Op verschillende plekken in ons Australië rondje tikken we de kustlijn aan. In Queensland en in Darwin zijn dit tropische wateren maar eenmaal in het zuiden kijken we uit over de woeste oceaan met grote golven die zo uit Antarctica komen rollen. Deze koude voedselrijke wateren in het zuiden (de Great Australian Bight en de Tasman Sea) zijn een belangrijk leefgebied voor zowel walvissen en zeevogels.


Bij Sydney krijgen we de kans om hier wat van mee te krijgen door een dag met een pelagic mee te gaan.
Om 6:30 staan we klaar in een haventje langs een van de armen van de Sydney baai. Het is de start van een mooie lentedag als de vissersboot binnenvaart. Vandaag zal de boot alleen geen vis gaan vangen maar gaan we samen met 15 vogelaars op zoek naar vogels die je vanaf land nooit te zien krijgt.


Terwijl we de baai uitvaren maken we kennis met de rest van de groep en is het snel duidelijk wie de lokale experts zijn die al meer dan 20 jaar deze boottochten organiseren. Elke boottocht kan zomaar iets zeldzaams opleveren dus wordt er veel gespeculeerd over wat we mogelijk kunnen gaan zien.


Om zeevogels te lokken gaan er 2 emmers visafval mee wat in brokjes en beetjes achter de boot wordt gegooid; met name de geur van visolie met stukken haaienlever kunnen vogels van kilometers afstand ruiken. Het duurt even als we de kust verlaten maar dan zien we de eerste Wedge-tailed Shearwaters achter de boot verschijnen.



De beste plek om zeevogels te vinden is waar er koud water vanuit de diepe oceaan omhoog komt wat heel voedselrijk is. Het eerste stuk zee bij Sydney is nog vrij ondiep maar 35km uit de kust verdwijnt de zeebodem in een dropoff; onzichtbaar vanaf boven water maar direct te merken aan de hoeveelheid vogels. “Incoming Albatross 3 o’clock!” Met krachtige slagen en dan weer honderden meters moeiteloos glijdend verschijnt de eerste Campbell Albatross. Wat een fantastisch mooie vogel!


De boot wordt stilgelegd (wat tot nog meer deining leidt en een hele uitdaging om staande te blijven). Maar het duurt niet lang voordat er overal vogels verschijnen en het lastig kiezen is waar je moet kijken. Tussen de Shearwaters verschijnen Grey-faced Petrels, een kleine Wilson’s Storm-Petrel trippelt langs terwijl er inmiddels verschillende soorten albatrossen rond de boot vliegen waaronder de Wandering Albatross; de vogel met de grootste spanwijdte ter wereld!



Dan vliegt er opeens een kleinere Petrel langs met een lichte onderkant. “Cooks Petrel!!” wordt er geroepen terwijl iedereen op de bewegende boot probeert de vogel in zijn verrekijker te krijgen. Dit is een hele zeldzame voor een Sydney pelagic en er zijn verschillende sterk gelijkende soorten. Rob is de enige die foto’s heeft kunnen maken in het snelle voorbij gaan wat helpt in de discussie die volgt.

Alhoewel onze magen af en toe een moeilijk moment hebben (de pilletjes werken gelukkig best goed) is het toch jammer en veel te snel dat we weer moeten omkeren en de terugtocht wordt ingezet. Het was hoe dan een super geslaagde dag met 4 soorten Albatross, 5 soorten Petrel, 5 soorten Shearwaters en een Storm-Petrel! Met zeebenen lopen we terug naar de auto en ook ‘s avonds in de tent deint de wereld nog een beetje. We staan nog op de reserve lijst voor een volgende pelagic, volgende week vanuit Brisbane dus nu maar dat hopen dat die doorgaat. Dit smaakt absoluut naar meer!



























































Inmiddels hebben we Alice Springs verlaten en zijn we via een bezoek aan Uluru (Ayer’s Rock) doorgereisd naar South Australia. Na ruim een maand in dit land te zijn lopen de dagen steeds meer in elkaar over en is gevoel van tijd langzaam een beetje kwijt. Komende dagen blijven we in ieder geval nog in de lege woestijn waar we het asfalt gaan verlaten voor honderden kilometers dirt roads.































De afstanden zijn groot dus het betekent naast lekker vogels kijken ook heel veel uren in de auto zitten. Het is in Australië het begin van de lente maar als we omhoog rijden is het duidelijk dat een groot deel van de staat Queensland vooral een tropisch droog versus nat seizoen heeft en het nu heel droog is. Al in de eerste dagen zien we meerdere bosbranden en staan we ruim 2 uur in de file als een grote vlammenzee de snelweg oversteekt. De Australian Bustard, die normaal gesproken een lichte nek en buik heeft, lijkt door alle zwarte as haast een andere soort.


















Ook brengen we nog een kort bezoek aan de twee kleinere eilanden Lifou en Ouvea met wat respectievelijk twee endemische White-eyes en een Parakeet een mooie aanvulling is. Vooral de Ouvea Parakeet is een moeilijke soort die pas recent door beschermingsinitiatieven niet meer op uitsterven staat. Wij vinden ze op een mooi rondje van 50km fietsen, wat het meer dan waard is voor deze stoere papegaaien.


















You must be logged in to post a comment.