Update 14: Dress to impress

Nadat de vlucht naar Tari niet bleek te gaan was er maar één andere optie om er toch te komen; onze tickets omboeken naar Mt. Hagen en vanaf daar 6-7 uur met een jeep over een hobbelweg door de hooglanden. Onderweg legt onze bijrijder uit dat er in de de regio waar we naar toe rijden vaker gedoe is met geweld en dat het in de brand steken van het vliegtuig (en ook het vliegveldgebouw en het huis van de gouverneur) een typisch voorbeeld is van “eerst doen en dan pas nadenken”.

Onderweg krijgen we twee keer een klein inkijkje in de cultuur van deze stammen; op de heenweg passeren we een begrafenis van een krijger (waarbij de stoet mensen kreten uitslaan voor wraak met hun messen de lucht in gestoken) en op de terugweg komen we terecht in een “vecht groep”; ruim 100 man met zwart geschminkte gezichten, groene tooien van bladeren en veren en elk voorzien van een pijl en boog, machete of bijl. Wij mogen gelukkig passeren maar ze zien er niet uit alsof een foto gewaardeerd wordt dus dat doen we maar even niet.

De traditionele outfits voor dansen en vechten zijn duidelijk afgekeken van de lokale vogels. Tijdens ons verblijf zien we een flink aantal Birds of Paradise (deels oude vrienden uit West Papua) die laten zien hoe je de show kan stelen met een mooi verenkleed. Op de eerste dag begint het met de imposante Brown Sicklebill (meer dan een meter lang) en de King of Saxony, een kleine gele vogel die zijn lengte meer dan goed maakt met twee enorme antennes die vanuit hoorntjes op zijn hoofd groeien.

De dagen daarna volgt de Ribbon-tailed Astrapia, die zijn naam eer aan doet door twee bizar lange witte staartpennen als een golvend lint achter hem aan te zwieren. Vol verwondering zien we hem baltsen in een boom met meerdere vrouwtje die hij alle kunstjes met z’n staart laat zien.

Maar misschien wel de mooiste van allemaal is de Blue Bird of Paradise, een uniek blauw met zwarte paradijsvogel met een staart vol sierpluimen en 2 lange staartpennen die heel hoog op ons verlanglijstje stond.

Van de 4,5 dag houden we helaas maar ruim 3 dagen over door de onverwachte extra reistijd. De hooglanden van Papua smaken absoluut naar meer dat zal moeten wachten tot een volgende reis. Op de terugweg eten we weer de lokale snack van geroosterde pinda’s met gember en sluiten af met een biertje in het hotel in Mt. Hagen.

De volgende ochtend op het vliegveld wacht ons een mooie verrassing in de vorm van Dusan. Altijd leuk om onverwacht een vriend tegen te komen, al helemaal als dit aan de andere kant van de wereld is! Onze wegen scheiden alleen snel weer; wij vliegen door naar New Britain en Dusan met zijn vogeltour groep naar het zuiden van PNG.

Update 13: Who is Pitta?

De Superb Pitta is een van de meest zeldzame Pitta’s binnen de familie en komt alleen voor op het eiland Manus, ten noorden van PNG. Dit is dan ook onze hoofdtarget voor de 4 dagen die we op het eiland hebben.

Er is weinig informatie beschikbaar over Manus en we weten vooraf dat het vooral ingewikkeld is om dingen te regelen, mede omdat alle stukken land verschillende landeigenaren hebben en onderlinge contacten gevoelig liggen. Via via leggen we al maanden van te voren contact met Mark die ons helpt met het organiseren van de logistiek. We mailen heen en weer over onze plannen eenmaal in PNG doen we per sms een check of alles in orde is en hij de lokale gids voor de Pitta heeft geregeld. Het antwoord is niet direct geruststellend..

Niet goed wetende wat te verwachten landen we op 11 augustus op het eiland bij het simpelste vliegveldje tot dus ver (meer een houten huis). Er blijkt al een aantal dagen een brandstof tekort te zijn op Manus waardoor er ook nauwelijks stroom is.

Bij het hotel ontmoeten we zowel Mark als de lokale vogelgids Aaron. Tot onze opluchting blijkt Mark een hele relaxte kerel te zijn die veel connecties en aanzien heeft op het eiland en ons duidelijk kan helpen. Aaron is een lastiger verhaal; er hangt een duidelijke alcohol walm om hem heen en hij heeft vage verhalen over dat hij meer geld nodig heeft om alvast toegang te regelen met landeigenaren voor de Pitta. Hij is echter ook de enige persoon waarvan we weten dat we een kans maken op de Pitta dus op hoop van zegen geven we hem het (hoge) geldbedrag waar hij om vraagt.

De dagen daarna blijkt het inderdaad schimmig te zijn; in plaats van ons zelf te gidsen op dag 1 draagt hij ons over aan een andere gids Timothy zonder hem ook het toebehorende geld te geven. Ook de “landowner fees” blijken veel minder te zijn waarbij hij elke keer weer met een nieuw verhaal komt om zich recht te praten. Het geld is duidelijk verdwenen en vooral de sympathieke 2e gids Timothy met zijn 3 kinderen trekken aan het kortste eind.

Het goede nieuws voor ons is dat we tussen alle gelddiscussies door wel de vogels zien (daar gaat het uiteindelijk om!) zodat we na 2 dagen gelukkig zo’n beetje klaar zijn in het bos en niet nog meer hoeven te regelen/betalen. Na de Manus Boobook (een endemisch uiltje) op de eerste middag komt het absolute hoogtepunt op de 2e ochtend als na een flink eind zoeken een Pitta reageert en terugroept. De tweede keer roept hij al dichterbij en niet veel later zit hij boven ons in de boom. Niet alleen heel erg zeldzaam en moeilijk maar ook nog heel mooi; met een diep zwart lichaam, rode buik en felle lichtblauwe vleugels die hij bij elke roep naar beneden pompt.

Onze tweede logistieke uitdaging is het bezoek aan Tong, een klein eilandje 35km uit de kust van Manus en de enige bekende plek van Manus Fantail (een vogelsoort die sinds 1934 op Manus uitgestorven is). Er komen blijkt alleen een uitdaging; brandstof is nog steeds schaars en met veel moeite lukt het Mark om de 20 gallon die we nodig hebben te regelen. Ook heeft Mark al veel tijd gestopt in het bouwen aan de relatie met de mensen op Tong (in het verleden hebben vogelaars moeilijkheden gehad). Op de ochtend van vertrek komt de boot van Tong niet opdagen maar kunnen we gelukkig de boot van Mark gebruiken. De overtocht is minder heftig dan onze vorige boot ervaring maar nog steeds behoorlijk nat. Wel heel veel vliegende vissen waarvan er zelfs eentje in de boot vliegt.

Eenmaal op het eiland worden we rondgeleid door de schoonzoon van de “island chief” terwijl Mark de koekjes en koffie uitdeelt die we als vriendschap token hebben meegenomen. Er wonen 150 mensen op Tong, volledig zelfvoorzienend met verse vis en het groeien van palmharten, casave en kokosnoten. De Manus Fantail (en een aantal andere goede eiland soorten) zijn snel gevonden waarna we met een verse kokosnoot als drankje afwachten hoe er door Mark en de lokale belangrijke mannen wordt bediscussieerd hoe onze geldbijdrage voor het land verdeeld moet worden.

Inmiddels is het tijd om weer terug te vliegen naar Port Moresby. Manus was een succes qua vogelsoorten en daarnaast ook erg interessant (en soms vermoeiend) om een kijkje te nemen in de complexe onderlinge sociale verbanden die het leven in PNG grotendeels bepalen. (Hierdoor stranden initiatieven veelal omdat niemand elkaar iets gunt, leren we uit de vele gesprekken die we deze week voeren.)

Bij het verlaten van Manus horen we dat er voor onbepaalde duur geen vliegtuigen gaan naar onze volgende bestemming Tari omdat lokale dorpelingen daar een vliegtuig in de fik hebben gestoken. De logistieke uitdagingen lijken dus voorlopig nog niet voorbij… Cheers op het hebben van geduld!

Update 12: Naar het einde van de wereld

Papua New Guinea is een land dat bestaat uit een verzameling van heel veel stammen met elk hun eigen cultuur en tradities, wat zich onder andere uit in het feit dat er meer dan 800 talen in het land worden gesproken.

Onze eerste bestemming in PNG is Normanby, een klein eiland aan de oostkant en zelfs hier vertelt onze lokale gastheer zijn er 2 officiële talen op nog geen 5km van elkaar en tal van dialecten.

Het contrast tussen ons verblijf in Singapore en Normanby had niet groter kunnen zijn; van een high-tech stad met enorme skyline voelt de aankomst in Port Moresby al als de aankomst in een dorp en vanuit daar reizen we steeds verder weg van de moderne wereld. Vanuit Port Moresby maken we eerst nog een korte vlucht naar Alotau, een stadje van nog geen 12k inwoners aan de oostkant van PNG. Vanuit daar rijden we met busje in 2 uur naar East Cape, het meest oostelijke puntje van Papua. Hier stappen we in een kleine bootje en varen de oceaan op en komen na 1,5 uur aan bij onze bestemming wat voelt als het eind van de wereld: de Sewa Bay van Normanby.

Rond de baai liggen verschillende kleine dorpjes die elk bestaan uit een paar huisjes van hout en palmbladen. Wij verblijven bij Waiyaki en zijn familie, die al 300 jaar aan deze baai wonen waarbij het leven door de tijd waarschijnlijk niet veel veranderd is; alles gebeurt hier met houten kano’s, om vis te vangen maar ook voor kinderen om naar school te gaan.

Het regenwoud klimt hier direct vanuit de baai tegen de heuvels omhoog en de mix van vogels zorgt voor een spektakel aan geluiden.

Op dag 1 lopen we in het donker omhoog naar de baltsplek van Goldies Bird of Paradise. Deze soort, samen met de Curl-crested Manucode zijn de hoofdreden van ons bezoek, beide endemische paradijsvogels die alleen op Normanby en de twee naastgelegen eilanden voorkomen.

Op dag 2 bezoeken we een klein eiland voor de kust van 100 bij 200 meter (een eiland bij een eiland bij een eiland). Hier wonen een aantal kleine eiland specialisten die niet op het vaste land of op Normanby te vinden zijn maar alleen op dit soort eilandjes, zoals de Islet Kingfisher, Louisiade White-eye en de Nicobar Pigeon.

Na een rondje vogelen nemen we een duik in de glasheldere zee om de onderwaterwereld te ontdekken. Fantastisch mooi koraal met een eindeloze variatie aan kleurige, tropische vissen. Twee daarvan worden gevangen en even later lunchen we met vers gebakken vis op dit paradijselijke strandje. Can life get any better?

Het blijkt iig slechter te kunnen… Normanby wordt het een week van grote hoogte maar ook dieptepunten: Als de laatste dag aanbreekt regent het en is de wind al flink opgestoken en even later beginnen we aan de ruigste en onprettigste boottocht die we ooit hebben meegemaakt. Terugkomen van het einde van de wereld is kennelijk een stuk minder makkelijk. Door de wind zijn er dikke schuimkoppen ontstaan en bij elke golf klappen we hard neer terwijl er continue emmers zeewater over ons heen klotsen. Zelfs met onze poncho’s aan zijn we binnen de kortste keren doorweekt en houden we ons met beide handen vast om in de boot te blijven. Na 1,5 uur komen we als twee verzopen katten aan bij een klein onbewoond eilandje voor de kust van East Cape. Gelukkig schijnt de zon inmiddels en kunnen we alles laten drogen.

Het blijkt van de regen in de drup, tijdens de pauze op het eilandje blijken er allemaal minuscule mijten rond te lopen en zitten we binnen de kortste keren helemaal onder de jeukbultjes tot op de meest vervelende plekjes. Eenmaal terug op het vaste land trekt de zeeziekte gelukkig snel weg maar de onuitstaanbare jeuk nemen we nog dagen met ons mee naar onze volgende bestemming; het eiland Manus.

Update 11: In de voetsporen van David Attenborough

De wens om naar Papua te gaan, op zoek naar Birds of Paradise bestond al sinds het zien van de BBC documentaire Life of Birds, velen jaren geleden. Een belangrijke lokale man achter deze documentaire is Zeth Wonggor, de beste en inmiddels meest bekende vogelgids van West Papua, die ons met een mooie lach begroet als we aankomen in Manokwari. ‘s Avonds, als we na 3 uur rijden de bergen in zijn aangekomen bij de homestay vertelt hij ons zijn verhaal.

Begin jaren 90 was Zeth een jager die er dagelijks op uit trok met een katapult om vogels te jagen voor het vlees. Duiven waren favoriet maar ook de Birds of Paradise waren gegeven hun grootte zeer de moeite waard. Op een dag wordt er op zijn deur geklopt en hoort hij iemand zijn naam roepen. Als hij open doet valt zijn mond open als hij voor het eerst van zijn leven oog in oog staat met een blanke. De blanke legt in gebrekkig Bahasa uit dat hij geïnteresseerd is in vogels en eenmaal binnen bekijkt hij vol bewondering het huis van Zeth dat vol hangt met alle staarten van vogelsoorten die hij heeft verzameld. De volgende dag trekken ze samen het bos in. Terwijl Zeth denkt dat het fototoestel een geavanceerd wapen is om mee te jagen is hij aan het einde van de dag compleet in verwarring als ze met lege handen thuis komen en hij toch geld krijgt. Deze dag blijkt het begin van een nieuw leven als er in de periode daarna meer en meer bezoekers komen en hij het jagen inruilt voor het laten zien van vogels. Een paar jaar later met de komst van David Attenborough plus volledige filmcrew wordt zijn dorp definitief op de kaart gezet, en inmiddels 25 jaar later runt Zeth een eco village plus verschillende kampen waar de ene na de andere groep komt voor de vogels en het hele dorp mee profiteert.

Maar liefst 8 Birds of Paradise plus vele andere vogels zijn er op loopafstand van het dorp te vinden. De meeste Bird of Paradise zijn vooral zo uniek vanwege hun balts waarbij ze het kleurige verenkleed kunnen omtoveren tot bizarre vormen en dansen om belangstellende vrouwtjes te verleiden. Dat unieke moment zien is alleen heel lastig en vergt heel veel geduld. Gedurende ons bezoek brengen we dan ook bijna 20 uur door in camouflage hutjes, doodstil zittend in afwachting van een mogelijk vogel.

Bij de Western Parotia hebben we na 2 keer 2,5 uur wachten geluk en zien we het mannetje zijn ballerina dans uitvoeren, een magisch moment. (Klik hier voor een filmpje van hoe dit er uit ziet).

Ook de Black Sicklebill, een prachtige zwart met blauwe vogel van meer dan een meter lang van kop tot staart, laat in de ochtendschemer zijn performance zien (klik hier). Voor de Superb en de Magnificent Bird of Paradise nemen we genoegen met een mooie waarneming van de vogel maar helaas zonder balts (vooral Superb hadden we graag baltsend gezien, zie hier). Ons respect voor de documentaire makers, die vaak weken achtereen in dit soort hutjes van palmbladen doorbrengen voor dat ene unieke moment, is in ieder geval flink toegenomen.

Een ander hoogtepunt van ons verblijf is de Vogelkop Bowerbird. Bij deze vogel is niet zijn kleed of balts uniek maar verleidt hij de vrouwtjes met het bouwen van een soort museum; zijn “bower”. Op verschillende plekken in het bos komen we deze indrukwekkende bouwwerken tegen, waarbij elke bower weer uniek is en de persoonlijke voorkeuren van de vogel laat zien.

Zo is de ene Bowerbird duidelijk fan van blauwe bessen en zwarte keverschildjes, terwijl de ander een een compositie van houtskool, groene vruchten en oranje bloempjes heeft gemaakt. Helaas is plastic vaak ook een geliefd object en zien we veel doppen, blikjes en stukken tentzeil.

Deze week was een heerlijke laatste stop in de West Papua trip, en heel gaaf om met de vogelkennis en ervaring van Zeth op pad te zijn.

Na 7 dagen is het tijd om weer terug te rijden naar Manokwari voor de vlucht naar Jakarta. Hier scheiden onze wegen; wij reizen door naar Singapore in het noorden, Bas vliegt naar het oosten met bestemming Los Angelos en Marten, Viv en Sjoerd naar het westen terug naar Amsterdam. Het was een super mooie trip samen!

Voor ons wachten na een korte break in Singapore nog meer Birds of Paradise maar nu aan de oostkant van Papua in PNG.

Update 10: Kamperen in de ruige bergen

Vooraf wisten we al dat de week in de Central Highlands een zware week zou worden. Zwaar was het zeker maar ook ongelooflijk gaaf, een week om niet snel te vergeten…

We landen op 18 juli in Wamena waar we de 6 porters ontmoeten die de komende week met ons mee zullen gaan op de trekking. De Baliem vallei waarin Wamena ligt is pas rond 1930 ontdekt toen er voor het eerst vliegtuigen over Papua vlogen en er beneden een duizenden jaar oude beschaving bleek te bestaan, geïsoleerd door hoge bergen. Alhoewel de peniskokers inmiddels grotendeels uit het straatbeeld verdwenen zijn is de eigen cultuur van dit bergvolk nog overal duidelijk aanwezig.

Ons eerste kamp is op 3300m op een hoogvlakte waar we onze tentjes opzetten naast de kooktent. Deze bestaat uit een houten constructie met een zeil erover waaronder op een (nat) houtvuur voor ons wordt gekookt. Terwijl het buiten begint te regenen is het ondanks de rook best behaaglijk met z’n allen rond het vuur.

Het is flink koud en ademhalen op deze hoogte is al duidelijk lastiger als we met onze laarzen door de drassige vlakte lopen. De vogels zijn hier compleet anders dan aan de kust maar zelfs op deze hoogte is de diversiteit en kwaliteit heel hoog.

Het letterlijke hoogtepunt komt op dag 2 en 3 als we een trekking maken naar Mount Trikora voor de Snow Mountain Robin. We vertrekken met het eerste licht en klimmen en dalen de hele dag door een uitgestrekt en ruig landschap. Het pad is heel modderig en onze laarzen zakken vaak diep weg (bij Rob zelfs een keer tot zijn bovenbeen). Eindpunt van deze dag is een grot op bijna 3900m waar onze tentjes precies naast elkaar passen op de smalle richel. Gelukkig maken de porters een “api besar” (groot vuur) waar we allemaal dicht omheen kruipen.

In het donker staan we weer op voor de laatste etappe. Het habitat van de Snow Mountain Robin begint een paar honderd meter hoger bij de rotsen en puinhellingen van Mount Trikora. Om hier te komen moeten we nog een hele steile wand beklimmen, wat alleen maar lukt door met handen en voeten ons aan graspollen omhoog te trekken. Gelukkig is het deze ochtend stralend mooi weer en na ruim een uur verder omhoog klimmend en zoekend horen we het roepje van de Robin. Niet veel later is de vogel in beeld en staan we op 4300m te kijken naar een van de meest afgelegen vogelsoorten op deze aarde, een vogeltje dat in 1940 is ontdekt voor de wetenschap maar door niet heel veel mensen is gezien.

We blijven niet te lang op deze mooie plek want het is nog een hele lange wandeling terug naar het kamp (+20km). Net voor het donker komen we helemaal kapot weer terug bij het startpunt waar we snel in de kooktent bij het vuur kruipen. Het was een loodzware tocht die bij de meeste een goede deuk in de weerstand heeft geslagen.

De laatste dagen brengen meer modderpaden en nieuwe vogels waarna we door een vallei in etappes naar beneden lopen. Naarmate we lager komen verandert zichtbaar het landschap met steeds hogere bomen en andere vogels. Na 7 nachten kamperen komen we aan in een dorpje op 2500m waar we wachten op ons vervoer terug naar de stad terwijl het hele dorp komt kijken naar het vreemde bezoek.

Alles is inmiddels door en door vies; de tent is doorweekt en alles zit onder de modder en de roet van het vuur. Als we aankomen in het hotel merken we pas hoe moe we zijn en hoe erg we stinken. Gelukkig kunnen we 2 nachtjes in een goed bed slapen voordat we doorreizen naar de Arfak bergen bij Manokwari.

Update 9: Modder en muggen

Inmiddels liepen we een blog update achter dus hierbij ook direct nog een bericht over de afgelopen dagen in Nimbokrang. Dit gebied ligt in het laagland aan de noordkant van Papua, op 1,5 uur rijden vanaf Jayapura. We komen op 12 juli aan rond de lunch inmiddels met z’n 7en want Sander is nu ook aangehaakt. Als we net op pad gaan voor een eerste rondje vogels begint het met regenen wat de 2,5 dag daarna niet meer op blijkt te houden. Elke dag stampen we door dikke plakken modder met een flinke zwerm muggen om ons heen terwijl we door en door leeglopen van het zweet: kortom, alle typische kenmerken van laagland vogels kijken zijn hier aanwezig.

Regen of geen regen, de vogels vinden hier is niet makkelijk maar met hard werken worden we af en toe beloond: Een mooie Twelve-wired Bird of Paradise op zijn baltspaal, een Pale-billed Sicklebill die zich de tweede keer goed laat zien en een paar stiekeme Blue Jewelbabblers die over de bosbodem lopen.

De laatste volle dag gaan we op jacht naar de Victoria Crowned Pigeon. Dit is het broertje van de Western Crowned Pigeon die we op Waigeo zagen maar dan met een nog mooiere kroon. We volgen de gids die ons via kleine paadjes steeds dieper het bos in brengt. Soms is er helemaal geen pad en wordt de route met een machete vrij gehakt. Door modderpoelen lopend en over boomstammen klimmend en balancerend zoeken we de hele dag maar helaas zonder het gewenste resultaat. Een Forest Bittern is een mooie bonus maar de “domste vogel” is ons vandaag toch te slim af.

We hebben alleen nog een ochtend waarin we besluiten nog een laatste poging voor de Crowned Pigeon te doen. Opnieuw het bos in achter de machete aan. Op het moment dat we weer terug gaan richting de weg en het opgeven komt onze 2e gids met het bericht dat hij er eentje gevonden heeft een stuk terug. Een spannende zoekactie volgt maar na een paar keer de vogel zien schieten vinden we m terug boven in de boom!

Op de valreep ook deze mega soort gelukt. Dik tevreden verlaten we het zweterige laagland, komende 8 dagen gaan we kamperen op 3300 meter in de bergen dus dat beloofd een frisser avontuur te worden.

Update 8: Paradijsvogels in het paradijs

Op 2 uurtjes varen vanaf Sorong begint het eilandenrijk Raja Ampat, een gebied van bijna 1600 eilandjes (de meeste onbewoond) en een van de beste duik en snorkel mogelijkheden ter wereld. Onze focus is uiteraard vooral op de bovenwater-wereld, aangezien Raja Ampat ook voor vogels niet mag ontbreken bij een rondje West Papua. Bij de ferry terminal in Sorong worden we opgewacht door Marten, Vivian en Bas om vervolgens z’n zessen naar Waigeo te varen. Super gezellig om komende 4 weken samen op te gaan. Eenmaal op het eiland nemen we onze intrek in een homestay met houten hutjes boven de blauwe doorzichtige zee.

Meteen achter onze hutjes begint het bos waar 2 endemische Paradijsvogels wonen: Red Bird of Paradise en de meest bizarre van allemaal: Wilson’s Bird of Paradise. Deze laatste zien we door ‘s morgens vroeg in het donker omhoog te lopen en plaats te nemen in een van de schuilhutjes. We zitten stil te wachten tot het langzaam licht wordt als plotseling de harde roep van de Wilson’s zijn komst aankondigt. Even later hopt hij vanuit de schaduw zijn arena binnen; een fluoriserend blauw, rood en gele flits. Wilson’s Bird of Paradise heeft de eigenschap een eigen arena “schoon” te houden om er voor te zorgen dat zijn kleuren zo goed mogelijk uitkomen voor eventuele vrouwtjes die in de buurt zijn. De nacht met veel wind heeft genoeg bladeren doen vallen dus een uur lang is hij druk bezig met alles vakkundig opruimen en een paar keer zijn balts oefenen. Een onwerkelijk gave show die we van heel dichtbij gade slaan.

Op de terugweg naar beneden loopt het volgende hoogtepunt de trail op; twee prachtige Western Crowned Pigeons. In de lokale Papua taal worden deze de “domste vogels ooit” genoemd gegeven hoe makkelijk ze te vangen zijn, en ook in deze ontmoeting zijn ze niet bepaald schuw.

Na 2 dagen hebben we de meeste target soorten in het bos gezien (al zijn veel vogels best schuw wat soms wel uitdagend is met z’n zessen). De laatste middag varen we met een klein bootje verder de baai in op zoek naar een aantal kleine eiland specialisten (vogelsoorten die alleen op kleine eilandjes wonen omdat ze op het vaste land de concurrentie niet aankunnen). De belangrijkste hiervan, de Spice Imperial Pigeon is snel gevonden. Deze grote duif zagen we eerder ook in Numfor maar de ondersoort van Raja Ampat heeft een mooie knobbel boven z’n snavel.

Nog licht verbrand van het snorkelen is het na 3 dagen tijd om het paradijs eiland weer te verlaten. Vanaf Sorong vliegen we morgen naar Jayapura voor nog meer laagland vogelen bij Nimbokrang.

Update 7: Logeren bij de Cassowary

De stroom aan gave Papua vogels is nu echt begonnen. We zijn nog maar een paar dagen op het vaste land en inmiddels hebben we al vier Birds of Paradise op de lijst en oog in oog gestaan met een Northern Cassowary.

De bestemming van de afgelopen dagen was de Klasow Valley, een paar uur boven Sorong. Hier logeren we met z’n drieën (Sjoerd is inmiddels ook aangehaakt) in een klein dorp midden in het bos. Het dorp bestaat nu vier jaar en is ontstaan toen een groot palmoliebedrijf het gebied wilde claimen. Om dit tegen te gaan zijn de oorspronkelijke eigenaren weer terug verhuisd naar het land van hun voorouders waarmee het wettelijk van hen is geworden. Vanaf de start hebben de 15 families die er zijn gaan wonen gekozen voor het opbouwen van duurzame inkomsten uit ecotoerisme. Het resultaat is een kleine vallei midden in het ongerepte laagland bos waar allerlei vogels ongestoord rondvliegen en lopen. We komen er door vanaf de kustweg nog anderhalf uur over een blubberpad te lopen en met onze laarzen door een paar riviertjes te waden.

Eenmaal in het dorp worden we heel gastvrij ontvangen door alle dorpelingen en installeren we ons in een simpel houten hutje. De vriendelijkheid naar de vogels rond het dorp heeft er inmiddels ook voor gezorgd dat er aantal vogelvrienden gevoerd worden. Tijdens de lunch wordt al snel duidelijk hoe de plaatselijke Cockatoo en Hornbill daarover denken.

Die Cockatoo kunnen we nog wel op een afstandje houden maar als even later ook een Northern Cassowary verschijnt gaan we maar snel achter de reling van ons hutje staan. Deze dino komt af en toe uit het bos om een extra maaltje bananen te ontvangen en is duidelijk niet bang voor mensen (eerder andersom). Op een veilige afstand kunnen we deze doorgaans hele moeilijke soort goed bekijken, al blijft het een raar gezicht om dit bakbeest van 1.5 meter hoog tussen de houten hutjes te zien lopen.

We hadden nog wel langer willen blijven maar na 3 dagen is het tijd om terug te gaan naar Sorong. Morgen zullen ook Marten, Vivian en Bas bij ons aansluiten en gaan we door naar Raja Ampat.

Update 6: Eilandhoppen voor Paradise Kingfishers

Indonesië strekt zich uit over meerdere avifauna gebieden, hiermee mede bijdragend aan het hoge soorten aantal (bijna 1800) die het land te bieden heeft. In het oosten scheidt de zogeheten Lydekker lijn het Papua eiland van de rest van Indonesië wat betekent dat de soorten hier veel meer verwant zijn aan Australië dan aan Azië. Dit is de wereld van de felgekleurde Lories, grote krijsende Cockatoos, kwetterende Fairywrens, van dinosaurus-achtige Cassowaries en spectaculaire en haast buitenaardse Paradijsvogels (over deze laatste groep later meer).

We beginnen onze rondreis door West Papua op de twee eilanden Numfor en Biak, gelegen in de Geelvink baai aan de noordkant van Papua. Een goede plek om een beetje in te komen, maar zelfs hier zien we al 30+ nieuwe soorten! Ook deze eilanden hebben door geografische isolatie een aantal unieke endemen opgeleverd zoals de Biak Monarch, de Geelvink Pygmy Parrot en de Biak Coucal. Hoogtepunt zijn echter de endemisch Paradise Kingfishers waar beide eilanden een eigen vorm van hebben. Vooral het diepe donkerblauw van de Numfor Paradise Kingfisher maakt die een van de mooiste varianten in deze groep.

Logistiek was dit deel van de reis een grote puzzel die we vooraf moesten leggen, met name het bezoek aan Numfor: We starten met twee korte nachtvluchten vanaf Jakarta naar Manokwari (via Makassar). Als we ‘s morgens aankomen zijn we flink gaar maar is het gelukkig maar een klein stukje naar de haven. Hier vertrekt eens per week de ferry naar Numfor. Het is een aftandse smerige boot die uren te laat vertrekt en heel langzaam vaart waardoor we pas in het donker op Numfor aankomen.

Eenmaal daar is het zoeken naar vervoer maar kunnen we uiteindelijk meerijden in de bak van een vrachtwagentje naar het noorden van het eiland waar we met de hulp van wat dorpsbewoners een overnachtingsplaats regelen. De volgende dag gaat het vogelen allemaal soepel en zien we in minder dan een volle dag alle soorten, waaronder meerdere Paradise Kingfishers die luid kwetterend achter elkaar aanjagen.

We verlaten Numfor de volgende ochtend via de lucht naar Biak met een kleine 12-seater van Susi Air. Deze lokale maatschappij verbindt met kleine vliegtuigjes kleine vliegvelden binnen Indonesië en biedt voor veel afgelegen plekken de enige vliegmogelijkheid. Het vliegschema is niet online verkrijgbaar en kaartjes zijn alleen te reserveren door vooraf naar Numfor te bellen (in het Bahasa) waarna je met de hand in het schriftje wordt geschreven. We zijn dan ook blij en opgelucht als op de ochtend van vertrekt een vliegtuigje blijkt te gaan en onze namen in het schriftje staan. Het is ook voor het eerst dat we een ticket contant afrekenen aan de balie en zelf op de weegschaal moeten. Wel heel gaaf om vervolgens over de schouders van de piloot mee te kijken als we van het ene tropische eiland naar het volgende hoppen.

Vanaf Biak (met alle endemen op de lijst) nemen we weer een ‘gewone vlucht’ naar Sorong waar ons reisgezelschap wordt uitgebreid.

Sumatra [2018]

B73A9044

Sumatra was our second stop in our year of travelling, we wanted a destination in Indonesia in June and the weather in Sumatra seemed favourable. With two new pitta’s and lots of other endemics this was an easy choice. Since we only allotted 10 days we chose to do western Sumatra with the best site for most endemics (Kerinci) and since we were travelling via Padang we added one of the offshore islands (Mentawai). Since we are still traveling this is a short trip report with our main findings and a rough annotated species list (most counts are incomplete and subspecies indication is missing). We really enjoyed travelling and birding in Indonesia again. Our next leg of the trip will be West Papua but we will definitely return for more Indonesia exploration in the next few years!

Click here for our tripreport
Some photos