Update 28: Capibara feestje

Vanuit de Andes rijden we naar het oosten de vlakte in tot aan de grens met Paraguay. Na de bergen is het weer even wennen aan het hete laagland en de hele dag zweten met muggen. Het is een flink stuk rijden maar in deze uithoek van het land ligt het Parque Nacional Iberá; een enorm gebied van eindeloze natte graslanden, meren en moerassen waar grote hoeveelheden (water)vogels leven samen met zoetwater krokillen en Capibara’s – een soort hele grote zwemmende cavia’s.

Als eerste verkennen we een dirttrack die aan de noordkant het gebied in loopt en kilometers lang door het moeras slingert. De auto is op dit soort momenten een ideale schuilhut om alles van dichtbij te kunnen bekijken en bijvoorbeeld de Southern Screamers (een nieuwe familie!) laten zich tot op een paar meter benaderen. De Capibaras zijn vaak zelfs zo dichtbij dat we moeite moeten doen om ze van de track te krijgen om verder te kunnen rijden…

Naast de Ibera seedeater (een pas recent geschreven soort maar verder wel een beetje saai) is de belangrijkste target de Strange-tailed Tyrant. We zien de Tyrant eerst al meerdere keren op het logo van het park afgebeeld maar als we ze daarna in het echt vinden stelt hij zeker niet teleur; zoals de naam doet vermoeden hebben de mannetje een rare lange staart die achter hen aan wappert terwijl ze vliegen of hoog in een grasstengel gaan zitten.

Na een hete en winderige dag zien we vanuit oosten een enorm front aankomen en gaat de wind over tot bijna storm gevolgd door heel veel regen. De temperatuur daalt binnen een uur misschien wel 15 graden en ook de hele nacht en de volgende ochtend regent het stevig door.

Voor vogels kijken is dit niet ideaal maar nog vervelender is dat alle wegen in dit gebied zijn gemaakt van (harde) aangestampte modder en met deze hoeveelheid water alles verandert in één grote blubber bende. Vanuit het dorpje midden in Iberá waar we slapen is het nog bijna 100km tot het asfalt en al glibberend en slippend wordt het een lange tocht. Gelukkig hebben we een 4WD en goede ruitenwissers om de constante bruine douche en modderkluiten die tot over het dak komen een beetje te verwerken.

Komende dagen rijden we richting Buenos Aires en vinden we hopelijk onderweg een goede car wash om dit Capibara uiterlijk er weer een beetje af te krijgen.

Update 27: Steeds weer andere Andes

Van Mendoza zijn we inmiddels naar het noorden gereisd tot aan de grens met Bolivia. We volgen continue de Andes en die zijn hier weer totaal anders is dan in Chili. De bergen zijn vooral heel afwisselend en bijna elke dag komen we door meerdere totaal uiteenlopende landschappen; van droge Monte Desert bij Mendoza, motregen op de Cordoba hoogvlakte, groene Yungas bossen, droge cactus valleien en hoogvlaktes en passen op meer dan 3500m hoogte.

Al die verschillende soorten habitat hebben ook steeds weer andere vogelsoorten waaronder een aantal zeer “range restricted” (soorten die op maar één klein gebied ter wereld voorkomen). Hieronder een vijftal voorbeelden van afgelopen week:

1. Monte Yellow Finch: Komt in een aantal Monte Dessert valleien van Argentinië voor en migreert daartussen van winter op zomer.

2. Olrog Cinclode: Samen met de Cordoba Cinclode beperkt tot de hoogvlakte bij Cordoba.

3. Salinas Monjita: Komt voor in de lage scrub rond grote zoutmeren in NW Argentië, wordt eigenlijk alleen gezien bij Lago Salina Grande.

4. Yellow-striped Brush-Finch: Leeft in dichte struiken op groene Yungas hellingen in Noord Argentinië.

5. Horned Coot; Broedt op hoogvlakte meren in Noord Argentië en aangrenzend Chili waaronder Lago Pozuelo, een groot meer op 3700m. Het water wat hier op de grote hoogvlakte samenkomt is een drukte van jewelste met duizenden flamingo’s (Andean, Chilean en Puna Flamingo) maar daartussen vinden we met de telescoop een mooi paartje Horned Coot met 2 jongen.

Als we net een beetje gewend beginnen te raken aan het zuurstof gebrek op deze hoogte is het tijd om de bergen weer te verlaten. Komende maanden zullen we meerdere keren terugkeren naar de Andes; eerst in het zuiden van Argentie, meerdere plekken in Chili, centraal Peru en tot slot in Colombia. Dit soort ruige bergen met gave hooglandsoorten gaan gelukkig nooit vervelen.

Update 26: Tweede helft van start in Zuid-Amerika!

Sinds de vorige blog post zijn we via Tasmanië naar Chili gereisd en inmiddels doorgereisd naar Argentinië. Met de aankomst in het nieuwe werelddeel zijn we op de helft gekomen van onze wereldreis. Sinds we op 3 juni zijn vertrokken uit Amsterdam hebben we bijna 1000 nieuwe soorten gezien en staan onze wereldlijsten op 5732 (Helen) en 5928 (Rob). Na 6 maanden elke dag er op uit en vogels kijken kunnen we concluderen dat we het voorlopig nog niet zat zijn, en vooral heel veel zin hebben om de komende 6 maanden door te knallen in het meest soortenrijke werelddeel; Zuid-Amerika!

Wat bedoelt was als een mooie finale van het Australië rondje valt letterlijk een beetje in het water; de gehele 4 dagen Tasmanië hangt er een groot front boven het eiland waardoor het maar weinig droog is en onze tour met een klein vliegtuigje naar de Orange-bellied Parrots wordt gecanceld. Tussen de regen door vinden we vrij snel alle 12 endemen waardoor we de rest van de tijd kunnen besteden aan het voorbereiden van de volgende etappe (wat hard nodig is met zoveel nieuwe soorten).

Na een vlucht van 13 uur landen we in Santiago de Chili. De komende 9 weken gaan we een groot rondje rijden door Chili en Argentinië en de eerste dagen bewijzen al dat dit naast mooie vogels ook landschappelijk gezien een hele gave tocht gaat worden; Chili is bijna 4300km lang en erg smal waardoor je nooit ver verwijderd bent van de hoge Andes. Vlak achter Santiago rijden we dan ook in no time door een uitgestrekt en ruig berglandschap.

Wat op het eerste gezicht kale en onherbergzame hellingen lijken is in werkelijkheid het leefgebied van een enorme diversiteit aan vogels die zich hebben aangepast aan de hoogte. In de grassige stukken zitten Yellow-rumped Siskins en Greater Yellow Finches, op de rotsige stukken verschillende soorten Ground-Tyrants en Cinclodes terwijl boven ons hoofd de Andean Condors door de lucht zeilen.

De mooiste soorten vinden we als we nog hoger gaan tot de drassige vlaktes waar het smeltwater zich uit het sneeuw en ijs van de toppen heeft verzameld; hier vinden we meerdere baltsende Grey-breasted Seedsnipes en laat een paartje Diademed Sandplover zich fantastisch bekijken.

Na een paar dagen weer inkomen in het Spaans praten en al een goede selectie empanadas gegeten te hebben, reizen we door naar Argentinië. Via de pas richting Mendoza gaan we omhoog terwijl het landschap weer steeds ruiger wordt en we vlakbij de grens zelfs door een sneeuwbui rijden. Alle papieren zijn in orde en zonder veel gedoe komen we met onze huurauto door de douane. We zullen aan het eind van rondje weer terugkomen in Chili maar niet voordat we Argentinië hebben doorkruist van de grens met Bolivia tot aan Patagonië!