor onze auto uit te blijven rennen op een smalle track)

Na een krappe week de kust naar het westen verkend te hebben vervolgen we onze weg oostwaarts richting de staat Victoria. Ook hier is het lente maar is er dusdanig weinig regen gevallen dat velden die normaal groen zijn er nog steeds dor en droog bijliggen (met uitzondering van alle wijngaarden en gazonnetjes die worden gesproeid).

Vogels hebben ook last van wegblijven van de regens en sommigen stellen zelfs het broedseizoen helemaal uit. De Malleefowl is zo’n voorbeeld; normaal gesproken in deze tijd van het jaar zijn ze bezig met het maken van grote natte bladerbergen waar ze hun eieren in begraven om ze door de warmte van het rottingsproces te laten uitbroeden. Natte bladeren zijn er momenteel niet en daarmee is er ook nog geen enkele actieve “Malleefowl mount” gezien dit jaar. Gelukkig voor ons is er een plan B en vinden we een stuk weg waar ze aan het einde van dag komen fourageren.

Komende week reizen we verder door de lente richting het oosten en gaan we zien welke impact de droogte nog gaat hebben op onze vogelplannen. De tijd lijkt erg snel te gaan (elke dag is Bird-Eat-Sleep-Repeat) maar we hebben nog een maand te gaan in Australië en de targetlijst belooft nog veel moois.

P.S. Voor wie sinds update 18 in spanning zat over de Grasswrens; we hebben ze inmiddels allemaal gezien! Hieronder de laatste die het rijtje voor deze route compleet maakt.

Update 21: Bijzondere ontmoetingen in the Middle of Nowhere

Door het meest afgelegen centrum van Australië lopen verschillende “Outback Tracks”; dirt roads die de spaarzame road houses en dorpjes verbinden door de eindeloze lege woestijn. We verkennen in het noord-oosten van South Australia drie van deze tracks; de Oodnadatta, Birdsville en Strezlecki track voor een paar van de meest zeldzame vogelsoorten van het continent en de meest ruige outback ervaring dat je hier kunt krijgen.

Het landschap is ondanks de leegte heel gevarieerd; stenige rotsen wisselen af met rode, witte en okergele heuvels, grassige hellingen en uitgestrekte gibber vlaktes. Gibber bestaat uit kleine steentjes en heeft als kenmerk te veranderen van kleur afhankelijk van welke kant het licht komt; van diep rood tot donker grijs (onderste 2 foto’s zijn op dezelfde plek gemaakt)

Na een paar honderd km over de Birdsville track komen we aan bij Mungarannee Roadhouse; een oude bar en hotel, mijlenver van de rest van de wereld, waarbij het wel lijkt of we een filmset binnen gaan: Achter de bar staat een oude baard die om 1 uur ‘s middags al flink bier aan het drinken en niet meer uit zijn woorden komt. De andere twee gasten zijn een Aussie die vertelt bezig te zijn met lopend van zuid naar noord Australië door te steken (hij loopt 40km per dag terwijl hij een kar met alle spullen voort trekt) en een schimmig figuur die duidelijk op de vlucht is voor iets en naar een plek zoekt om 2 weken onder te duiken. Vervreemd van alle bizarre gesprekken stappen we 2 uur later weer de hitte en de leegte in. Als we een dag later ook nog een Nederlander op de fiets tegenkomen is de set aan bijzondere ontmoetingen midden in de woestijn compleet.

We vervolgen onze weg richting Birdsville, waarbij er soms uren voorbij gaan zonder dat we überhaupt een vogel zien. De wind is ook flink opgestoken en met 38 graden en een kleine storm (plus dat het stikt van de vliegen) wordt het zoeken niet makkelijker. Gelukkig wordt ook hier ons doorzettingsvermogen beloond; we vinden ondanks de wind een heel mooi groepje Grey Grasswrens en hebben we veel geluk met Flock Bronzewing; deze zeldzame nomadische duif hadden we eigenlijk niet op gerekend maar zien we uiteindelijk heel mooi langs vliegen en zelfs nog even aan de grond.

De hoofdprijs van de outback bewaren we tot het laatst wanneer we 240km (enkele reis) de Strzelecki Track afreizen op zoek naar de Letter-winged Kite. Deze zwart-witte roofvogels jagen net als uilen vooral ‘s nachts en brengen het grootste deel van de dag door slapend in een boom. We weten dat er eind september nog 9 Kites zijn gezien in het gebied maar als we aankomen en meer dan 3 uur besteden aan alle bomen aflopen en speuren worden we toch een beetje zenuwachtig. De rest van de dag blijven we zoeken en posten maar zien we geen spoor van de vogels.

Er is een kans dat de Kites na hun nachtelijke jagen zijn aangekomen dus kamperen we vlakbij en vanaf het eerste licht in de ochtend maken we opnieuw een ronde langs alle bomen. Het is inmiddels 8 uur en langzaam verliezen we de hoop als Rob opeens een Kite ziet komen aanvliegen. Een golf van opluchting en blijdschap volgt als we deze waanzinnig mooie vogel vlak boven ons zien, een mega zeldzame soort en een fantastische afsluiting van ons Outback Tracks avontuur!!

Na meer dan 2000km dirtroad zijn we blij als we weer bij het asfalt aankomen, tijd voor een douche na al dat stof! De komende dagen rijden we kuststrook van South Australia binnen, waar het aanzienlijk dichter bevolkt is.