Update 17: Crossing Kangaroos & Cassowaries

Onze grote tour Down Under is begonnen! De komende 2,5 maand rijden we een heel groot rondje door Australië; Van Brisbane omhoog naar Cairns, dan doorsteken naar Darwin via Mount Isa, om vervolgens dwars door de outback naar beneden te rijden via Alice Springs naar Adelaide en dan via de oostkust langs Melbourne en Sydney weer omhoog naar Brisbane.

De afstanden zijn groot dus het betekent naast lekker vogels kijken ook heel veel uren in de auto zitten. Het is in Australië het begin van de lente maar als we omhoog rijden is het duidelijk dat een groot deel van de staat Queensland vooral een tropisch droog versus nat seizoen heeft en het nu heel droog is. Al in de eerste dagen zien we meerdere bosbranden en staan we ruim 2 uur in de file als een grote vlammenzee de snelweg oversteekt. De Australian Bustard, die normaal gesproken een lichte nek en buik heeft, lijkt door alle zwarte as haast een andere soort.

Het plan is om lekker veel in ons tentje te gaan slapen en met het aanschaffen van een brandertje, pannetjes en kampeerstoelen zijn we er helemaal klaar voor. Australiërs houden duidelijk ook van kamperen; overal zien we campers, caravans en vol uitgeruste 4x4s rijden (inclusief quadbikes en visboten die op aanhangers worden meegenomen). En via de populaire Australische app Wikicamps is het erg eenvoudig om aan het eind van de dag een mooi plekje te vinden voor de tent. Zo kamperen we bij Eungella midden in het Nationaal Park tussen de vogels en kangaroos terwijl er naast ons in beek twee Vogelbekdieren rustig naar voedsel duiken.

Belangrijke doelsoort voor de eerste week is de Southern Cassowary (broertje van de Northern die we eerder dit jaar in West Papua zagen). Rond Mission beach worden ze regelmatig gezien en staan er overal bordjes met waarschuwingen voor overstekende vogels. De dino-achtige reuzenvogels zijn alleen moeilijk voor te stellen in dit drukke toeristisch gebied waar constant auto’s met 80km/u over de brede asfaltwegen rijden.

Toch is het na een uurtje rijden en zoeken in het eerste licht raak; in de berm van de doorgaande weg loopt een paartje Cassowary die niet bepaald schuw zijn. Wat een indrukwekkende dieren! Even later steekt er eentje over waarvoor 3 passerende auto’s keurig afremmen alsof het een alledaagse gebeurtenis is …

Inmiddels staan we op het punt van de Cairns regio richting Mount Isa te vertrekken. Met de eerste week staat de teller op ruim 200 soorten vogels (en 4000 gereden km) en is het een heerlijk vooruitzicht dat we de komende 10 weken dit lege, ongerepte land vol met rare dieren verder gaan verkennen.

Update 16: Bonjour monsieur Kagu

Na een korte stop in Brisbane zijn we doorgereisd naar New Caledonia, of zoals het lokaal heet “Nouvelle Caledonie”. Dit eiland is rond 1850 door de Fransen geclaimd en sindsdien omgetoverd tot een goed georganiseerd tropisch stukje Frankrijk. Naast de Franse taal die is geïntroduceerd rijden er ook bijna alleen maar Franse auto’s rond en is er in de supermarkt maar weinig wat niet uit Frankrijk is geïmporteerd (inclusief Franse kaasjes en heel veel Franse wijn). Cultuur bewust als wij zijn drinken we natuurlijk een glaasje mee.

Het grootste eiland heet Grande Terre en is 400km lang en 50-70km breed. In tegenstelling tot veel Pacifische eilanden is Grande Terre niet ontstaan vanuit vulkanische activiteit maar was het miljoenen jaren geleden onderdeel van het oer-continent Gondwana. Hierdoor zijn bijna alle planten en bomen op het eiland endemisch en onderdeel van oeroude families.

Zo ook bij de vogels; Grande Terre heeft ruim 20 endemen waaronder de ancient Kagu. Deze unieke loopvogel, die eruit ziet als een kruising tussen een duif en een ral is miljoenen jaren geleden afgesplitst van andere soorten en is vandaag de dag alleen nog heel ver verwant aan de Sunbittern in Midden-en Zuid-Amerika. Eenmaal in het “Parc des Rivière Bleue” hebben we er al snel een aantal gevonden, een klein wonder dat ze de evolutie overleefd hebben zo nieuwsgierig zijn ze.

New Caledonia is een heerlijk relaxte week waarin we met een eigen huurautootje en ook een deel op de fiets het eiland verkennen, lekker vers stokbrood eten en ‘s avonds afsluiten met een wijntje voor de tent of bungalow.

Ook brengen we nog een kort bezoek aan de twee kleinere eilanden Lifou en Ouvea met wat respectievelijk twee endemische White-eyes en een Parakeet een mooie aanvulling is. Vooral de Ouvea Parakeet is een moeilijke soort die pas recent door beschermingsinitiatieven niet meer op uitsterven staat. Wij vinden ze op een mooi rondje van 50km fietsen, wat het meer dan waard is voor deze stoere papegaaien.

Na 6 heerlijke dagen stappen we weer in het vliegtuig terug naar Brisbane. Voor wie ooit in de buurt is (en niet vies is van een woordje Frans); New Caledonia is een fantastisch leuke en mooie bestemming of je nu van vogels houdt of niet, een absolute aanrader!

New Caledonia [2018]

B73A1786 (1)

Since we were so close to New Caledonia in our year of travelling we had to visit New Caledonia to see a Kagu. Of course, when we made the trip we tried to see the rest of the endemics as well, and given it was an in-between stop we tried to see everything in a short timeframe. We started with a 2-trip to the small Loyalty islands Lifou and Ouvea for their endemic White-eyes and Parakeet, next we had 3,5 days on Grande Terre but after 2 days we had seen all the birds (including the Thicketbird).
Since we are still traveling this is a preliminary trip report with our main findings and a rough annotated species list (counts are incomplete and subspecies indication is missing). Please send us an email if you are missing information.

New Caledonia Tripreport

Papua New Guinea [2018]

Blue BOP
Our fourth stop in our year of travelling after a 5,5 week trip in West Papua. There is quite a lot of overlap with the Western part of Papua, but there remained more than enough to justify a trip and take a first bite of the specialities of PNG. To minimize overlap we mainly focussed on some islands (Normanby, Manus, New Britain) and added a visit in the highlands (Tari) for some additional Birds of Paradise and species we knew were difficult in West Papua.
Since we are still traveling this is a preliminary trip report with our main findings and a rough annotated species list (counts are incomplete and subspecies indication is missing). Please send us an email if you are missing any information.

PNG – Tripreport

Update 15: Palmolie doolhof

(West) New Britain wordt vooral bezocht voor de wereld onder water: De Kimbe Bay, de baai rond de hoofdstad, behoort tot één van de beste duikgebieden ter wereld met maar liefst 900 soorten vissen en ruim 400 soorten koraal. Wij gaan een ochtendje snorkelen om dit met eigen ogen te zien (inderdaad heel veel vissen!), maar de rest van het verblijf op het eiland focussen we vooral op de wereld boven water.

New Britain heeft een hele eigen set aan vogelsoorten (18 endemen plus 17 gedeeld met New Ireland) maar deze zijn niet makkelijk te vinden. Het laagland is voor een groot deel omgevormd tot eindeloze palmolie plantages met nog maar een paar plukjes bos aan de randen. De hoger gelegen heuvels en vulkaanpieken staan wel nog vol met regenwoud alleen deze zijn nauwelijks ontsloten.

Anders dan de eerdere plekken in (West) Papua hebben we nu een eigen auto tot onze beschikking; deze vrijheid is heerlijk maar het betekent ook dat we nu zelf de routes en plekken moeten uitvogelen op basis van googlemaps luchtfoto’s, wat in een palmolie plantage best een doolhof is.

Eén ochtend doen we een poging om zo hoog mogelijk de heuvels in te komen: Ons speurwerk op googlemaps leidt ons via een aantal dirt roads door de plantage naar een oude logging road (ironisch genoeg de andere industrie die hier het regenwoud kapot maakt). We komen tot 300m boven zeeniveau maar dan is de track zo overgroeid dat we echt niet meer verder kunnen. Het levert gelukkig wel een paar soorten op.

Dit is niet de eerste reis waar we door eindeloze monotone rijen palmbomen rijden. De groeiende vraag in de wereld naar palmolie (wat verwerkt is in tal van producten die we allemaal dagelijks consumeren), zorgt op grote schaal voor het kappen van regenwoud. Vanuit de auto zien we het hele productieproces van de olierijke palmnoten, wat opnieuw de discussie oproept over wat je zou kunnen doen om de consumptie terug te dringen. Maar zoals bij meer natuurbescherming uitdagingen is de conclusie dat dit een vele malen complexer doolhof is om op te lossen dan de plantage waar we doorheen rijden.

Ondertussen druppelen de New Britain vogelsoorten binnen met onder andere meerdere Kingfishers, Fruitdoves en Imperial Pigeons plus een aantal Melanesian Scrubfowls die goed meewerken.

De beste soort die we zien is echter de Golden Masked Owl. Deze soort is pas in 2015 herontdekt (met de laatste waarneming daarvoor uit de jaren 80) wat ons tot een zeer selecte groep vogelaars rekent die deze soort op de lijst heeft. Waarschijnlijk heeft het zo lang geduurd omdat hij is terug gevonden op de minst waarschijnlijke plek waar je zou gaan zoeken; midden in de palmolie plantage! We gaan er 3 avonden op uit en rijden langzaam met groot licht aan tussen de eindeloze palmrijen, wat ‘s nachts met de lange schaduwen een haast mysterieuze aanblik geeft. We hebben geluk want op twee van de avonden zien we de uil; een goudgele vogel met een grote ronde kop die ons kort aanstaart vanaf het palmblad om daarna (voordat we een foto kunnen nemen) als een spook weer in het donker tussen de palmbomen verdwijnt.

New Britain is onze laatste grote etappe in PNG. Na vele uitdagende weken is het lekker dat we hier ook nog wat extra tijd hebben om uit te rusten en nieuwe energie op te doen voor het volgende grote avontuur: Eind deze week reizen we, na 2 daagjes rond Port Moresby, door naar Australië en New Caledonia!

Update 14: Dress to impress

Nadat de vlucht naar Tari niet bleek te gaan was er maar één andere optie om er toch te komen; onze tickets omboeken naar Mt. Hagen en vanaf daar 6-7 uur met een jeep over een hobbelweg door de hooglanden. Onderweg legt onze bijrijder uit dat er in de de regio waar we naar toe rijden vaker gedoe is met geweld en dat het in de brand steken van het vliegtuig (en ook het vliegveldgebouw en het huis van de gouverneur) een typisch voorbeeld is van “eerst doen en dan pas nadenken”.

Onderweg krijgen we twee keer een klein inkijkje in de cultuur van deze stammen; op de heenweg passeren we een begrafenis van een krijger (waarbij de stoet mensen kreten uitslaan voor wraak met hun messen de lucht in gestoken) en op de terugweg komen we terecht in een “vecht groep”; ruim 100 man met zwart geschminkte gezichten, groene tooien van bladeren en veren en elk voorzien van een pijl en boog, machete of bijl. Wij mogen gelukkig passeren maar ze zien er niet uit alsof een foto gewaardeerd wordt dus dat doen we maar even niet.

De traditionele outfits voor dansen en vechten zijn duidelijk afgekeken van de lokale vogels. Tijdens ons verblijf zien we een flink aantal Birds of Paradise (deels oude vrienden uit West Papua) die laten zien hoe je de show kan stelen met een mooi verenkleed. Op de eerste dag begint het met de imposante Brown Sicklebill (meer dan een meter lang) en de King of Saxony, een kleine gele vogel die zijn lengte meer dan goed maakt met twee enorme antennes die vanuit hoorntjes op zijn hoofd groeien.

De dagen daarna volgt de Ribbon-tailed Astrapia, die zijn naam eer aan doet door twee bizar lange witte staartpennen als een golvend lint achter hem aan te zwieren. Vol verwondering zien we hem baltsen in een boom met meerdere vrouwtje die hij alle kunstjes met z’n staart laat zien.

Maar misschien wel de mooiste van allemaal is de Blue Bird of Paradise, een uniek blauw met zwarte paradijsvogel met een staart vol sierpluimen en 2 lange staartpennen die heel hoog op ons verlanglijstje stond.

Van de 4,5 dag houden we helaas maar ruim 3 dagen over door de onverwachte extra reistijd. De hooglanden van Papua smaken absoluut naar meer dat zal moeten wachten tot een volgende reis. Op de terugweg eten we weer de lokale snack van geroosterde pinda’s met gember en sluiten af met een biertje in het hotel in Mt. Hagen.

De volgende ochtend op het vliegveld wacht ons een mooie verrassing in de vorm van Dusan. Altijd leuk om onverwacht een vriend tegen te komen, al helemaal als dit aan de andere kant van de wereld is! Onze wegen scheiden alleen snel weer; wij vliegen door naar New Britain en Dusan met zijn vogeltour groep naar het zuiden van PNG.

Update 13: Who is Pitta?

De Superb Pitta is een van de meest zeldzame Pitta’s binnen de familie en komt alleen voor op het eiland Manus, ten noorden van PNG. Dit is dan ook onze hoofdtarget voor de 4 dagen die we op het eiland hebben.

Er is weinig informatie beschikbaar over Manus en we weten vooraf dat het vooral ingewikkeld is om dingen te regelen, mede omdat alle stukken land verschillende landeigenaren hebben en onderlinge contacten gevoelig liggen. Via via leggen we al maanden van te voren contact met Mark die ons helpt met het organiseren van de logistiek. We mailen heen en weer over onze plannen eenmaal in PNG doen we per sms een check of alles in orde is en hij de lokale gids voor de Pitta heeft geregeld. Het antwoord is niet direct geruststellend..

Niet goed wetende wat te verwachten landen we op 11 augustus op het eiland bij het simpelste vliegveldje tot dus ver (meer een houten huis). Er blijkt al een aantal dagen een brandstof tekort te zijn op Manus waardoor er ook nauwelijks stroom is.

Bij het hotel ontmoeten we zowel Mark als de lokale vogelgids Aaron. Tot onze opluchting blijkt Mark een hele relaxte kerel te zijn die veel connecties en aanzien heeft op het eiland en ons duidelijk kan helpen. Aaron is een lastiger verhaal; er hangt een duidelijke alcohol walm om hem heen en hij heeft vage verhalen over dat hij meer geld nodig heeft om alvast toegang te regelen met landeigenaren voor de Pitta. Hij is echter ook de enige persoon waarvan we weten dat we een kans maken op de Pitta dus op hoop van zegen geven we hem het (hoge) geldbedrag waar hij om vraagt.

De dagen daarna blijkt het inderdaad schimmig te zijn; in plaats van ons zelf te gidsen op dag 1 draagt hij ons over aan een andere gids Timothy zonder hem ook het toebehorende geld te geven. Ook de “landowner fees” blijken veel minder te zijn waarbij hij elke keer weer met een nieuw verhaal komt om zich recht te praten. Het geld is duidelijk verdwenen en vooral de sympathieke 2e gids Timothy met zijn 3 kinderen trekken aan het kortste eind.

Het goede nieuws voor ons is dat we tussen alle gelddiscussies door wel de vogels zien (daar gaat het uiteindelijk om!) zodat we na 2 dagen gelukkig zo’n beetje klaar zijn in het bos en niet nog meer hoeven te regelen/betalen. Na de Manus Boobook (een endemisch uiltje) op de eerste middag komt het absolute hoogtepunt op de 2e ochtend als na een flink eind zoeken een Pitta reageert en terugroept. De tweede keer roept hij al dichterbij en niet veel later zit hij boven ons in de boom. Niet alleen heel erg zeldzaam en moeilijk maar ook nog heel mooi; met een diep zwart lichaam, rode buik en felle lichtblauwe vleugels die hij bij elke roep naar beneden pompt.

Onze tweede logistieke uitdaging is het bezoek aan Tong, een klein eilandje 35km uit de kust van Manus en de enige bekende plek van Manus Fantail (een vogelsoort die sinds 1934 op Manus uitgestorven is). Er komen blijkt alleen een uitdaging; brandstof is nog steeds schaars en met veel moeite lukt het Mark om de 20 gallon die we nodig hebben te regelen. Ook heeft Mark al veel tijd gestopt in het bouwen aan de relatie met de mensen op Tong (in het verleden hebben vogelaars moeilijkheden gehad). Op de ochtend van vertrek komt de boot van Tong niet opdagen maar kunnen we gelukkig de boot van Mark gebruiken. De overtocht is minder heftig dan onze vorige boot ervaring maar nog steeds behoorlijk nat. Wel heel veel vliegende vissen waarvan er zelfs eentje in de boot vliegt.

Eenmaal op het eiland worden we rondgeleid door de schoonzoon van de “island chief” terwijl Mark de koekjes en koffie uitdeelt die we als vriendschap token hebben meegenomen. Er wonen 150 mensen op Tong, volledig zelfvoorzienend met verse vis en het groeien van palmharten, casave en kokosnoten. De Manus Fantail (en een aantal andere goede eiland soorten) zijn snel gevonden waarna we met een verse kokosnoot als drankje afwachten hoe er door Mark en de lokale belangrijke mannen wordt bediscussieerd hoe onze geldbijdrage voor het land verdeeld moet worden.

Inmiddels is het tijd om weer terug te vliegen naar Port Moresby. Manus was een succes qua vogelsoorten en daarnaast ook erg interessant (en soms vermoeiend) om een kijkje te nemen in de complexe onderlinge sociale verbanden die het leven in PNG grotendeels bepalen. (Hierdoor stranden initiatieven veelal omdat niemand elkaar iets gunt, leren we uit de vele gesprekken die we deze week voeren.)

Bij het verlaten van Manus horen we dat er voor onbepaalde duur geen vliegtuigen gaan naar onze volgende bestemming Tari omdat lokale dorpelingen daar een vliegtuig in de fik hebben gestoken. De logistieke uitdagingen lijken dus voorlopig nog niet voorbij… Cheers op het hebben van geduld!

Update 12: Naar het einde van de wereld

Papua New Guinea is een land dat bestaat uit een verzameling van heel veel stammen met elk hun eigen cultuur en tradities, wat zich onder andere uit in het feit dat er meer dan 800 talen in het land worden gesproken.

Onze eerste bestemming in PNG is Normanby, een klein eiland aan de oostkant en zelfs hier vertelt onze lokale gastheer zijn er 2 officiële talen op nog geen 5km van elkaar en tal van dialecten.

Het contrast tussen ons verblijf in Singapore en Normanby had niet groter kunnen zijn; van een high-tech stad met enorme skyline voelt de aankomst in Port Moresby al als de aankomst in een dorp en vanuit daar reizen we steeds verder weg van de moderne wereld. Vanuit Port Moresby maken we eerst nog een korte vlucht naar Alotau, een stadje van nog geen 12k inwoners aan de oostkant van PNG. Vanuit daar rijden we met busje in 2 uur naar East Cape, het meest oostelijke puntje van Papua. Hier stappen we in een kleine bootje en varen de oceaan op en komen na 1,5 uur aan bij onze bestemming wat voelt als het eind van de wereld: de Sewa Bay van Normanby.

Rond de baai liggen verschillende kleine dorpjes die elk bestaan uit een paar huisjes van hout en palmbladen. Wij verblijven bij Waiyaki en zijn familie, die al 300 jaar aan deze baai wonen waarbij het leven door de tijd waarschijnlijk niet veel veranderd is; alles gebeurt hier met houten kano’s, om vis te vangen maar ook voor kinderen om naar school te gaan.

Het regenwoud klimt hier direct vanuit de baai tegen de heuvels omhoog en de mix van vogels zorgt voor een spektakel aan geluiden.

Op dag 1 lopen we in het donker omhoog naar de baltsplek van Goldies Bird of Paradise. Deze soort, samen met de Curl-crested Manucode zijn de hoofdreden van ons bezoek, beide endemische paradijsvogels die alleen op Normanby en de twee naastgelegen eilanden voorkomen.

Op dag 2 bezoeken we een klein eiland voor de kust van 100 bij 200 meter (een eiland bij een eiland bij een eiland). Hier wonen een aantal kleine eiland specialisten die niet op het vaste land of op Normanby te vinden zijn maar alleen op dit soort eilandjes, zoals de Islet Kingfisher, Louisiade White-eye en de Nicobar Pigeon.

Na een rondje vogelen nemen we een duik in de glasheldere zee om de onderwaterwereld te ontdekken. Fantastisch mooi koraal met een eindeloze variatie aan kleurige, tropische vissen. Twee daarvan worden gevangen en even later lunchen we met vers gebakken vis op dit paradijselijke strandje. Can life get any better?

Het blijkt iig slechter te kunnen… Normanby wordt het een week van grote hoogte maar ook dieptepunten: Als de laatste dag aanbreekt regent het en is de wind al flink opgestoken en even later beginnen we aan de ruigste en onprettigste boottocht die we ooit hebben meegemaakt. Terugkomen van het einde van de wereld is kennelijk een stuk minder makkelijk. Door de wind zijn er dikke schuimkoppen ontstaan en bij elke golf klappen we hard neer terwijl er continue emmers zeewater over ons heen klotsen. Zelfs met onze poncho’s aan zijn we binnen de kortste keren doorweekt en houden we ons met beide handen vast om in de boot te blijven. Na 1,5 uur komen we als twee verzopen katten aan bij een klein onbewoond eilandje voor de kust van East Cape. Gelukkig schijnt de zon inmiddels en kunnen we alles laten drogen.

Het blijkt van de regen in de drup, tijdens de pauze op het eilandje blijken er allemaal minuscule mijten rond te lopen en zitten we binnen de kortste keren helemaal onder de jeukbultjes tot op de meest vervelende plekjes. Eenmaal terug op het vaste land trekt de zeeziekte gelukkig snel weg maar de onuitstaanbare jeuk nemen we nog dagen met ons mee naar onze volgende bestemming; het eiland Manus.

West Papua [2018]

Wilson

West Papua was the third stop in our year of travelling. Visiting Papua had been on our wish list for years and since West Papua has become a lot easier in recent years in terms of logistics and is still a lot cheaper than PNG we decided to primarily focus on the BOP’s (and other specialties) on the Indonesian side. (After our trip to West Papua we travel to PNG but there we focus mainly on the surrounding islands.) This report covers the 5,5-week trip to West Papua where we visited Numfor & Biak, Sorong (inc. Klasow Valley), Waigeo, Nimbokrang, Snow Mountains and the Arfaks. We were joined for most of the trip by Sjoerd Radstaak (Sorong until Arfaks), Marten Hornsveld, Vivian Jacobs, Bas Garcia (Waigeo until Arfaks) and Sander Lagerveld (Nimbokrang & Snow Mountains). Sander also visited the surroundings of Merauke (Wasur NP) for some southern specialities.

Since we are still traveling this is a preliminary trip report with our main findings and a rough annotated species list (counts are incomplete and subspecies indication is missing). Sjoerd improved this tripreport enormously with his contribution. Please send us an email if you are missing information.

West Papua – tripreport

Update 11: In de voetsporen van David Attenborough

De wens om naar Papua te gaan, op zoek naar Birds of Paradise bestond al sinds het zien van de BBC documentaire Life of Birds, velen jaren geleden. Een belangrijke lokale man achter deze documentaire is Zeth Wonggor, de beste en inmiddels meest bekende vogelgids van West Papua, die ons met een mooie lach begroet als we aankomen in Manokwari. ‘s Avonds, als we na 3 uur rijden de bergen in zijn aangekomen bij de homestay vertelt hij ons zijn verhaal.

Begin jaren 90 was Zeth een jager die er dagelijks op uit trok met een katapult om vogels te jagen voor het vlees. Duiven waren favoriet maar ook de Birds of Paradise waren gegeven hun grootte zeer de moeite waard. Op een dag wordt er op zijn deur geklopt en hoort hij iemand zijn naam roepen. Als hij open doet valt zijn mond open als hij voor het eerst van zijn leven oog in oog staat met een blanke. De blanke legt in gebrekkig Bahasa uit dat hij geïnteresseerd is in vogels en eenmaal binnen bekijkt hij vol bewondering het huis van Zeth dat vol hangt met alle staarten van vogelsoorten die hij heeft verzameld. De volgende dag trekken ze samen het bos in. Terwijl Zeth denkt dat het fototoestel een geavanceerd wapen is om mee te jagen is hij aan het einde van de dag compleet in verwarring als ze met lege handen thuis komen en hij toch geld krijgt. Deze dag blijkt het begin van een nieuw leven als er in de periode daarna meer en meer bezoekers komen en hij het jagen inruilt voor het laten zien van vogels. Een paar jaar later met de komst van David Attenborough plus volledige filmcrew wordt zijn dorp definitief op de kaart gezet, en inmiddels 25 jaar later runt Zeth een eco village plus verschillende kampen waar de ene na de andere groep komt voor de vogels en het hele dorp mee profiteert.

Maar liefst 8 Birds of Paradise plus vele andere vogels zijn er op loopafstand van het dorp te vinden. De meeste Bird of Paradise zijn vooral zo uniek vanwege hun balts waarbij ze het kleurige verenkleed kunnen omtoveren tot bizarre vormen en dansen om belangstellende vrouwtjes te verleiden. Dat unieke moment zien is alleen heel lastig en vergt heel veel geduld. Gedurende ons bezoek brengen we dan ook bijna 20 uur door in camouflage hutjes, doodstil zittend in afwachting van een mogelijk vogel.

Bij de Western Parotia hebben we na 2 keer 2,5 uur wachten geluk en zien we het mannetje zijn ballerina dans uitvoeren, een magisch moment. (Klik hier voor een filmpje van hoe dit er uit ziet).

Ook de Black Sicklebill, een prachtige zwart met blauwe vogel van meer dan een meter lang van kop tot staart, laat in de ochtendschemer zijn performance zien (klik hier). Voor de Superb en de Magnificent Bird of Paradise nemen we genoegen met een mooie waarneming van de vogel maar helaas zonder balts (vooral Superb hadden we graag baltsend gezien, zie hier). Ons respect voor de documentaire makers, die vaak weken achtereen in dit soort hutjes van palmbladen doorbrengen voor dat ene unieke moment, is in ieder geval flink toegenomen.

Een ander hoogtepunt van ons verblijf is de Vogelkop Bowerbird. Bij deze vogel is niet zijn kleed of balts uniek maar verleidt hij de vrouwtjes met het bouwen van een soort museum; zijn “bower”. Op verschillende plekken in het bos komen we deze indrukwekkende bouwwerken tegen, waarbij elke bower weer uniek is en de persoonlijke voorkeuren van de vogel laat zien.

Zo is de ene Bowerbird duidelijk fan van blauwe bessen en zwarte keverschildjes, terwijl de ander een een compositie van houtskool, groene vruchten en oranje bloempjes heeft gemaakt. Helaas is plastic vaak ook een geliefd object en zien we veel doppen, blikjes en stukken tentzeil.

Deze week was een heerlijke laatste stop in de West Papua trip, en heel gaaf om met de vogelkennis en ervaring van Zeth op pad te zijn.

Na 7 dagen is het tijd om weer terug te rijden naar Manokwari voor de vlucht naar Jakarta. Hier scheiden onze wegen; wij reizen door naar Singapore in het noorden, Bas vliegt naar het oosten met bestemming Los Angelos en Marten, Viv en Sjoerd naar het westen terug naar Amsterdam. Het was een super mooie trip samen!

Voor ons wachten na een korte break in Singapore nog meer Birds of Paradise maar nu aan de oostkant van Papua in PNG.