Update 7: Logeren bij de Cassowary

De stroom aan gave Papua vogels is nu echt begonnen. We zijn nog maar een paar dagen op het vaste land en inmiddels hebben we al vier Birds of Paradise op de lijst en oog in oog gestaan met een Northern Cassowary.

De bestemming van de afgelopen dagen was de Klasow Valley, een paar uur boven Sorong. Hier logeren we met z’n drieën (Sjoerd is inmiddels ook aangehaakt) in een klein dorp midden in het bos. Het dorp bestaat nu vier jaar en is ontstaan toen een groot palmoliebedrijf het gebied wilde claimen. Om dit tegen te gaan zijn de oorspronkelijke eigenaren weer terug verhuisd naar het land van hun voorouders waarmee het wettelijk van hen is geworden. Vanaf de start hebben de 15 families die er zijn gaan wonen gekozen voor het opbouwen van duurzame inkomsten uit ecotoerisme. Het resultaat is een kleine vallei midden in het ongerepte laagland bos waar allerlei vogels ongestoord rondvliegen en lopen. We komen er door vanaf de kustweg nog anderhalf uur over een blubberpad te lopen en met onze laarzen door een paar riviertjes te waden.

Eenmaal in het dorp worden we heel gastvrij ontvangen door alle dorpelingen en installeren we ons in een simpel houten hutje. De vriendelijkheid naar de vogels rond het dorp heeft er inmiddels ook voor gezorgd dat er aantal vogelvrienden gevoerd worden. Tijdens de lunch wordt al snel duidelijk hoe de plaatselijke Cockatoo en Hornbill daarover denken.

Die Cockatoo kunnen we nog wel op een afstandje houden maar als even later ook een Northern Cassowary verschijnt gaan we maar snel achter de reling van ons hutje staan. Deze dino komt af en toe uit het bos om een extra maaltje bananen te ontvangen en is duidelijk niet bang voor mensen (eerder andersom). Op een veilige afstand kunnen we deze doorgaans hele moeilijke soort goed bekijken, al blijft het een raar gezicht om dit bakbeest van 1.5 meter hoog tussen de houten hutjes te zien lopen.

We hadden nog wel langer willen blijven maar na 3 dagen is het tijd om terug te gaan naar Sorong. Morgen zullen ook Marten, Vivian en Bas bij ons aansluiten en gaan we door naar Raja Ampat.

Update 6: Eilandhoppen voor Paradise Kingfishers

Indonesië strekt zich uit over meerdere avifauna gebieden, hiermee mede bijdragend aan het hoge soorten aantal (bijna 1800) die het land te bieden heeft. In het oosten scheidt de zogeheten Lydekker lijn het Papua eiland van de rest van Indonesië wat betekent dat de soorten hier veel meer verwant zijn aan Australië dan aan Azië. Dit is de wereld van de felgekleurde Lories, grote krijsende Cockatoos, kwetterende Fairywrens, van dinosaurus-achtige Cassowaries en spectaculaire en haast buitenaardse Paradijsvogels (over deze laatste groep later meer).

We beginnen onze rondreis door West Papua op de twee eilanden Numfor en Biak, gelegen in de Geelvink baai aan de noordkant van Papua. Een goede plek om een beetje in te komen, maar zelfs hier zien we al 30+ nieuwe soorten! Ook deze eilanden hebben door geografische isolatie een aantal unieke endemen opgeleverd zoals de Biak Monarch, de Geelvink Pygmy Parrot en de Biak Coucal. Hoogtepunt zijn echter de endemisch Paradise Kingfishers waar beide eilanden een eigen vorm van hebben. Vooral het diepe donkerblauw van de Numfor Paradise Kingfisher maakt die een van de mooiste varianten in deze groep.

Logistiek was dit deel van de reis een grote puzzel die we vooraf moesten leggen, met name het bezoek aan Numfor: We starten met twee korte nachtvluchten vanaf Jakarta naar Manokwari (via Makassar). Als we ‘s morgens aankomen zijn we flink gaar maar is het gelukkig maar een klein stukje naar de haven. Hier vertrekt eens per week de ferry naar Numfor. Het is een aftandse smerige boot die uren te laat vertrekt en heel langzaam vaart waardoor we pas in het donker op Numfor aankomen.

Eenmaal daar is het zoeken naar vervoer maar kunnen we uiteindelijk meerijden in de bak van een vrachtwagentje naar het noorden van het eiland waar we met de hulp van wat dorpsbewoners een overnachtingsplaats regelen. De volgende dag gaat het vogelen allemaal soepel en zien we in minder dan een volle dag alle soorten, waaronder meerdere Paradise Kingfishers die luid kwetterend achter elkaar aanjagen.

We verlaten Numfor de volgende ochtend via de lucht naar Biak met een kleine 12-seater van Susi Air. Deze lokale maatschappij verbindt met kleine vliegtuigjes kleine vliegvelden binnen Indonesië en biedt voor veel afgelegen plekken de enige vliegmogelijkheid. Het vliegschema is niet online verkrijgbaar en kaartjes zijn alleen te reserveren door vooraf naar Numfor te bellen (in het Bahasa) waarna je met de hand in het schriftje wordt geschreven. We zijn dan ook blij en opgelucht als op de ochtend van vertrekt een vliegtuigje blijkt te gaan en onze namen in het schriftje staan. Het is ook voor het eerst dat we een ticket contant afrekenen aan de balie en zelf op de weegschaal moeten. Wel heel gaaf om vervolgens over de schouders van de piloot mee te kijken als we van het ene tropische eiland naar het volgende hoppen.

Vanaf Biak (met alle endemen op de lijst) nemen we weer een ‘gewone vlucht’ naar Sorong waar ons reisgezelschap wordt uitgebreid.

Sumatra [2018]

B73A9044

Sumatra was our second stop in our year of travelling, we wanted a destination in Indonesia in June and the weather in Sumatra seemed favourable. With two new pitta’s and lots of other endemics this was an easy choice. Since we only allotted 10 days we chose to do western Sumatra with the best site for most endemics (Kerinci) and since we were travelling via Padang we added one of the offshore islands (Mentawai). Since we are still traveling this is a short trip report with our main findings and a rough annotated species list (most counts are incomplete and subspecies indication is missing). We really enjoyed travelling and birding in Indonesia again. Our next leg of the trip will be West Papua but we will definitely return for more Indonesia exploration in the next few years!

Click here for our tripreport

Update 5: Jalan jalan op het eiland

Indonesië bestaat uit duizenden eilanden in allerlei vormen en maten. Het plan voor deze reis is om weer een aantal nieuwe te bezoeken en op deze manier zoveel mogelijk van de verscheidenheid van het land en de vogels mee te krijgen.

We varen 3,5 uur naar Siburut, onderdeel van de Mentawai Islands voor de kust van Sumatra. Deze eilanden groep is ongeveer 0,5 miljoen jaar geleden afgescheiden wat betekent dat de evolutie van vogels en andere dieren inmiddels geleid heeft tot een aantal verschillen met hun naaste verwanten op het vaste land. Zo heeft de Malkoha een helemaal groene staart (versus half bruin), roept de Scops Owl anders en is de lokale Serpent Eagle een stuk kleiner en donkerder. De meeste van deze Mentawai varianten hebben nu nog de status van ondersoort maar wie weet wat verder onderzoek uitwijst.

Drie keer per week wordt Siburut aangedaan met de boot vanuit Padang, voor ons betekent dit 2 volle dagen op het eiland. Het blijkt meer dan voldoende tijd voor de handvol soorten die we hier zoeken dus is er op het heetst van de dag tijd voor een dutje, proberen we de lokale vruchten (beetje lychee-achtig) en kijken we hoe het leven op een klein eiland zich voltrekt.

Alles gebeurt hier met scootertjes of te voet (meer dan 2 dorpjes verbonden met een weg van 5 km + nog wat huizen langs een modderpad in het binnenland is het ook niet). Vanuit het binnenland worden vruchten, kokosnoten en af en toe een varken/zwijntje gebracht, aan de kust liggen de meeste winkeltjes die spullen vanaf het vaste land en vissen verkopen.

Opnieuw zijn we duidelijk een bijzondere verschijning en overal waar we lopen vragen mensen waar we naar toe gaan “Mau ke mana?” en waar we vandaan komen “Dari mana?”. Ons antwoord “Jalan jalan” (een beetje rondlopen) wordt altijd direct begrepen. Voor wie wil laten we graag het vogelboek zien, de lokale vogels worden met enthousiasme herkent.

‘s Avonds eten we bij ons vaste eethuisje waar de eigenaar zo slim is geweest een beamer en scherm neer te zetten voor het WK voetbal. Het hele dorp rukt elke avond uit om de wedstrijd te zien onder het genot van een kopje thee (alcohol schenken ze hier niet). Indonesië doet nu niet mee met het WK maar met een land van 245 miljoen inwoners en een liefde voor de sport die zich uitstrekt tot de kleinste eilandjes is het een kwestie van tijd.

We varen weer terug naar Padang en met een dagje tussenstop in Jakarta reizen we door naar West Papua, op naar nog meer eilanden!

Update 4: Hello mister, welcome to Sumatra!

De komende 7 weken zijn we in Indonesië. Toen we in 2014 voor het eerst Indonesië bezochten zijn we een beetje verliefd geworden op dit land: het kruidige eten, de cultuur met altijd vriendelijke mensen, de kleurige huizen tussen de rijstvelden maar bovenal de uitgestrekte ondoordringbare bossen, moeilijk vogelen op modderpaden maar met fantastische vogelsoorten.

We starten met een week in het hart van Sumatra in de hooglanden rond Mount Kerinci. Deze berg is 3800m hoog en daarmee de hoogste berg van Indonesië (afgezien van de Snow Mountains op Papua waar we over een paar weken nog heen gaan).

De hooglanden hier zijn nog zeer slecht ontsloten, we rijden 7 uur over smalle kronkelende wegen vanaf de kuststad Padang omhoog om bij onze homestay te komen. Het is daarmee ook duidelijk dat hier weinig westerlingen komen, elke dag worden we tientallen keren aangesproken en wil iedereen met ons op de foto. Zelfs als we langs de weg lopen zetten gezinnen hun auto in de berm om een “Hello mister, foto?” te vragen. Dit geeft wel een mooie gelegenheid om ons Bahasa te oefenen. Bij het zoveelste groepje jongens vragen we een foto terug.

Vogels kijken in het regenwoud is elke dag weer een spannend spel; het vergt goede voorbereiding, een slimme strategie, en dan gooien ook de vogels en het weer nog met een dobbelsteen waardoor de uitkomst altijd onvoorspelbaar is.

De eerste paar dagen werkt onze strategie (en geluk?) goed en zien meerdere lastige soorten zoals Schneider’s Pitta, Red-billed Partridge, 2 fazanten en de Sumatran Cochoa.

We besluiten een gokje te wagen en een dag in te zetten om te gaan zoeken naar de Sumatran Groundcuckoo. We vervroegen de wekker naar 03:20 en rijden eerst 2,5 uur naar het Blue Lake gebied. De lokale gids vertelt dat hij in meerdere jaren gidsen pas 2 keer de Groundcuckoo heeft gezien. We lopen ruim een uur over modderige trails en doorwaden een rivier. Geheel tegen de verwachting in horen we tot 2 keer toe een Groundcuckoo dichtbij maar is hij ons steeds te slim af (mede door een in onze ogen verkeerde strategie… we snappen nu waarom de gids m pas twee keer heeft gezien). Met een licht bittere nasmaak vertrekken we weer, want zo werkt het spel ook; als je onverwacht iets (bijna) ziet smaakt het altijd naar meer. De Blue Lake blijkt overigens wel heel blauw te zijn.

Met bijna alle gehoopte targets op het lijstje rijden we weer terug naar Padang voor een welkome douche. Morgen door naar de Mentawai Islands!

Update 3: De topattractie van Bukit Tinggi

Soms brengt het vogels kijken je naar interessante plekken… Toen we onverwacht 48 uur in Maleisië gingen doorbrengen was de keuze snel gemaakt; een bezoek aan Bukit Tinggi was de ideale bestemming voor deze korte stop. Bukit bekent heuvel in Bahasa en Tinggi hoog, deze hoge groene heuvel (bijna 1100m) ligt net iets ten noord-oosten van Kuala Lumpur en is makkelijk aan te rijden in 1,5 uur met een huurauto vanuit het vliegveld.

We hebben tijd om hier 1 nachtje door te brengen. Normaal gesproken zijn we dan vooral op zoek naar een simpele kamer met een bed (de meeste tijd zijn we immers buiten) maar in het geval van Bukit Tinggi betekent dit verblijven in een “Frans kasteel thema park”, hier hebben ze betaalbare kamers en het is de ideale uitvalsbasis voor ons plan. In onze outfit met verrekijkers vallen we wel wat uit de toon.

In het themapark is van alles te doen; activiteiten in en om het kasteel, paintballen, klimmen, paardrijden, bezoek aan de Botanische tuin of Japanse theetuin. De topattractie waar wij voor komen is alleen iets lastiger te vinden; achter een plateautje van tegels aan de rand van de weg begint een onopvallende trail die uitkomt bij een open plek in het bos.

We zijn hier op de enige stakeout ter wereld van de Mountain Peacock Pheasant en om 6:50 uur gaan we gespannen op een boomstam aan de rand van het open stuk zitten. Vervolgens wachten we bijna een uur in twijfel. Wat als hij niet komt? Wat als wij een van de weinige zijn die ‘m niet zien hier? Maar dan komt alles goed; tussen 7:45-9:15 uur zijn we toeschouwer van een fantastische vogelshow waarbij er maar liefst vier Mountain Peacock Pheasants verschijnen en het grote mannetje uitvoerig gaat baltsen om zoveel mogelijk indruk te maken met zijn prachtige verenkleed. Als toegift verschijnen ook nog 3 Ferruginous Partridges.

Eenmaal terug op de weg stappen we in een drukke menigte van toeristen op weg naar de botanische tuin. Een surrealistisch contrast met hetgeen we zojuist hebben gezien. Het is vandaag Suikerfeest en daardoor extra druk in het park, maar daar trekken de vogels zich gelukkig niet zoveel van aan.

Dik tevreden rijden we terug naar Kuala Lumpur, morgen door naar ons volgende avontuur: Mount Kerinci op Sumatra!

Taiwan [2018]

B73A0897.jpg

Hereby the first tripreport of our round the world trip. Since we are still traveling this is a short trip report with our main findings and a rough annotated species list (most counts are incomplete and subspecies indication is missing). Overall, we really enjoyed Taiwan; the quality of birds is very high, travelling around the island is very easy and it has some beautiful and diverse scenery to offer.
Tripreport Taiwan 2018

Update 2: Taiwan uitgevogeld

De maand juni is niet de ideale maand om naar Taiwan te gaan; de trekvogels zijn alweer door naar het noorden en de lokale vogels zitten midden in hun broedseizoen waardoor ze of op een nest zitten of druk zijn met jongen voeren. Dit betekent dat het erg stil is in het bos en vogels moeilijker te vinden te zijn maar als het dan lukt levert het soms ook hele mooie waarnemingen op. Zo zien we een fantastisch paartje Fairy Pitta voedsel verzamelen voor hun jongen en een mannetje en vrouwtje Japanese Paradise Flycatcher om beurten het nest bezetten.

De Paradise Flycatcher zien we op het eilandje Lanyu, twee uur varen uit de kust ten zuid-oosten van Taiwan. Deze flycatcher, samen met nog een aantal andere eiland specialisten, zitten alleen hier waardoor het een interessante extra stop is voor vogelaars.

We komen naar Lanyu door eerst helemaal om de zuidpunt van Taiwan te rijden naar de stad Taitung aan de oostkant. Het is zonnig en rustig weer als we ’s morgens om 7:30 uur de haven uitvaren en we op het achterdek gaan staan op zoek naar zeevogels. De overtocht blijkt alleen een stuk ruiger dan gedacht en de twee uur daarna rollen we van de ene oceaangolf naar de andere waardoor we allebei steeds misselijker worden (de foto is aan het begin van de tocht gemaakt toen ik nog kon lachen).

Het eiland is een grote groene rots die steil uit het water omhoog steekt. We hebben 24 uur om op zoek te gaan naar de vogels maar na een paar uur hebben we alle targets al binnen, inclusief twee dagactieve uiltjes. We gebruiken de rest van de tijd om met de scooter het eiland te verkennen.

De andere reden waarom juni niet een ideale maand is voor Taiwan is dat het de grens vormt van het droge seizoen en het regenseizoen. Tot nu toe hebben we geluk gehad met het weer maar eenmaal weer terug aan de vast wal (ditmaal met een zeeziekte pilletje) merken we dat het weer is omgeslagen en eind van de middag rijden we in de plenzende regen de bergen in.

Ook de volgende morgen vertrekken we weer in de regen en als we het weerbericht checken lijkt het richting einde van de week alleen maar slechter te worden. Aangezien we inmiddels alle Taiwan endemen gezien hebben besluiten we onze vlucht naar Kuala Lumpur twee dagen te vervroegen. Dit blijkt een goed besluit; in de laatste 1,5 dag zien we nog wat leuke soortjes maar zijn de nieuwe vogels inmiddels ook praktisch op, we hebben Taiwan uitgevogeld.

Inmiddels zijn we weer terug op het vliegveld van Taipei en kijken we terug op een heerlijke eerste etappe van onze reis. Wat is Taiwan een fantastisch mooi land, een absolute aanrader; gave en diverse landschappen, makkelijke reizen, lekker eten en hoge kwaliteit vogels (beter alleen om begin mei te gaan). Nu op naar een bonus-tripje Maleisie!

Update 1: We zijn op weg!

Na maanden voorbereiding is het nu zo ver; we zijn op weg en weer heerlijk aan het vogels kijken elke dag. Eerste bestemming: Taiwan, een eiland van 400 bij 150km variërend van heet tropisch laagland tot frisse groene bergen tot boven de 3500m.

Na 12 uur vliegen kwamen we maandag 4 juni aan in de hoofdstad Taipei waar we ons huurautootje voor de komende 11 dagen hebben opgehaald. Even wennen aan de tropische temperaturen maar dan smaakt een koud biertje extra goed.

De volgende ochtend rijden we direct de bergen in bij Daxueshan. Op verschillende hoogtes zijn hier heel van van de Taiwan endemen te vinden met als hoofddoel twee prachtige fazanten; Mikado en Swinhoes Pheasant.

De kantoorlichamen moeten deze eerste dagen weer wennen aan hele dagen buiten zijn (5:00-19:00 is het hier licht) en alle stijle paden. Dat de fazanten hier bijzonder zijn is duidelijk in het park; overal hangen foto’s of staan bordjes langs de weg. Met zoveel focus er op is het dan ook extra fijn als na een aantal uren zoeken we een prachtig paartje Mikado Pheasant vinden. Ook de Swinhoes Pheasant werkte de volgende dag mee, dus met een tevreden eerste paar dagen nu op naar het laagland!