Update 24: Heersers van de oceaan

Op verschillende plekken in ons Australië rondje tikken we de kustlijn aan. In Queensland en in Darwin zijn dit tropische wateren maar eenmaal in het zuiden kijken we uit over de woeste oceaan met grote golven die zo uit Antarctica komen rollen. Deze koude voedselrijke wateren in het zuiden (de Great Australian Bight en de Tasman Sea) zijn een belangrijk leefgebied voor zowel walvissen en zeevogels.

Bij Sydney krijgen we de kans om hier wat van mee te krijgen door een dag met een pelagic mee te gaan.

Om 6:30 staan we klaar in een haventje langs een van de armen van de Sydney baai. Het is de start van een mooie lentedag als de vissersboot binnenvaart. Vandaag zal de boot alleen geen vis gaan vangen maar gaan we samen met 15 vogelaars op zoek naar vogels die je vanaf land nooit te zien krijgt.

Terwijl we de baai uitvaren maken we kennis met de rest van de groep en is het snel duidelijk wie de lokale experts zijn die al meer dan 20 jaar deze boottochten organiseren. Elke boottocht kan zomaar iets zeldzaams opleveren dus wordt er veel gespeculeerd over wat we mogelijk kunnen gaan zien.

Om zeevogels te lokken gaan er 2 emmers visafval mee wat in brokjes en beetjes achter de boot wordt gegooid; met name de geur van visolie met stukken haaienlever kunnen vogels van kilometers afstand ruiken. Het duurt even als we de kust verlaten maar dan zien we de eerste Wedge-tailed Shearwaters achter de boot verschijnen.

De beste plek om zeevogels te vinden is waar er koud water vanuit de diepe oceaan omhoog komt wat heel voedselrijk is. Het eerste stuk zee bij Sydney is nog vrij ondiep maar 35km uit de kust verdwijnt de zeebodem in een dropoff; onzichtbaar vanaf boven water maar direct te merken aan de hoeveelheid vogels. “Incoming Albatross 3 o’clock!” Met krachtige slagen en dan weer honderden meters moeiteloos glijdend verschijnt de eerste Campbell Albatross. Wat een fantastisch mooie vogel!

De boot wordt stilgelegd (wat tot nog meer deining leidt en een hele uitdaging om staande te blijven). Maar het duurt niet lang voordat er overal vogels verschijnen en het lastig kiezen is waar je moet kijken. Tussen de Shearwaters verschijnen Grey-faced Petrels, een kleine Wilson’s Storm-Petrel trippelt langs terwijl er inmiddels verschillende soorten albatrossen rond de boot vliegen waaronder de Wandering Albatross; de vogel met de grootste spanwijdte ter wereld!

Dan vliegt er opeens een kleinere Petrel langs met een lichte onderkant. “Cooks Petrel!!” wordt er geroepen terwijl iedereen op de bewegende boot probeert de vogel in zijn verrekijker te krijgen. Dit is een hele zeldzame voor een Sydney pelagic en er zijn verschillende sterk gelijkende soorten. Rob is de enige die foto’s heeft kunnen maken in het snelle voorbij gaan wat helpt in de discussie die volgt.

Alhoewel onze magen af en toe een moeilijk moment hebben (de pilletjes werken gelukkig best goed) is het toch jammer en veel te snel dat we weer moeten omkeren en de terugtocht wordt ingezet. Het was hoe dan een super geslaagde dag met 4 soorten Albatross, 5 soorten Petrel, 5 soorten Shearwaters en een Storm-Petrel! Met zeebenen lopen we terug naar de auto en ook ‘s avonds in de tent deint de wereld nog een beetje. We staan nog op de reserve lijst voor een volgende pelagic, volgende week vanuit Brisbane dus nu maar dat hopen dat die doorgaat. Dit smaakt absoluut naar meer!

Update 23: Oh Plains Wanderer

Australië heeft een aantal vogelfamilies die uniek zijn voor het land: Mudnesters, Bristlebirds, Scrubbirds, Lyrebirds en de Plains Wanderer. Deze laatste familie bestaat maar uit één soort (meest nauw verwant zijn de Seedsnipes van Zuid-Amerika) en deze is extreem lastig om te vinden. Zoals zijn naam doet vermoeden is de Plains Wanderer nomadisch in uitgestrekte graslanden en daarnaast ook nog vooral ‘s nachts actief.

Normaal gesproken vinden we het het leukst om zelf de vogels te zoeken maar dat is in dit geval een onmogelijke opgave. Er is maar één man in Australië die weet waar je ze kunt vinden en dat is Phil; half cowbow, half vogelfanaat houdt Phil zich al sinds 1980 bezig met het opsporen van Plains Wanderers waarvoor hij er meerdere nachten per week op uit trekt. Al vanuit huis boeken we een plekje op een van zijn weekend tours vanuit Deniliquin maar de droogte waar we eerder al last blijkt alleen ook hier van grote invloed te zijn…

Dat belooft niet veel goeds dus licht gespannen staan we zaterdagochtend klaar op het vertrekpunt van de tour. In totaal zijn er 9 deelnemers verdeeld over twee jeeps; 3 Engelse wereldvogelaars, een echtpaar uit Adelaide, een fanatieke 14-jarige met zijn moeder en wij. Even wennen om met zo’n grote groep op stap te zijn maar het begint goed met Square-tailed Kite bij een nest en meerdere Superb Parrots.

Aan het eind van de middag rijden we naar de graslanden en bouwt de spanning verder op. Het is een mooie rustige dag en we hebben al een aantal soorten gezien die hij afgelopen weken niet had, zou dat de kans weer vergroten voor de Plains Wanderer?

Als de zon onder is gaat het echte werk beginnen: Beide jeeps hebben zowel aan de voorkant als aan de zijkanten enorme lampen waarmee we kriskras door de graslanden rijden hopend dat de spotlight een vogel vindt. Na een uur vinden we de eerste vogels; een groepje Banded Lapwings (steltlopers van de droge vlaktes) en even later een Eastern Barn Owl.

We vervolgen het rijden en scannen tot er over de walkie-talkie het nieuws komt dat de andere auto een Inland Dotterel heeft gevonden. Deze schaarse soort hebben we eindeloos gezocht langs de Birdsville track een paar weken geleden maar toen niet gevonden dus deze herkansing is zeer welkom!

Nu blijft alleen de Plains Wanderer nog over. Het succes van het eerste deel van de avond heeft de moed wat doen stijgen en met de woorden van Phil over de walkie-walkie “Let’s go and find that Plains Wanderer mate” begint de laatste zoektocht. We zoeken en rijden rondje na rondje door het gebied waar hij ze normaal ziet maar zonder resultaat (de paaltjes met lintjes die wijzen op eerdere waarnemingen zijn een pijnlijke herinnering). Het is na middernacht als de zoektocht wordt gestaakt en we verslagen aan de terugweg beginnen.

Van alle soorten in Australië is dit misschien wel de aller-pijnlijkste om te missen. Het is in ieder geval onze eerste echte grote dip van de reis. (Dippen is het niet zien, of missen van een soort in vogelaarstaal. Wat er de oorsprong van is weten we ook niet). Deze dip slaat ook meteen een deuk in onze ambitie om komende paar jaren alle families van de wereld compleet te krijgen. Als we dat willen zullen we nog een keer terug moeten komen naar Deniliquin en hopen dat Phil ze komende jaren blijft vinden.

Of was dat juist zo leuk aan vogels kijken? Dat er altijd nog iets over blijft wat je nog niet gezien hebt? Misschien komt dat gevoel over een paar dagen weer…

Update 22: Lente in het zuiden

We zijn aangekomen in de lente! South Australia heeft duidelijk een meer temperate klimaat en kent vier duidelijke seizoenen. Oktober is het midden van de lente en dat is te merken; aan de kust zijn overal bloemen en frisse blaadjes aan de bomen met een heerlijke temperatuur van ‘s nachts 10-15 graden wat overdag opwarmt tot rond de 30.

Ook voor de vogels is het duidelijk voorjaar met veel meer activiteit overdag en zingende mannetjes die hun territoria afbakenen. Zo zien en horen we overal Spotted Pardelotes (deze kleine vogels broeden in smalle tunnels in de grond) en reageert de Rufous Treecreeper heel fel als we in zijn gebied komen.

Ook de Emu papa’s zien we in de kust regio trots rondlopen met ieder een kleine kudde aan kleine pluizige Emu’s achter zich aan (mannetjes van deze soort dragen zorg voor de jongen tot wel 18 maanden). De Emu is de grootste vogel van Australië en hier in het zuiden een stuk algemener dan de enkeling die we in het noorden zagen. Wij zijn inmiddels groot fan van deze loopvogel en elke keer dat we ze onderweg tegenkomen is het een klein feestje (Vliegen kunnen ze niet maar lopen des te beter; een volwassen Emu gaat ongeveer 35km per uur hebben we een paar dagen geleden gemeten toen een vogel er voor koos eindeloos voor onze auto uit te blijven rennen op een smalle track)

Na een krappe week de kust naar het westen verkend te hebben vervolgen we onze weg oostwaarts richting de staat Victoria. Ook hier is het lente maar is er dusdanig weinig regen gevallen dat velden die normaal groen zijn er nog steeds dor en droog bijliggen (met uitzondering van alle wijngaarden en gazonnetjes die worden gesproeid).

Vogels hebben ook last van wegblijven van de regens en sommigen stellen zelfs het broedseizoen helemaal uit. De Malleefowl is zo’n voorbeeld; normaal gesproken in deze tijd van het jaar zijn ze bezig met het maken van grote natte bladerbergen waar ze hun eieren in begraven om ze door de warmte van het rottingsproces te laten uitbroeden. Natte bladeren zijn er momenteel niet en daarmee is er ook nog geen enkele actieve “Malleefowl mount” gezien dit jaar. Gelukkig voor ons is er een plan B en vinden we een stuk weg waar ze aan het einde van dag komen fourageren.

Komende week reizen we verder door de lente richting het oosten en gaan we zien welke impact de droogte nog gaat hebben op onze vogelplannen. De tijd lijkt erg snel te gaan (elke dag is Bird-Eat-Sleep-Repeat) maar we hebben nog een maand te gaan in Australië en de targetlijst belooft nog veel moois.

P.S. Voor wie sinds update 18 in spanning zat over de Grasswrens; we hebben ze inmiddels allemaal gezien! Hieronder de laatste die het rijtje voor deze route compleet maakt.

Update 21: Bijzondere ontmoetingen in the Middle of Nowhere

Door het meest afgelegen centrum van Australië lopen verschillende “Outback Tracks”; dirt roads die de spaarzame road houses en dorpjes verbinden door de eindeloze lege woestijn. We verkennen in het noord-oosten van South Australia drie van deze tracks; de Oodnadatta, Birdsville en Strezlecki track voor een paar van de meest zeldzame vogelsoorten van het continent en de meest ruige outback ervaring dat je hier kunt krijgen.

Het landschap is ondanks de leegte heel gevarieerd; stenige rotsen wisselen af met rode, witte en okergele heuvels, grassige hellingen en uitgestrekte gibber vlaktes. Gibber bestaat uit kleine steentjes en heeft als kenmerk te veranderen van kleur afhankelijk van welke kant het licht komt; van diep rood tot donker grijs (onderste 2 foto’s zijn op dezelfde plek gemaakt)

Na een paar honderd km over de Birdsville track komen we aan bij Mungarannee Roadhouse; een oude bar en hotel, mijlenver van de rest van de wereld, waarbij het wel lijkt of we een filmset binnen gaan: Achter de bar staat een oude baard die om 1 uur ‘s middags al flink bier aan het drinken en niet meer uit zijn woorden komt. De andere twee gasten zijn een Aussie die vertelt bezig te zijn met lopend van zuid naar noord Australië door te steken (hij loopt 40km per dag terwijl hij een kar met alle spullen voort trekt) en een schimmig figuur die duidelijk op de vlucht is voor iets en naar een plek zoekt om 2 weken onder te duiken. Vervreemd van alle bizarre gesprekken stappen we 2 uur later weer de hitte en de leegte in. Als we een dag later ook nog een Nederlander op de fiets tegenkomen is de set aan bijzondere ontmoetingen midden in de woestijn compleet.

We vervolgen onze weg richting Birdsville, waarbij er soms uren voorbij gaan zonder dat we überhaupt een vogel zien. De wind is ook flink opgestoken en met 38 graden en een kleine storm (plus dat het stikt van de vliegen) wordt het zoeken niet makkelijker. Gelukkig wordt ook hier ons doorzettingsvermogen beloond; we vinden ondanks de wind een heel mooi groepje Grey Grasswrens en hebben we veel geluk met Flock Bronzewing; deze zeldzame nomadische duif hadden we eigenlijk niet op gerekend maar zien we uiteindelijk heel mooi langs vliegen en zelfs nog even aan de grond.

De hoofdprijs van de outback bewaren we tot het laatst wanneer we 240km (enkele reis) de Strzelecki Track afreizen op zoek naar de Letter-winged Kite. Deze zwart-witte roofvogels jagen net als uilen vooral ‘s nachts en brengen het grootste deel van de dag door slapend in een boom. We weten dat er eind september nog 9 Kites zijn gezien in het gebied maar als we aankomen en meer dan 3 uur besteden aan alle bomen aflopen en speuren worden we toch een beetje zenuwachtig. De rest van de dag blijven we zoeken en posten maar zien we geen spoor van de vogels.

Er is een kans dat de Kites na hun nachtelijke jagen zijn aangekomen dus kamperen we vlakbij en vanaf het eerste licht in de ochtend maken we opnieuw een ronde langs alle bomen. Het is inmiddels 8 uur en langzaam verliezen we de hoop als Rob opeens een Kite ziet komen aanvliegen. Een golf van opluchting en blijdschap volgt als we deze waanzinnig mooie vogel vlak boven ons zien, een mega zeldzame soort en een fantastische afsluiting van ons Outback Tracks avontuur!!

Na meer dan 2000km dirtroad zijn we blij als we weer bij het asfalt aankomen, tijd voor een douche na al dat stof! De komende dagen rijden we kuststrook van South Australia binnen, waar het aanzienlijk dichter bevolkt is.

Update 20: Water in de woestijn

In de uitgestrekte leegte en droogte van de outback zijn verrassend veel vogels te vinden. Deze soorten hebben zich dusdanig aangepast aan het droge klimaat dat alles zich voltrekt rondom de zeldzame regens. Regen betekent voedsel en daarmee de start van het broedseizoen, aangezien de planten op het water reageren door vol te gaan bloeien wat voor vogels weer nectar en zaden brengt. Regens zijn alleen heel onvoorspelbaar en tijdens ons bezoek aan de Red Center is het heel erg droog. Alleen in het Desert Park van Alice Springs krijgen we een klein inkijkje in hoe een bloeiende en springlevende woestijn eruit ziet (het park gebruikt watersproeiers).

In droge tijden hebben vogels toch water nodig om te overleven wat inhoudt dat ze vele kilometers afleggen om bij een van de schaarse drinkplekken te komen. Dit kan een poel in een droge rivierbedding zijn, een lekkende waterleiding maar ook de voor koeien aangelegde drinkplaatsen zijn een goede bron voor water (deze ‘bores’ worden omringd door dijkjes met een klein windmolentje er bij om het water uit de grond omhoog te pompen). Om in de droogte de vogels te zien te krijgen is heel stil bij een drinkplaats gaan kijken dan ook een van de beste strategieën.

De twee belangrijkste soortgroepen waarvoor we verschillende drinkplekken bezoeken zijn vinkjes (waarvan de Zebra Finch een van de algemeenste maar ook mooiste is) en papegaaien, waaronder de Australian Ringneck en Mulga Parrot.

Deze laatste twee zien we een stukje ten noorden van Alice Springs waar we in het laatste uur zonlicht heel stil wachten op het dijkje van de bore. De papegaaien zijn heel schuw en eerst verkennen ze uitgebreid vanuit de struikjes aan de zijkant of de kust veilig is. We durven bijna niet te bewegen als ze heel voorzichtig naar de rand van de modder vliegen en daarna stapje voor stapje naar het water gaan.

Terwijl het laatste licht verdwijnt komen ook een aantal kangoeroes naar de waterrand om te drinken. De belangrijkste gast moet echter nog arriveren; de Bourke’s Parrot. Deze zeldzame papegaai is de hoofdreden van ons bezoek aan de bore en turend in de schemer wachten we af. Als het al bijna donker is horen we een licht tinkelende kwetter en dan… plof, plof. Onze verrekijkers kunnen nog net de twee kleine grijsblauwe vogels met witte oogringen onderscheiden die langzaam naar de waterkant lopen. Deze soort staat er om bekend dat hij ‘s morgens en ‘s avonds in de schemer komt drinken wat betekent dat we de volgende ochtend nog een kans hebben om ze wellicht iets beter te zien.

In het donker zetten we onze tent op in het rode zand niet ver van de bore en slapen onder een fantastische sterrenhemel (de droge woestijnlucht zorgt er voor dat je ontelbaar veel sterren kunt zien). De volgende ochtend zitten we om 5:35 in het half donker weer op het dijkje. We hadden niet veel later moeten zijn want binnen een paar minuten horen we de eerste plof, gevolgd door nog veel meer. Op het hoogtepunt tellen we meer dan 70 Bourke’s Parrots en terwijl het langzaam licht wordt kunnen we ze uitgebreid bekijken. Nog voor eerste zonnestraal zijn ze allemaal weer de woestijn in verdwenen. Wat een magisch schouwspel dat we zojuist hebben mogen zien.

Inmiddels hebben we Alice Springs verlaten en zijn we via een bezoek aan Uluru (Ayer’s Rock) doorgereisd naar South Australia. Na ruim een maand in dit land te zijn lopen de dagen steeds meer in elkaar over en is gevoel van tijd langzaam een beetje kwijt. Komende dagen blijven we in ieder geval nog in de lege woestijn waar we het asfalt gaan verlaten voor honderden kilometers dirt roads.

Update 19: Rock art birds

Vanuit Mount Isa steken we de grens over naar de Northern Territory; de dunst bevolkte staat van Australië (in totaal wonen er nog geen 250k mensen op een enorme oppervlakte). Voor het eerste deze reis krijgen we in het Kakadu National Park ook iets mee van de oorspronkelijke bewoners van Australië, voordat het land door Europeanen werd ‘ontdekt’. Het Kakadu natuurgebied bestaat uit zandsteen rotswanden omringd door groene vlaktes en voor duizenden jaren achtereen is dit een onderkomen geweest voor de eerste mensen van het continent, met name in het regen seizoen.

De Aboriginal cultuur hier gaat duizenden jaren terug, wat te zien is in oude rotsschilderen op verschillende locaties in het park. Deze “rock art” plekken zijn naast populaire toeristen bestemmingen ook de enige plek voor een aantal zandsteen vogelsoorten. Hier komt onze route samen met die van vele andere bezoekers, maar er zullen weinig mensen zijn die de Sandstone Shrike-thrush en Chestnut-quilled Rock-pigeon hebben opgemerkt in alle drukte.

Na een White-lined Honeyeater die we op het heetst van de dag vinden is de Black-banded Fruitdove de laatste “zandsteen vogel” die we nog zoeken; deze soort heeft zich gespecialiseerd in inheemse vijgenbomen die groeien op schaduwrijke zandsteen rotshellingen. Gelukkig hebben we een telescoop en kunnen we dus ook de verder gelegen rotshellingen van grote afstand checken. Onze strategie werkt en alhoewel de vogel best ver zit kunnen we hem in de scoop goed bekijken. Tijd om Kakadu weer te verlaten en door te reizen naar Darwin.

Het vinden van de vogels is deze dagen wel hard werken; het grootste deel van de dag is het heel warm en stil en veel plekken bezoeken we meerdere keren voordat het lukt om de vogels te vinden (en ook een paar soorten zoals de Red Goshawk vinden we na meerdere pogingen helaas niet). Uiteraard hoort dit bij het vogelkijk spel en is die onvoorspelbaarheid ook deel van de charme, maar het gemak waarmee alle targets lukten in Queensland lijken we een beetje kwijt te zijn. Een aantal mooie soorten zoals de Rainbow Pitta en de Partridge Pigeon laten zich gelukkig wel goed zien.

Aangezien kamperen niet ideaal is met warme plakkerige nachten verruilen we eenmaal in Darwin de tent voor een hotelkamer. Met airco en een zwembad is dit een prima uitvalsbasis waar vandaan we langs de kust bij Darwin zoeken naar verschillende mangrove soorten. Hiermee hebben we het noordelijkste punt van ons Australië rondje bereikt waarna we weer terug het binnenland in rijden.

Update 18: Grasswrens in de Outback

Na het verlaten van de oostkust merken we pas echt hoe uitgestrekt en leeg Australië is. Urenlang rijden we over lange (veelal) rechte wegen met maar eens in het uur een andere auto of een “road train” (vrachtwagens met drie grote containers achter elkaar van meer dan 50 lang).

Het landschap verandert gedurende de reis langzaam van Eucalyptus forest naar Woodland Savanna en dan steeds meer uitgestrekte graslanden. Dit gaat samen met een steeds droger wordende lucht en een felle brandende zon (wel handig bij het doen van de was). Alle planten en bomen die hier groeien zijn volledig ingericht op hele lange periodes zonder water. Een vrouw in Winton vertelt ons dat het nu groener is dan normaal omdat het recent nog heeft geregend, recent blijkt afgelopen maart te zijn…

Overdag is het vooral heet (35 graden) maar ‘s morgens vroeg en aan het einde van de dag komt het landschap tot leven met vogels die zich hebben aangepast aan dit habitat. Zo beweegt de Purple-backed Fairy-wren in kleine familie groepjes door lage scrub struikjes en is de Spinifex Pigeon alleen te vinden in (zoals de naam doet vermoeden) Spinifex gras, een stekelig soort gras dat in grote bollen op stenige ondergrond groeit.

Een van de meest felbegeerde vogels van de outback zijn echter de Grasswrens, een groep die zich kenmerkt door heel zeldzaam en moeilijk te zijn; ze komen alleen voor in kleine gebieden ver van de bewoonde wereld en zijn daarnaast ook nog moeilijk te vinden doordat ze heel stiekem tussen het gras door rennen en kruipen. Tot slot zijn ze fantastisch mooi en fijn getekend, kortom de ultieme uitdaging voor vogelaars! Onze eerste Grasswren (Striated) maakt dit helemaal waar. We vinden er twee na een aantal uren zoeken in een gebiedje 100km onder Winton en eenmaal in beeld zijn ze minstens zo gaaf en mooi als we hadden gehoopt.

De volgende twee Grasswrens die op onze route liggen zijn Carpentarian Grasswren en Kalkadoon Grasswren met beide een heel klein verspreidingsgebied rond Mount Isa. Net als de Striated Grasswren houden deze twee soorten vooral van terrein met veel Spinifex waardoor we tijdens het zoeken goed moeten opletten waar we onze voeten zetten om zo min mogelijk scherpe graspunten in onze benen te krijgen. We vinden de Carpentarian Grasswren uiteindelijk door de subtiele hoge piepjes die ze als roepje hebben. Daarna duurt het nog bijna een uur voordat we hem goed hebben gezien, zo sneaky rent hij tussen de grote graspollen door. Ook de Kalkadoon Grasswren geeft zich niet zomaar gewonnen, deze zien we in totaal twee keer kort maar goed. Voor een goede foto waren beide soorten alleen wel een beetje lastig, waarmee ze hun reputatie helemaal waar maken.

Gelukkig zullen er nog een paar Grasswren soorten volgen tijdens onze reis (in totaal zijn er 10 verschillende waarvan er 8 in onze planning passen). Maar eerst vervolgen we komende dagen onze reis naar Darwin voor een bezoek aan de tropen van Australië.

Update 17: Crossing Kangaroos & Cassowaries

Onze grote tour Down Under is begonnen! De komende 2,5 maand rijden we een heel groot rondje door Australië; Van Brisbane omhoog naar Cairns, dan doorsteken naar Darwin via Mount Isa, om vervolgens dwars door de outback naar beneden te rijden via Alice Springs naar Adelaide en dan via de oostkust langs Melbourne en Sydney weer omhoog naar Brisbane.

De afstanden zijn groot dus het betekent naast lekker vogels kijken ook heel veel uren in de auto zitten. Het is in Australië het begin van de lente maar als we omhoog rijden is het duidelijk dat een groot deel van de staat Queensland vooral een tropisch droog versus nat seizoen heeft en het nu heel droog is. Al in de eerste dagen zien we meerdere bosbranden en staan we ruim 2 uur in de file als een grote vlammenzee de snelweg oversteekt. De Australian Bustard, die normaal gesproken een lichte nek en buik heeft, lijkt door alle zwarte as haast een andere soort.

Het plan is om lekker veel in ons tentje te gaan slapen en met het aanschaffen van een brandertje, pannetjes en kampeerstoelen zijn we er helemaal klaar voor. Australiërs houden duidelijk ook van kamperen; overal zien we campers, caravans en vol uitgeruste 4x4s rijden (inclusief quadbikes en visboten die op aanhangers worden meegenomen). En via de populaire Australische app Wikicamps is het erg eenvoudig om aan het eind van de dag een mooi plekje te vinden voor de tent. Zo kamperen we bij Eungella midden in het Nationaal Park tussen de vogels en kangaroos terwijl er naast ons in beek twee Vogelbekdieren rustig naar voedsel duiken.

Belangrijke doelsoort voor de eerste week is de Southern Cassowary (broertje van de Northern die we eerder dit jaar in West Papua zagen). Rond Mission beach worden ze regelmatig gezien en staan er overal bordjes met waarschuwingen voor overstekende vogels. De dino-achtige reuzenvogels zijn alleen moeilijk voor te stellen in dit drukke toeristisch gebied waar constant auto’s met 80km/u over de brede asfaltwegen rijden.

Toch is het na een uurtje rijden en zoeken in het eerste licht raak; in de berm van de doorgaande weg loopt een paartje Cassowary die niet bepaald schuw zijn. Wat een indrukwekkende dieren! Even later steekt er eentje over waarvoor 3 passerende auto’s keurig afremmen alsof het een alledaagse gebeurtenis is …

Inmiddels staan we op het punt van de Cairns regio richting Mount Isa te vertrekken. Met de eerste week staat de teller op ruim 200 soorten vogels (en 4000 gereden km) en is het een heerlijk vooruitzicht dat we de komende 10 weken dit lege, ongerepte land vol met rare dieren verder gaan verkennen.

Update 16: Bonjour monsieur Kagu

Na een korte stop in Brisbane zijn we doorgereisd naar New Caledonia, of zoals het lokaal heet “Nouvelle Caledonie”. Dit eiland is rond 1850 door de Fransen geclaimd en sindsdien omgetoverd tot een goed georganiseerd tropisch stukje Frankrijk. Naast de Franse taal die is geïntroduceerd rijden er ook bijna alleen maar Franse auto’s rond en is er in de supermarkt maar weinig wat niet uit Frankrijk is geïmporteerd (inclusief Franse kaasjes en heel veel Franse wijn). Cultuur bewust als wij zijn drinken we natuurlijk een glaasje mee.

Het grootste eiland heet Grande Terre en is 400km lang en 50-70km breed. In tegenstelling tot veel Pacifische eilanden is Grande Terre niet ontstaan vanuit vulkanische activiteit maar was het miljoenen jaren geleden onderdeel van het oer-continent Gondwana. Hierdoor zijn bijna alle planten en bomen op het eiland endemisch en onderdeel van oeroude families.

Zo ook bij de vogels; Grande Terre heeft ruim 20 endemen waaronder de ancient Kagu. Deze unieke loopvogel, die eruit ziet als een kruising tussen een duif en een ral is miljoenen jaren geleden afgesplitst van andere soorten en is vandaag de dag alleen nog heel ver verwant aan de Sunbittern in Midden-en Zuid-Amerika. Eenmaal in het “Parc des Rivière Bleue” hebben we er al snel een aantal gevonden, een klein wonder dat ze de evolutie overleefd hebben zo nieuwsgierig zijn ze.

New Caledonia is een heerlijk relaxte week waarin we met een eigen huurautootje en ook een deel op de fiets het eiland verkennen, lekker vers stokbrood eten en ‘s avonds afsluiten met een wijntje voor de tent of bungalow.

Ook brengen we nog een kort bezoek aan de twee kleinere eilanden Lifou en Ouvea met wat respectievelijk twee endemische White-eyes en een Parakeet een mooie aanvulling is. Vooral de Ouvea Parakeet is een moeilijke soort die pas recent door beschermingsinitiatieven niet meer op uitsterven staat. Wij vinden ze op een mooi rondje van 50km fietsen, wat het meer dan waard is voor deze stoere papegaaien.

Na 6 heerlijke dagen stappen we weer in het vliegtuig terug naar Brisbane. Voor wie ooit in de buurt is (en niet vies is van een woordje Frans); New Caledonia is een fantastisch leuke en mooie bestemming of je nu van vogels houdt of niet, een absolute aanrader!

New Caledonia [2018]

B73A1786 (1)

Since we were so close to New Caledonia in our year of travelling we had to visit New Caledonia to see a Kagu. Of course, when we made the trip we tried to see the rest of the endemics as well, and given it was an in-between stop we tried to see everything in a short timeframe. We started with a 2-trip to the small Loyalty islands Lifou and Ouvea for their endemic White-eyes and Parakeet, next we had 3,5 days on Grande Terre but after 2 days we had seen all the birds (including the Thicketbird).
Since we are still traveling this is a preliminary trip report with our main findings and a rough annotated species list (counts are incomplete and subspecies indication is missing). Please send us an email if you are missing information.

New Caledonia Tripreport